MOOC8/36.42
{18210922} 22 September 1821
Gerrit Hicken
Inventaris van alle zodanige goederen en effecten, als er op Woensdag den
negenthienden dag deezer lopende maand September in den jaare onzes Heeren een
duizend acht honderd een en twintig ’s avonds de klokke half tien uuren
metter dood zijn ontruimd ende nagelaten door Gerrit Hicken, geboortig van
Amsterdam , hebbende de overledene by
testamentaire dispositie in dato 31 May 1817 voor den Notaris Publiek ten
deesen gouvernemente m:r Jacobus Petrus de Wet en getuygen opgerigt, na vooraf
eenige legaten te hebben besproken tot zyne eenige en universeele erfgenamen
benoemd en aangesteld zyne twee kinderen by wylen zyne huisvrouwe Maria
Grandjan in wettig huwelyk verwekt, met namen
en voorts bij zekere onderhandsche acte in dato 15 deeser uit kragte der
clausule reservatoir den voorsz: testamente bygevoegd het eerwaarde Collegie
van Heeren Weesmeesteren alhier verzogt tot executeuren van hetzelve testament
en voogden over zijne natelatene onmondige erfgenamen, weshalvers den boedel en
nalatenschap door de ondergetekende gecommitteerde Weesmeesteren na gedane
ontzegeling is geinventariseerd en opgenomen, mitsgaders bevonden te bestaan in
al het volgende, te weeten
In een huurhuys van D:l Dixon en aldaar
Aldus geinventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop ten huize voormeld op den
22 September 1821, ende zulks op het op en aangeeven van de vrye vrouw Candasa
van de Kaap, dewelke verklaarde zig hierinne ter goeder trouwe te hebben
gedragen en met haar weeten niets verzweegen of terug gehouden te hebben van al
het geen tot den boedel en nalatenschap behoord, invoegen zy dan ook betuijgde
de deugdelykheid harer opgave ten allen tijde des vereischt werdende met
solemneele eede nader te bevestigen en verdere belofte zo hierna nog iets tot
voorsz: nalatenschap behoorende mogte worden ontdekt, daarvan nader en
getrouwelijk ter Weeskamer opgaaf te zullen doen ten einde dezen inventaris
daarmede te amplieeren.
In teeken der waarheid is deezen ter presentie van ons gecommitteerde
Weesmeesteren ende my Adjunct Commis der Weeskamer door de inventariente
ondertekend
marina - nevenstaande figuren zyn door de vrye vrouw Candasa /thans
opgevende gen:d te zyn Maria Alexanderse/ voor haare naamtekening ter
nedergesteld
Als gecomm: Weesmeesteren: A:V: Bergh, A: van Breda
My present: J: Serrurier, Adj:t Commis
| 1) Willem Brordus Hicken en |
| 2) Maria Hicken |
In een achter kamer
| elf schilderyen in zoort |
| een ledikant met behangzel, met bedt, kussens en
deeken |
| een lessenaar en |
| een klein kistje en |
| een goude ring |
| een kleine lessenaar waarin |
| drie zilvere zakhorologies |
| een zilvere snuyfdoos |
| een p:r zilver schoengespen |
| een p:r goude kniegespen |
| twee p:r zilvere kniegespen |
| een p:r staale kniegespen |
| een zilvere broeksgesp |
| drie zilvere handknopen |
| een glazenmakers diamant |
| een kistje met oude lappen en rommeling |
| een koffer |
| een kist |
| twaalf broeken |
| zeeven baatjes |
| twee p:r handschoenen |
| twee lakense rokken |
| een lakense jas |
| vier p:r kousen |
| vyf hembden |
| twee doeken |
| een hoed |
| een lap vlaggedoek |
| twee slaapmutzen |
Crediten des boedels
| | | Rd:s |
| | contanten |
| | aan Kaapsch papiere munt eene somma van negen en negentig
rijksdaalders zegge | 99 |
| | een notarieele obligatie ten lasten nu wylen Johannes
Paulus Eksteen de dato 24 January dezes jaars groot aan capitaal, betaalbaar
zes maanden na dato | 800 |
| | met de renten zedert den 24 January dezes jaars |
| | een notarieele obligatie ten lasten Johan Jacob Meinert de
dato 7 Maart 1812 | 450 |
| | met de renten zedert [ ..... ] |
| | een notarieele obligatie ten lasten voorm:e Meinert de dato
22 September 1814 groot aan cap:t | 350 |
| | met de renten zedert [ ..... ] |
| voldaan den 8 Feb:y 1822 | een onderhandsche schuld
bekentenis ten lasten Jan de Bruyn de dato 4 Septbr 1821
groot | 200 |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan Regina van de Kaap lyfeigen van de heer Jan
Andries Horak over een legaat by onderhandsche dispositie aan haar
besproken | 800 |
| aan de vrye vrouw Candasa van de Kaap over een legaat by
onderhandsche dispositie aan haar besproken | 150 |
| aan Petrus Gerhardus Weilbach over een legaat by onderhandsche
dispositie aan hem besproken | 50 |
| aan voorm: vrye vrouw Candasa over een maand
kamerhuur | 14 |