MOOC8/49.2
{17800925} 25 September 1780
Jeanne Caillotte
Hacker
P:M: Het nevensgem: Politicq Raads besluit, is nevens enige papieren in
den boedel gevonden, ingebonden, by de bylagen der Resolutien
Staat en inventaris van alle zodanige goederen, als door Jeanne Caillotte,
geboortig van La
Hulpe , en weeduwe wylen
Toussaint Joseph Ponchelet, eertyds in Franschen dienst te
Pondicherrij , van waar zij over
Madrass , met het hier ter rheede leggend’
Engels comp: schip, Thegecommandeert bij
Capitain Richardson, ter deezer plaatze aangeland, en voornemens is geweest,
verder naar Europa te vertrekken, op den 18:e der presente maand September, des
avonds de clocke negen uuren, ten woonhuijze van den burger Johan Wilhelm
Rudolph, metter dood zijn ontruijmt en nagelaaten, na alvoorens ten zelven
dage, voor den eerste geswooren clercq ter Politicque Secretarije s:r Johannes
Marthinus Horak, en getuygen te hebben opgeregt haar testament, waar bij tot
erfgenamen heeft komen ’t institueeren haare te
Pondicherrij zynde twee minderjaarige zoons, in
naamen Joseph en Francos Ponchelet, en voorts tot executeur van denzelven
testamente, te benoemen, den voorzeijden burger, Johan Wilhelm Rudolph.
Van wegens het eerwaarde Collegie van Heeren Weesmeesteren deezer stede,
als door den Weledelen Gestrengen Heere Gouverneur en Edelen Agtbaren Rade van
Politie deezes Gouvernements, bij derzelver besluit van den 21: der voormelde
maand September, gequalificeerd geworden zijnde tot het aanvaarden der voogdije
over de voorschreven onmondige erfgenamen, ende om als zodanig in der
overledene nalatenschap te treeden opgemaakt en in geschrifte gebragt, bij mij
Johannes Gijsbert Blanckenberg, geswooren Clerq der Weeskamer alhier, ter
presentie van den schrijver en den bode der gemelde Camer, Hendrik Johannes
Fehrszen, en Johan Leonard Waldpot, bestaande de voorschreven goederen, zo als
dezelve door den hiervoren gementioneerden executeur Johan Wilhelm Rudolph zyn
opgegeven en aangeweezen, in de volgende, te weeten
Aldus gedaan en geinventariseerd, aan Cabo de Goede Hoop, den 25 September
1780, ende sulx op ’t aangeeven van den in den hoofde deezes gemelden
executeur, den burger Johan Wilhelm Rudolph, denwelken betuijgde zig
hieromtrend ter goeder trouwe gedragen, en zijns weetens niets versweegen ofte
agtergehouden te hebben, met belofte, om zo wanneer in vervolg van tijd, nog
iets tot deeze nalatenschap gehoorende, mogte komen t’ ontdekken, van ’t zelve
behoorlijk opgave te zullen doen, en deezen inventaris daarmeede t’ amplieeren,
mitsgaders denzelven, des vereischd werdende, met solemneelen eede te
bevestigen
Ten onzen overstaan: H:k J:s Fehrzen, J:L: Waldpot
Dit merk + is door voorm: Johan Wilhelm Rudolph eijgenhandig gesteld
Mij present: J:G: Blanckenberg, gesw: Clercq
| een coffer, waar in |
| 3 sigtermanssaijen vrouwen rokken |
| 3 Kerrijderrijse vrouwen rokken |
| 2 Gingamse vrouwen rokken |
| 7 linnense gestreepte en geruyte vrouwen rokken |
| 1 swart chitze rok |
| 10 chitze rokken, in zoort |
| 3 wit linnense doorgenaaijde vrouwenrokken |
| 2 wit doeriasse vrouwenrokken |
| 1 wit linnense vrouwenrokken |
| 3 oude rokken in soort |
| 1 witte betillische gon, of polonoise, en 2 witte rokken |
| 7 chitzen jakken, in soort |
| 6 sigtermans saaijen in soort |
| 1 gingamgse jak |
| 14 doeriassen [jak] in soort |
| 9 witte linnense [jak] |
| 21 hemden |
| 2 mutzen |
| 5 witte betillesche neusdoeken |
| 3 roode zakdoeken |
