MOOC8/58.46b
{18100720} 20 Julij 1810
Lijdia Broedersz
C: Bird
Staat en inventaris van alle zodanige goederen en effecten, als ’er ab
intestato met ’er dood ontruimd en nagelaten zijn bij Lijdia Broedersz ten
behoeve van haren nageblevenen man, den burger Ferdinant Hartzenberg mitsgaders
het door haar bij denzelven verwekte dogtertje in naame
en vervolgens door voorn:de Ferd:t Hartzenberg, bij mij Theodorus Muller,
Secretaris van ’t district
Graaffreinet , ter
praesentie van de naten: getuigen in geschrifte gesteld, bestaande dezelve in
de navolgende te weeten
Aldus door in den hoofde dezes gem:de burger Ferd:t Hartzenberg, onder
praesentatie van eede opgegeeven en g’inventariseerd dewelke verklaarde zig
hierinne ter goeder trouwe na beste kennis en weetenschap te hebben gedragen,
met belofte dat wanneer namaals nog eenige goederen tot den boedel behoorende
mogt koomen te ontdekken, dezelve insgelijks te zullen opgeven.
Actum den 20:ste Julij 1810 ter Secretarije aan
Graaff Reinet , praesent den burger Jeremias Auret en
den geregts bode Joachim Barth:d Wiese als getuigen, die de minute dezes
beenevens den comp:t ende mij Secretaris, op een segel van 48 stuivers naar
behooren hebben onderteekend.
Quod attestor: Theod:s Müller, Secret:s
| Elsabe Cornelia, gebooren den 22:ste Meij 1807 |
| Een erf ten dezen dorpe, bijna ter helfte
voltooid |
| ses geelhoute stoelen |
| een geelhoute tafel |
| een geelhoute kist |
| een thee machine |
| een theepot |
| een koffijpot |
| een tinne keetel |
| agt groote kopjes en pierings |
| vijf klijne kopjes en pierings |
| twee kommetjes |
| een en een half doezijn messe |
| een doezijn vorken |
| vier zilvere thee lepels |
| een zadel met toebehoor |
| een geweer |
| een bed met toebehoor |
| een ossewagen |
| een wagen kist |
| twee en twintig geelhoute balken |
| twee voordeur coezijnen |
| vier kamerdeur coezijnin |
| ses enkelde vengster coezijnen |
| twee bol coezijnen |
| een combuis deur |
| een kook keetel |
Slaven
| een slave jonge gen:d Abram van de Kaap |
| een slave jonge gen:d Ali van de Kaap klijn en
gebrekkig |
| een slave jonge gen:d Fritz van de Kaap mede
klijn |
| een slavin gen:d Mardalena |
| een slavin gen:d Laura van de Kaap klijn |
Beestiaal
| seven en seventig anteelbeesten |
| vier en twintig trekossen |
| een hondert negen en seventig anteelschaapen |
| ses en veertig anteelbokken |
| veerthien anteelpaarden |
Contanten
Baten des boedels
| | Rd:s |
| van Johannes Hartzenberg over contant geleend
geld | 211 |
Den boedel debet
| | Rd:s |
| aan den weledelen heer A:s Stockenström | 475:-- |
| aan G:E: Kleu, over thien beesten | 80:-- |
| aan Van der Merwe J:bs:z voor een os per
rest | 10:-- |
| aan den weleerw:de heer Kicherer, over cont:t geleende
geld | 8:-- |
| aan Phil: Dan:l Rieker over cont:t geleend
geld | 10:-- |
| aan Georg Fred:k Enslin, over smitswerk | 25:-- |
| aan wegens afreekening tusschen L: Broederz en haar zuster de
wed:we Osiander aan de Kaap, dewelke als nog onbekend | 20:5 |
| aan Th:s Muller over 12 ellen cassand | 12:-- |