MOOC8/55.8a
{18030311} 11 Maart 1803
Maria Magdalena van den
Bergh
J:H: v: Kerveld
Inventaris mitsgaders tauxatie van alle zodanige goederen en effecten als
’er ab intestato metter dood zijn ontruijmd ende naargelaten door Maria
Magdalena van den Bergh ten voordeele van haaren overgeblevenen man den burger
Willem Lodewijk Pretorius Johanneszoon ter eenre, mitsgaders haare bij
denselven in echt geprocreeerde kinderen, genaamd
zoodanig als deselve door de burgeren Abraham Paulus van den Bergh en
Roelof van der Merwe David Schalks zoon zijn geinventariseert en opgenomen,
mitsgaders door ons ondergeteekende gecommitteerde Weesmeesteren op het op- en
aangeven van voormelden overgeblevenen weduwenaar getauxeerd ende gewaardeert,
bestaande alle deselve in het volgende, namentlijk:
Aldus geinventariseert ende getauxeert ter Weeskamer aan de Kaap de Goede
Hoop op den elfden dag der maand Maart in den jaare een duijsend acht hondert
en drie, ende zulks op het op- en aangeeven van den in den hoofde deeses
gemelden overgeblevenen weduwenaar, dewelke betuijgde zig daarinne allesints
ter goeder trouwe gedragen en zijnes wetens niets verswegen, verachtert, of in
waarde vermindert te hebben, van het geene tot den boedel en nalatenschap
behoord; bereid zijnde zulks des gerequireerd werdende ten allen tijde met
solemneelen eede te bevestigen en verdere belofte dat zoo wanneer in der tijd
iets dienaangaande nader mogte komen te ontdecken, zulx getrouwelijk ter
Weeskamer te zullen opgeven ten einde in dat geval deesen inventaris en
tauxatie, daarmeede naar behooren kan werden geamplieert.
Ten blijke ende ter bevestiginge der waarheid is deesen door den
inventarient en comparant in deesen ter presentie van ons gecommitteerde
Weesmeesteren ende mij geswoore Clercq eigenhandig gesubscribeert.
Als gecomm: Weesmeesteren: A:V: Bergh, H: van de Graaff
Voor den opgaaf: dit + merk is door den comparant en inventarient in
deesen Willem Lodewijk Pretorius, als niet kunnende schrijven, voor zijn
naamteekening eigenhandig gesteld
Mij present: G:A: Watermeijer, g: C:
| 1) Johannes Jacobus oud 4 jaaren |
| 2) Hendrina Magdalena oud 2 jaaren en |
| 3) Maria Magdalena Pretorius oud 6 maanden |
| | Rd:s |
| Een ossen wagen met desselfs
toebehooren | 150:-- |
| twee schietgeweers | 21:-- |
| een zaag |
| een dissel |
| een houtbijl | 1:24 |
| een groote kist |
| een klijne kist |
| twee emmers | 2:-- |
| twee ijsere kookpotten | 4:-- |
| een ijsere zeeppot /:gebrooken:/ | 3:-- |
| een rooster | 0:24 |
| twee borden |
| een schootel |
| zes staale forken |
| vijf tinne lepels |
| twee fleeschforken |
| een potlepel |
| twee kommetjes |
| een kandelaars |
| een ouijntjes ijser | 0:24 |
| een buldzak |
| een peuluwe |
| drie kussens |
| een kombaars |
Beestiaal
| | Rd:s |
| een ruijn paard | 24 |
| een merrij | 18 |
| zeventhien trekossen | 204 |
| driehondert aanteelschaapen | 300 |
| twee hondert bocken | 150 |
Lijfeigenen
| | Rd:s |
| een slavinne genaamd Sina van
Mosambique | 350 |
| Somma | Rd:s1251 |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| over vendupenningen eene somma van agt en veertig rijxdaalers en
dertig stuijvers | 48:30 |
| Invoegen den boedel zuijver
rendeert | Rd:s1202:18 |