MOOC8/43.45
{18060628} 28 Juny 1806
Hendrina Janszen
Inventaris van alle zodanige goederen en effecten als er op Dingsdag den
24:e deeser lopende maand Junij des middags de klocke tusschen twaalff en een
uuren in den ouderdom van 85 jaaren 4 maanden en 11 dagen metter dood zyn
ontruijmd ende nagelaten door Hendrina Janszen gesepareerde huysvrouw van wylen
den burger Petrus Theron d’ oude
Hebbende deselve bij beslootene testamentaire dispositie door haar in dato
12:e October 1801 waarvan de superscriptie ten zelven dage voor den toenmaligen
notaris publicq m:r Johannes Honoch Neethling in zeekere getuygen is gepasseert
- na alvoorens zoo bij’t zelve testament als bij eene nadere onderhandsche acte
gedateerd 12 Januarij 1803, zoo over haaren lijfeigenen als andere effecten tot
haare nalatenschap behoorende, differente dispositiën getroffen en eene
tweeledige erfstelling gemaakt te hebben, voorts tot executeurs van denselven
testamente verzogt en aangesteld, het eerwaarde Collegie van Heeren
Weesmeestereen deeser stede
Zynde in gevolge van dien den boedel door ’t gemelde Collegie van Heeren
Weesmeesteren ter reddinge aanvaard, en door ons ondergetekende gecommitteerde
Weesmeesteren geinventariseerd en in geschrifte gebracht, ten op- en aangave
van den overledene enige zoon der burger Johannes Joachinais Theron als aan d’
overledene ’t laatst woonagtig geweest en overleden is; bestaande deselve in
het navolgende en als
Aldus na gedane ontzegeling geinventariseerd en opgenomen aan de Kaap de
Goede Hoop op den agt en twintigsten dag der maand Junij, in den jaare een
duyzend agt hondert en zes, ende zulx op het op en aangeven van den overledene
in den hoofde deezes gemelde zoon Johannes Joachemus Theron, dewelke betuygde
hem daarinne ter goeder trouw gedragen en zynes wetens niets verzweegen of
agtergehouden te hebben, van al het geen tot den boedel en nalatenschap
behoord, bereid zynde zulx des gerequireerd ten allen tyde met solemneele eede
gestand te doen, en verder belofte zo wanneer in der tyd iets dienaangaande
mogten komen te ontdekken, daarvan getrouwelyk te zullen opgaaf doen, ten einde
in zulk geval deezen inventaris daarmede naar behoren kan worden
geamplieerd
In teeken der waarheid is deeze beneevens deeze geannexeerde memorie door
den inventarient in de tegenwoordigheid van ons gecommitteerde Weesmeesteren
ende my eerste Commis ter Weeskamer eigenhandig gesubscribeerd.
Als gecomm: Weesm: A: v: Blerk, G:E: Overbeek
J:P: Theron
My present: G:A: Watermeijer, E:C:
Exhibitum aan J:J: Therron J:s in persoon 23 April 1815
H: Cloete
28 Juny 1806
de kinderen van Johannes Jochimus Theron zyn de volgende, namentlijk
Betrekkelyk de slaven declareerd voormelde s:r J:J: Theron
dat ’t erf ’t welk bij de onderhandsche acte de dato 12 Januarij 1803,
gelegateerd is aan zijn oudste kind, den overledene kindskind, nimmer aan haar
in eigendom heeft toebehoord, maar dat alleen door den voormaligen Heeren
Gouverneur C:J: van de Graaff aan haar vergunt geweest is - daarvan gebruyk te
maaken - zonder dat daarvan ooit erfgrondbrief is verleend
Als gecomm: Weesmeest:rn: A: v: Breda, G:E: Overbeek
Voor de opgaaf: J:J: Theron
Mij present: G:A: Watermeijer, E:C:
| een oude kist, en daarin |
| een oude zwarte zyde gon |
| een klyne visch schotel |
| een zous potje |
| een parthy oude boeken en |
| voor eenige kleinigheeden en wat rommeling |
| een oude draagstoel met stokken en banden |
| een klyne tafel en |
| een oude stoel |
Lijfeigenen
| een mansslaaf gen:d Sampeur van
Mossambicque |
| een slavin gen:d Roosje van
Mossambicque |
| een slavin gen:d Petronella van de
Caab |
| een slavin gen:d Spasie van de Caab en |
| een slavin gen:d Mariana van de
Caab |
| over allen welke slaven by de voorm: testamentaire
dispositie; in defferenter voegen is gedisponeerd, refereerende den
inventarient zig betrekkelyk de overige slaven, waarover by de gem:
testamentaire dispositie beschikkingen zyn gemaakt zo wel als opzigtelyk het
erf, door de overledene by acte de dato 12 January 1803, aan haar oudsten klyn
kind gelegateerd, aan de dezen geannexeerde en door hem inventarient meede
ondertekende aparte nota |
| 1) Petrus Theron - meerderjarig |
| 2) Johannes Joachim Theron - oud 23 jaren |
| 3) Alida Theron oud 18 jaaren |
| 4) Anna Catharina Hendrina Theron oud 17 jaren |
| 5) Hendricus Tobias Theron oud 16 jaaren |
| 6) Johannes Bernardus Theron oud 15 jaaren |
| 7) Jacobus Theron oud 12 jaaren en |
| 8) Magdalena Theron oud 11 jaaren |
| dat de slavinne Alima die blind is, en haar
kind genaamd Fennij niet
aan de overledene maar hem toebehoord, en reeds zeedert zestien jaaren blind
is |
| dat ’t slaven meisje gen:d Petronella by hem
woonagtig is |
| dat ’t slavenmeisje Philippina almede aan
hem heeft toebehoord en verkogt is aan wylen Johannes Meintjes |
| dat de slaaf Sanspeur van
Mosambicque verhuurd is bij Andries Stephanus du Toit, in de Kaapstadt
woonagtig |
| dat de slavinne Roosje van Mosambicque alsmede bij hem woonagtig is |
| dat de slavinne Spatie van de Kaap verhuurd is bij Cornelis Kruger woonagtig aan Papendorp |
| dat de slavinne Mariana van de Kaap , bij
hem woonagtig is |
| en dat de slavinne Drusella van de Kaap almede aan hem toebehoord en zig almede bij hem ten woon bevind |
| als zijnde de slavinne Philippina en Drusella,
kinderen van de blinde slavin Alima, en onder zijn lijfheerschappy
aangeteeld |