MOOC8/44.68
{18180310} 10 Maart 1818
Jan Hendrik
Haselhorst
Inventaris van alle zodanige goederen als er op Vrydag den zesden dag
deezer lopende maand Maart in den jaare onzes Heeren een duijzend acht honderd
en achttien metter dood zyn ontruymd ende nagelaten door Jan Hendrik Haselhorst
hebbende denzelven by testamentaire dispositie in dato 12 Novemb:r 1814 voor
den notaris publicq m:r Jacobus Petrus de Wet en getuigen opgerigt na vooraf
aan het vrye meisje Maria Dorothea Fredrica van de Kaap, kind van Sinet van
Mosambique, een legaat van zeeven duyzend guldens Indische valuatie onder
zeekere restrictie besprooken en tot zyne eenige en universeele erfgenaamen
genomineerd en geinstitueerd te hebben zyne gezamentlyke zusters te
Amsterdam woonagtig, met naamen
voorts tot executeuren van dat testament, mitsgaders redderaars zynes
boedels zoo meede voogden over zyne natelaatene minderjarige erfgenaamen
verzogt, benoemd en aangesteld het eerwaarde Collegie van Heeren Weesmeesteren,
weshalven dien boedel door ons ondergetekende gecommitteerde Weesmeesteren is
g’inventariseerd en opgenoomen, mitsg:s bevonden te bestaan in het volgende, te
weeten
In een der vertrekken van de Loge de Goede Hoop alwaar de overleedene als
knegt is bescheiden geweest
Aldus na gedane ontzegeling geinventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop den
10 Maart 1818
Als gecommitt: Weesmeesteren: A:V: Bergh, A: v: Breda
Mij present: P:E: Faure, Ad: Commiss:
Ampliatie
Ter Weeskamer aan de Kaap de Goede Hoop den 16 April 1818
P:E: Faure, Ad:t C:
| Hendrica |
| Aaltje en |
| Elizabeth Haselhorst |
| een spiegel |
| een ledikant, waarop |
| een bulzak |
| een mattras |
| een peuluw |
| acht kussens |
| een chitze spry |
| een kist, waarin |
| een mannel |
| zes rokken in zoort |
| twee jekkets |
| negen hembden |
| twaalf broeken |
| twaalf baatjes in zoort |
| thien p:r koussen |
| vyf hals stropjes |
| een doek |
| twee slaap kabaayen |
| zes lakens |
| derthien sloopen |
| een slaapmuts |
| een kruis band |
| een p:r handschoenen |
| drie chitze en een geruite gordyn |
| een kast met glaaze deuren, waarin |
| een stuk groene zaai |
| een restant wit linnen |
| twee oude hembden |
| twee hoeden |
| twee p:r laarzen |
| vier p:r schoenen |
| vier kelkjes |
| drie boterpotjes |
| drie kopjes en vier pierings |
| een schotel |
| agt en dertig borden |
| twee rooster |
| een blikke menage |
| een blikke trommel |
| een strijkyzer |
| een p:r schoegespen |
| een foedraal met 2 scheermessen |
| een chambreel |
| twee wandelstokken |
| een kistje met een restant hair poeder |
| een porcelaine soepkom |
| een slonsje |
| een lessenaar, waarin |
| een zilvere zakhorologie |
| een zilvere theelepeltje en 1 zilvere confytvorkje |
| een p: zilvere kniegespen |
| een p: zilvere hand knoopen |
| dertig zilvere knoopjes in zoort |
| twee blikke trommels |
| een klyne handschroef |
| twee kannen |
| een wit kwast |
| een stoel |
| een stelletje |
| een vaatje |
| twee nagtspiegels |
| een tafel |
Contanten
| aan Kaapsch papiere munt zesthien ryks |
Last des boedels
| | Rd:s |
| aan voorm: Maria Dorothea Fred:a van de Kaap over een legaat aan
haar by testament besproken ƒ7000 ofte | 2333:16 |
| | Rd:s |
| van Pieter Toussain voor zo veel denzelve blijkens vonnis in
dato 5 December 1816 ten zijnen lasten gevild komt schuld te weesen aan cap:l
ƒ1000 ofte | 333:16 |
| met de renten zedert primo Maij 1816 |