MOOC8/9.36a
{17591030} 30 October 1759
Johan Matthijs
Scheffer
Swellengrebel
Staat en inventaris van alle soodanige goederen en effecten als meede
actien en crediten, als door den in dato 28:e Junij deeses jaars tot
Rio de Lagoa als oliphants schutter
overleedene Caabse burger, Johan Matthijs Scheffer van Wilmerood, naar, voor
den op ’t schipals ordinaire
gecommitt:e gestelden Johan Adolf Kuuhl en seekere getuijgen sub dato 10:e
Junij A:C: in de
Baij de Lagoa ten behoeve van
Johanna Bockelenberg huijsvr: van den burger Pieter van den Heever, ofte na
haar overleijden, derselver kinderen, opgeregte en metter dood becragtigde
mitsg:rs door den E: Agtb:ren Raad van Justitie deeses gouvernements volgens
vonnisse van den 25:e deeser maand 8:br g’approbeerde testament, zijn
naargelaaten en naar luijd van gem:e vonnisse, aan voorn:e Johanna
Bockelenberg, onder cautie de restituendo, op dat bij aldien in ’t vervolg
mogte koomen te blijken, dat den overleeden Scheffer vrouw ofte kinderen
nagelaten hadde, Heeren Weesmeesteren daar door schadeloos te kunnen houden,
zijn overgegeeven en ter hand gestelt: bestaande deselve ter preesentie van
d’ onderget:e gecomm:e Weesm:ren opgenoomen en g’inventariseert zijde, in
’t volgende: nam:l
Aldus g’inventariseert ten huijse van den in den hoofde deeses gen:e
Pieter van den Heever aan Cabo de Goede Hoop op den 30:e 8:br 1759 welke
neevens zijne meede in den hoofde deeses gen:e huijsvrouw, Johanna
Bockelenberg, betuijgden hun in alles deesen inventaris aangaande opregt en
getrouwelijk gedraagen te hebben, sonder hunnes weetens ofte met voordagt iets
versweegen ofte agtergehouden te hebben, willens zijnde deesen inventaris des
gerequiteert werdende, ten allen tijde met solemneelen eede te sullen
bevestigen.
Als gecommitt:e Weesmeest:n: T:C: Rönnenkamp, J:b Blanckenberg
Dit merk is + door Johanna Bockelenberg eijgenhandig gestelt, P: van der
Hever
Mij present: J:s H:s Blanckenberg, Secret:s
Ten huijse van Pieter van den Heever
| 1 kist, daar in |
| 1 blauw lakens rok |
| 1 leedere broek |
| 1 boeseroen |
| 2 borstrocken |
| 4 hembden in zoort |
| 4 p:r kousen |
| 3 bonte neusdoeken |
| 3 mutsen in z:t |
| 2 lappen zijldoek |
| 1 p:r schoenen |
| 1 steen zeep |
| 2 rollen tobak |
| 1 leed:e trommeltje |
| 1 slange steen |
| 1 kasje thee |
| 3 spoelkommen |
| 1 coopere keefteltje |
| 1 stropdasje met |
| 1 silvere slootje |
| 1 coopere sakbeugeltje |
| 11 hemdroks knoopjes |
| aan contanten, een sommatje van twee rd:s en twee en veertig
st:vers |
| 2 sak messen |
| 1 scheer [messen] |
| 2 tinne leepels |
| 3 schaartjes |
| 1 keldertje, daar in |
| 8 flessen wijn |
| 4 led:e flessen |
Lijfeijgenen
| 1 slave jonge gen:t Nephtunus van
Mallabar |
Onder Pieter van den Heever
| aan contanten berustende een somma van drie hondert rijxd:s |
| NB: werd alhier nog bekend gestelt, dat den overleedene bij sijn
vertrek, gewoond hebbende bij den landb: Jacobus Gildenhuijsen, onder den
selven Gildenhuijsen nog gelaaten heeft |
| 1 kist met timmermans gereedschap etc:a waar van hij Pieter van
den Heever belooft en aanneemt, bij opkomst van voorn: Gildenhuijsen specifique
notitie te sullen besorgen. |
Inne schulden
| van sekere smit gen:t Nagel thans woonagtig bij den landb:
Christiaan Liebenberg, eenig geld dog onbekend hoe veel, het welk meede bij
opkomst van meergen:e Gildenhuijsen, door gesegde Pieter van den Heever sal
vernoomen en specifiquelijk gecommuniceert worden |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan juff:w Hilletje Verschuur wed:e wijlen den oud burgerraad s:r
Jan Hendrik Hop p:r restant aan cap:l ƒ200 ofte | 66:32 |
| behalven den intr: ’t seed:t a:o 1757 |
| aan Pieter van den Heever voorn:t over maatschappij volg:s
secretariale acte tot Stellenbosch gepasseert,
waarvan hij Van den Heever aanneemt nader blijken te sullen toonen
ƒ500 | 133:32 |
| aan Jan Durand soo veel den selven over ’t leenen van een geweer
aan den overleed:e naar Rio de Lagoa komt te
eijschen | 15:-- |
| aan d’ E: Comp:e over recognitie penn: van seekere vee plaats
geleegen bij de Kruijs Rivier aan de Picquet Berg zijnde de erfgen:n van de
betaling deesen agterstallinge, door den Edele Agtb:re Heer Secunde bij
absentie van den wel Ed: gestr: Heer Gouverneur g’excuseert |