MOOC8/57.13b
{18080219} 19 February 1808
Dirk Jacobus Coetsee
J:C: Gie
Staat en inventaris van alle zodanige goederen en effecten als met ’er
dood ontruimd en nagelaaten zijn bij wijlen den burger Dirk Jacobus Coetzee
Corn:s Jac:s zoon ten behoeve van desselfs nagelatene weduwe Maria Badenhorst,
mitsgaders ’t door hem bij haar verwekte dogtertje, in naame
en vervolgens opgegeeven door voorm:de weduwe Coetsee bij mij, Theodorus
Müller, Secretaris van ’t district
Graaff
Reinet ter praesentie van den naten: getuigen in geschrifte gesteld,
bestaande dezelve in de navolgende, te weeten
Aldus door in den hoofde deezes gem: weduwe D:J: Coetzee onder
praesentatie van eede opgegeeven en g’inventariseerd, dewelke verklaarde zig
hierinne ter goeder trouwe naar beste kennis en weetenschap te hebben gedragen,
met belofte dat waanneer namaals nog eenige goederen tot den boedel behoorende
mogt koomen te ontdekken, dezelve insgelijks te zullen opgeeven.
Actum den 19:de Feb:s 1808 ter Secretarije aan
Graaff Reinet , praesent de burgeren Willem Abraham
van Zijl en Hend:s Jacobus Swanepoel als getuigen, de minute deezes is meede
behoorlijk op een zegul van twaalf stuivers geteekend.
Quod attestor: Theodorus Müller, Secret:s
| Dirkje Maria Coetsee, gebooren den 26:ste Maart 1807 |
| twee oude kistjes |
| een buldzak met twee kussens |
| twee geweers waarvan d’ eene oud |
| drie oude zadels met twee oude toomen |
Beestiaal
| neegen trek ossen |
| vier en sestig aanteelbeesten |
| twee hondert vijf en taggentig aanteelschapen |
| vier en neegentig bokken |
| acht aanteel paarden |
| drie rijpaarden |
Den boedel credit
| | Rd:s |
| aan contant bevind zig in den boedel | 21:4 |
| van Joh:s Corn:s Coetsee over geleend
geld | 200:-- |
| van Corn:s Jacob:s Coetsee over geleend
geld | 173:-- |