MOOC8/75.7
{18330912} 12
September 1833
Henning Johannes Viljoen Jacoba Christina
Jacobsen
Op heden den twaalfden dag der maand September in den jaare een duizend
achthondert drie en dertig.
Compareerde voor my Egbertus Bergh beeedigt en geadmitteerd openbaar
Notaris rendeerende ten dorpe
Graaff Reinet ,
present de natenoemene getuigen Jacoba Christina Jacobsen weduwe van wylen
Henning Johannes Viljoen te kennen gevende dat zy met haare zoevengenoemde man
op den 15:de July 1827 voor seven getuigen had opgericht onderhandsch testament
waarby de eerststervende de langstlevende tot zyne ofte haare eerststervende
eenige en universeele erfgenaam ofte erfgenaame had genomineerd en
geinstitueerd onder conditie dat de langstleevende gehouden en verplicht zoude
zyn de kinderen welke zylieden met elkanderen mogten hebben verwekt en de
eerststervende kwam natelaten op te voeden en te alimenteeren tot den ouderdom
van meerderjarigheid, vroegere huwelyken of andere goed gekeurde staten en
alsdan aan dezelven voor ofte in plaatze van vader of moeders bewys uittekeeren
zoodanige tantum van penningen als de langstlevende nagemoede en den staat des
boedels zoude vinden te behooren, en als dezelve daarin tot des
eerststervendens mede erfgenaam hebbende geinstitueerd; dat voorts der
comparante man hetzelve testament met er dood had geconfirmeerd nalatende twee
staande hun huwelyk met elkanderen verwekte kinderen en een kleinkind zynde
eenigste nagebleven erfgenaam van wylen hunne dochter Jacomina Susanna Viljoen,
en dat zy comparante haar als erfgenaam van haaren gemelden man had gedragen
onder de gemelde conditien.
En terwyl zy comparante voornemens was zich eerlang ter anderen huwelyk te
begeven en alvorens dies voltrekking verplicht zynde aankome gemelde kinderen
en klein kind te doen bewys van derzelver vaderlyke goederen, zo verklaarde zy
comparante dat zy haaren gantschen boedel behoorlyk had doen opnemen en
tauxeeren, by welke tauxatie ingevolge inventaris door my Notaris daarvan
geformeerd, den geheelen boedel na aftrek der lasten zuiver komt te bedragen
eene somma van ryksdaalders twee duizend een hondert en vyf schellingen
En beloofde de comparante als eenige administreerende voogdesse na dictame
van het gemelde testament voor het vrugt gebruik der vaderlyke erffenis, haare
genoemde kinderen verder eerlyk en Christelyk opte voeden en te onderhouden, en
wanneer zy tot den ouderdom van huwelyke zullen zyn gekomen, meede aan hun uit
te keeren de beweezene sommen, voor de nakoming van hetgeen voorz: staat
verklaarde de comp:te te verbinden haar perzoon en goederen dezelve stellende
ten bedwang als na rechten.
Wyders verklaarde de comp:te als toeziende voogden over haare kinderen te
stellen en te benoemen de burgeren Marthinus Casper Ackerman en Johannes
Stephanus du Toit Andries zoon en zulks met alle zoodanige magt en authoriteit
als toeziende voogden na rechten competeeren.
Compareerde meede voormelde Marthinus Casper Ackerman en Johannes
Stephanus du Toit Andries zoon, dewelke verklaarden hun met de gedaane tauxatie
te vreeden te houden en declareerden de aan hun opgedragen voogdyschap te
willen accepteeren met beloften hun daaromtrend te zullen gedragen als met de
plichten van getrouwe toeziende voogden overeenkomt en verklaaren eindelyk hun
te interponeeren en te stellen als borgen en mede principaale schuldenaren van
voorz: somma van ryksdaalders seven hondert seven en tachtig vyf schellingen en
vyf en een quart stuiver, het welk aan de voornoemde kinderen is bewezen onder
expresse renuntiatie van de beneficien ordinis divisionis et excusionis van
welkers kracht en effect zy comparanten betuigden volkomen onderricht te zyn
onder verband en submissen als na rechten.
Aldus gepasseerd ten dorpe
Graaff Reinet ter presentie van Jacobus Boshof en Carel Theod:s Papenfus als
getuigen.
Als getuigen: J: Boshof, C:T: Papenfus
Jacoba C: Jacobs weduwe Viljoen
Als borgen en voogden: M:s Casper Ackerman, Johannis Stephanus du
Toit
In kennisse van my: E: Bergh, R:t Magt
| | Rd:s |
| waarvan haar comp:te als in gemeenschap van goederen gehuwd
geweest zynde voor de zuivere helft competeerd eene somma
van | 1050:2:3 |
| en voor een kinds gedeelte | 262:4:3 3/4 |
| Dus te zamen | Rd:s1312:7:0 3/4 |
| en zy overzulks aan haare twee kinderen en een klein kind voor
vaders en grootvaders erffenis kwam te bewyzen een montant van ryksd:rs seven
honderd seven en tachtig vyf schellingen en vyf en een kwart stuiver of aan
ieder hunner hoofd voor hoofd te weeten |
| 1) aan Albertus Johannes | 262:4:3 3/4 |
| 2) aan Jacoba Maria Viljoen | 262:4:3 3/4 |
| 3) aan Jacomina Susanna van der Merwe, eenigste nageblevene
erfgenaam van wylen Jacomina Susanna Viljoen | 262:4:3 3/4 |
| Telt als vooren | Rd:s2100:5:-- |