MOOC8/39.4
{18230918} 18 September 1823
Hendrik Johannes Loubser Anna Catharina
Bauermeister
Inventaris van alle zodanige goederen als er op den zes en twintigsten dag
der maand Augustus in den jaare onzes Heeren een duyzend acht honderd drie en
twintig ab intestato metter dood zyn ontruymd ende nagelaten door Anna
Catharina Bauermeister en vooroverledene echt genoot Hendrik Johannes Loubser
ten voordeele haaren by wylen opgem: haaren man in echt verwekte drie
minderjarige kinderen, met namen
invoegen als het een en ander door my ondergetekende expres gecommitteerde
Weesmeester is opgenomen en in geschrifte gebragt, mitsg:s bevonden te bestaan
in het volgende
Op de plaats van de heer Everhardus Petrus Loubser alwaar de overledene
het laatst is woonagtig geweest
Pro memorie wordt hier genoteerd dat de overleedene uit het voor handen
zynde gezaayde een aandeel heeft van tien mudden koorn, welke den inventarient
heeft aangenomen nader opgaaf van te doen zodra dezelve zullen zyn
ingeoogst
Wordende voorts door opg: E:P: Laubser nog opgegeeven dat hy met den
overleedene eene openstaande reekening heeft, welke nader kan geblyken uit eene
aanteekening door de overledene gehouden en onder haare papieren te vinden zal
zyn.
Aldus g’inventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop ter plaatse voorm: op
den 18 Septemb: 1823 ende zulx volgens op en aangeeven van Everhardus Petrus
Loubser, dewelke verklaarde zig hierinne ter goeder trouwe gedragen en zyn’s
weetens niets verzwegen ofte terug gehouden te hebben van al het geen tot den
boedel en nalatenschap behoord, invoegen hy dan ook betuigde de deugdelykheid
zyner opgave ten allen tyde des vereischt werdende met solemneele eede gestand
te doen en verdere belofte zoo hierna nog iets tot gezegde nalatenschap
behoorende mogten worden ontdekt, daarvan nader en getrouwelyk ter Weeskamer
opgaaf te zullen doen ten einde dezen inventaris daarmede te kunnen worden
g’amplieerd
Als gecomm: Weesmeester: A: v: Breda
E:s P:s Loubser
My present: J:J:L: Smuts
S:V: Cloete
Heeden den 16 December 1797
Compareerde voor my Johannes Daniel Karnspek Notaris Publicq ten deeze
Gouvernemente present de natenoemene getuigen Hilletje Laubscher weduwe wylen
den burger Christoffel Smit de oude, de welke verklaarde dat zy om byzondere
reedenen haar comp:te daartoe moveerende, by formo van donatis causa mortis
hadde gegeeven, gelyk zy gaf by deezen aan haare dogter Anna Catharina Smit
weduwe wylen den burger Isaak Hendrik Bouwermeester
En versogte de comp:te my Notaris hier van te willen formeeren acte welke
deeze.
Dat aldus passeerde aan Cabo de Goede Hoop ten byweezen van den oud
secretaris der colonie
Graaffe Rynet d:r
Jacobus Vercueil en den clercq Gerrit Hendrik Meyer N:z als getuigen.
Als getuigen: get/ J:J: Vercueil, G:h: Meyer N:z
Get:/ Hilletje Loubser wed: C: Smit
Get:/ Anna Catharina Smit wed: J:n H:k Bouwermeester
In kennisse van my get:/ D: Karnspek, Not: Pub:
Accordeert: J:J:L: Smuts
| 1) Hendrik Joh:s Michiel geb: den 9 April 1819 |
| 2) Anna Catharina Petronella geb: den 23 Nov:r 1820 |
| 3) Hilletje Racheltje Johanna geb: den 3 Aug:s j:l |
| een cabinet waarin de kleederen van de overledene |
| een ledikant met behangzel waarop |
| een vedere bed |
| een peuluw |
| vier kussens en |
| een chitze combaars |
| een ledikant zonder behangzel waarop |
| een vedere bed |
| een peuluw en |
| vyf kussens |
| een tavel kast |
| twee thee tavels |
| een grootte kist |
| een kadel |
| twee trommels |
| een papiere kistje |
| een paarde waagen |
| een ploeg |
| een span jukken en trektouw |
| een zadel en toom |
| een dubbelde loop geweeer |
Beestiaal
| drie en twintig trekossen |
| twee rydpaarden |
| een trekpaard |
| vier aanteel paarden |
Lyfeigenen des boedels
| een mansslaaf g:d Moos van Mosambique oud 31
1/2 jaren, werksjongen |
| een mansslaaf g:d Kraak van de Kaap oud 29
1/2 jaren, werksjongen |
| een mansslaaf g:d Willem van de Kaap oud 13
1/2 jaaren |
| een mansslaaf ge:d Esau van de Kaap oud 8 1/2
jaaren |
| een mansslaaf ge:d Hector van de Kaap oud 6
1/4 jaaren |
| eene slavinne g:d Rosina van de Kaap oud 30
1/2 jaaren, huismeid aan een beraamde cost laboureerende |
| eene slavinne g:d Willemina van de Kaap oud 15 1/2 jaaren |
| eene slavinne g:d Martha van de Kaap oud 11
1/2 jaaren |
| voorts een mansslaaf g:d Oerson van de Kaap zynde
een kind van de slavinne Kaatje dat nu wylen Hilletje Laubscher wed:
Christoffel Smith aan haare mede overledene dogter Anna Catharina Smith wed:e
Izaak Hendrik Bauermeister heeft gedonateerd onder conditie van niet te mogten
worden verkogt, ingevolge acte van de 16 Decemb: 1797 over de destyds not:s
J:D: Karnspek en getuigen opgerigt en thans aan de overledene is
vervallen |
Baaten des boedels
| | Rd:s |
| een onderh: obligatie ten lasten voorm: Everhardus Petrus Laubser
d:d: 9 November 1811 groot | 1294:-- |
| zonder beding van renten |
| een onderh: obligatie ten lasten Nicolaas Gerhardus Heyns per rest
nog groot | 93:16 |
Lasten des boedels
| | | Rd:s |
| voldaan | aan Pieter Eduard Hauman aan
capitaal | 1000 |
| | renten zedert 22 Feb:y j:l: |
| de vrye meid Diena
volgens onderh: bewys d:d: 5 May j:l: | 120 |
| renten zedert den datum der obligatie |
| een slaven meisje genaamd Caatje van de Kaap met
alle zoodanige kinderen als dezelve in den tyd mogte komen te verwekken onder
speciaale conditie dat hare gen: dogter Anna Catharina Smit daar voor na den
comp:te overlyden aan derzelven boedel in promptis zal uitbetaalen eene somma
van twee honderd ryksdaalders à 48 st:s zonder dat ged:t slaven meisje nog de
daar van te komen kinderen, kindskinderen en verder afstammelingen zulle mogen
worden verkogt, maar by meerm: wed:e Bouwermeester moeten blyven tot den dag
haares dood als wanneer gem: slaven meisje en derzelven te verwekkene kinderen
op de comp:te voorz: dogter’s kinderen of descendenten zullen moeten
devolveer en verblyven; compareerde meede voorm: Anna Catharina Smit dewelke
verklaarde de bovengemelde gifte ter zaaken der doods onder de daar by bepaalde
conditien dankbaarlyk te accepteeren en zig promptelyk daarna te zullen
gedraagen |