| 1 blauwe zakdoeken |
| 3 kussenssloopen |
| 1 doorgenaaijde borstrok |
| 1 kinder hemd |
| 3 bedde lakens en |
| 1 lap grove doerias |
| een coffer en daar in |
| 1 zilvere gaase vrouwe rok en jak |
| 1 jakje van glaché |
| 2 chitze gonnen of polonoisen |
| 2 sigtermanssaaijen gonnen of polonoisen |
| 3 doeriassen gonnen |
| 2 sigtermanssaaijen vrouwen rokken |
| 4 doeriassen vrouwen rokken |
| 3 gestreepte en geruyte vrouwen rokken |
| 5 chitze gecouleurde vrouwen rokken |
| 1 swart chitze gon of polonoisen, met 2 swart rokken |
| 1 gingamse rok |
| 3 witte linnense rok |
| 3 borstrokken in soort |
| 2 jakken in soort |
| 1 gestreepte rok van stroo |
| 2 roode Chinaas linnense rokken |
| 1 hemd |
| 2 kussenssloopen |
| 1 grove doeriasse bed behangzel |
| 1 stuk rood gestreepte armoisijn |
| 1 fijne chitze bedde sprij en voorts enige oude lappen |
| een klijne coffer, waar in |
| 2 oude swarte sijde vrouwen mantilles |
| 1 blauwe vrouwen mantille |
| 1 couleur de rôse vrouwen mantille |
| 1 swarte gaase caper |
| 2 witte betillische neusdoeken |
| 1 blauwe zak doek |
| 7 borstrokken in soort |
| 2 servietten |
| 4 zijzakken |
| 3 p:r schoenen |
| 1 kussensloop |
| 2 p:r oude witte zijde kouzen |
| 9 p:r witte katoene zijde kouzen |
| 1 spaanderdoos met 4 vrouwen mutzen in soort en 1 waaijer |
| 1 p:r silvere schoegespen |
| 2 goude ringetjes |
| 1 p:r glaaze oorkrabben |
| 1 copere vingerhoed en voorts eenige oude lappen |
| 2 mattrassen van capok |
| 2 kussens van capok |
| 1 gestreepte combaars |
| 1 tinne waterpot |
| zijnde al het vorenstaande door d’ overledene bij weege van
vermakinge, aan den voorseiden Johan Wilhelm Rudolph en desselfs huysvrouw
geschonken geworden, naar dictame van den testamente, in den hoofde
gemeld |
Contanten
| over so veel daar van in den boedel zijn gevonden, ter somma van
seeven en twintig ryksd:s als | Rd:s |
| 7 p:s Moorse goude ducaten à rd:s2 1/4
ijder | 15:36 |
| 10 piasters, à 1 1/8 rd:sijder | 11:12 |
| Bedraagt tesamen als boven | Rd:s27:-- |
Lasten en doodschulden
| | Rd:s |
| aan opged: Johan Wilhelm Rudolph over 24 dagen logies penn: ’t
zedert den 26 Aug:s wanneer d’ overledene haar intrek bij hem heeft genomen,
tot den 18 Sept:r, dat deezer Wareld is komen aflijvig te werden, à 1 1/8 rd:s
’s daags | 27:-- |
| over het legaat door d’ overledene bij haren meerm: testamente,
van denzelven Johan Wilhelm Rudolph, en zijne huijsvrouw besproken, ter somma
van | 200:-- |
| aan den eerste gesworen clercq ter Politique Secretarije s:r
Johannes Marthinus Horak, voor ’t opmaken van der overledene testament, met de
daartoe verschotene zegels, en getuijgen geld | 5:33 |
| aan den med: d:r s:r Hendrik le Sueur voor gedane visites, en
geleeverde medicynen, volgens reecq: | 3:24 |
| aan Johan Ludewich Heller, voor ’t maken der doodkist, en ’t
beslag tot dezelve, blijkens reecq: | 24:-- |
| aan Godfried Christiaan Zieteman voor kerkengeregtigheijd etc:a
volgens reecq: | 19:24 |
| aan Stephanus Spengeler, voor geleverd gebak tot de begravenis
blijkens reecq: | 8:26 |
| aan twaalf lykdragers, en enige benoodigheeden tot de begravenis
door meerm: Johan Wilhelm Rudolph, volgens notitie
verschoten | 39:24 |
| aan de Weeskamer deezer steede, over ’t bedragen der zeguls zoo
tot de ter gem: Camer gerequireerd werdende copia van der overledene testament,
als tot het formeeren van deezen inventaris, /:voor welk een en ander geen
salaris werd berekend:/ verschoten | 1:1 |