MOOC8/39.8
{18221113} 13 November 1822
Wilhelmina Magdalena Hartogh
S:V: Cloete
Inventaris van alle zodanige goederen en effecten als tot den boedel van
den op den vyfde October j:l: ab intestato overledene Wilhelmina Magdalena
Hartogh, weduwe wylen Anthony Walraven Vlotman, behooren, op qualificatie sub
dato elfde deezer van het Eerwaard Collegie van Heeren Weesmeesteren deezer
Colonie geformeerd en in geschrifte gebracht, door my Petrus Canzius van
Blommestein, Secretaris van het drostamp
Stellenbosch , fungeerende als Notaris Publiek,
present de natenoemene getuigen, bestaande de goederen en effecten in als
volgt:
Ten huize van Willem Geering alhier ten dorpe, alwaar de overledene tot
haar dood heeft gewoond
Baaten des boedels ontvangen uit handen van Coenraad Johannes Fick, die
geweest is de generale gemachtigde van de overledene
Aldus gedaan en geinventariseerd ten dorpe
Stellenbosch , op den 13:de November 1822 ende zulks
op het op en aangeeven van Maria Elisabeth Uys, huisvrouw van voormelde Willem
Geering /:by afwezigheid van hem Geering:/, zo meede van Coenraad Johannes
Fick, die geweest is de generale gemachtigde van de overledene, dewelke
betuigden ieder in het zyne, hun daaromtrend ter goeder trouwe gedraagen en
niets te hebben verzweegen het geen tot den boedel heeft gehoord, met belofte
by aldien in der tyd iets mogte koomen te ontdekken tot voorschreeven boedel
behoorende daarvan opgaaf te zullen doen en des gerequireerd, deeze inventaris
met solemneele eede gestand te doen, ter praesentie der clerken Henricus
Johannes Borcherds en Oloff Martinus Bergh als getuigen. Die de minuute deezes
benevens voorm: huisvrou van Geering en Fick en my Secretaris mede behoorlyk op
zeguls van tien schellingen hebben gesubscribeerd.
Quod attestor: P:C: v: Blommestein, Sec:
P:M: volgens afreekening van C:J: Fick, is Barend Joh:s van Nieukerk geh:
met C:a J:a Uys /erfg:/ over huur van een jongen debet rd:s204:24
| een kabinet op pooten, defect |
| een ledikant zonder gordynen |
| een kamer gemakje |
| een groote Bijbel |
| een stoel |
| een stoof |
| een bed |
| vier kussens |
| een peuluw |
| een wolle deken |
| drie paar kousen |
| zes mussen in soorten |
| twee doekjes |
| een blauwe [doekjes] |
| vier rokken |
| twee jakjes |
| een kapje |
| een borstrok |
| vier bedlakens |
| twee hembden |
| drie zakken |
| zes sloopen |
| een flenny tjaal of doek |
Lyfeigenen des boedels
| Jonas
van Mallabaar , werksjonge, oud volgens registratie vyf en zestig
jaren |
| Jek van
Mosambicque , meede een werksjonge oud volgens register vyf en dertig
jaren |
| | | ƒ |
| | een schepene kennis tot lasten van George Carel Lodewyk
Geering groot aan capitaal | 2500 |
| | met de renten a zes p:ct zedert 17:de Juny j:l: |
| | een schepenen kennis tot lasten van Anthony Vlotman
groot | 2000 |
| | met de renten a zes p:ct zedert den 6:de November
1819 |
| voldaan | een secretarieele obligatie tot lasten van
Geertruida de Villiers, weduwe Coenraad Johannes Albertijn, groot aan
capitaal | 2000 |
| | met de renten a zes p:ct zedert 1:e Januarij 1822 |
Lasten des boedels
| | | Rd:s |
| voldaan | Coenraad Johannes Fick vorderd het zaldo zyner
reekening courant | 372:7 |
| voldaan 28 Dec:r 1822 | Jacobus Combrink het maken van
de doodkist | 54:-- |
| betaald | de koster de
kerkegeregtigheid | 6:2 |
| betaald | de huisvrouw van Geering, de kost en logies
penningen van de overledene, van 1:e January j:l: tot ult:o October j:l: a
rd:s25 per maand | 150 |
| betaald | de Secretarye alhier de onkosten van deeze
inventaris | 33:-- |