MOOC8/36.3
{18200208} 8 Februarij 1820
Sara Theodora
Rijkheer
Jan: 1820, 2
Inventaris van zodanige goederen, als er op Zondag den dertigste dag der
maand January in den jaare een duyzend acht honderd en twintig met er dood zyn
ontruimd ende nagelaten door den ongehuwde meerderjarige dogter Sara Theodora
Rykheer hebbende de overledene by testamentaire dispositie in dato twee en
twintigsten January j:l: voor den Notaris Publiek Franciscus Xaverius Lind en
zekere getuigen opgerigt, tot haare eenige en universeele erfgenaame
genomineerd ende geinstitueerd, haare by zeekere Lieutenant Wood in onecht
verwekt kind genaamd
en by vooroverlyden van dezelve haare wettige descendenten by
representatie, mitsgaders het Eerwaarde Collegie van Heeren Weesmeesteren
verzogt, benoemd en aangesteld tot Executeuren van datzelfde testament,
redderaars van haare nalatenschap en administrateurs van dezelve, mitsgaders
tot voogden over haare nagelatene minderjarige erfgenaame, terwyl dezelve als
meede voogd over haare natelatene minderjarige dochtertje als mede heeft
benoemd en aangesteld haar oom Willem Joachemus Rykheer, wiens volgens dezelve
nalatenschap door ons ondergetekende gecommitteerde Weesmeesteren zyn opgenomen
en ingeschrifte gebragt, bestaande alle deese goederen in de volgende,
namentlyk
Ten huize van Wilhelm Joachemus Rykheer alwaar de overledene het laatste
is woonagtig geweest
alle welke goederen de overledene by onderhandsche dispositie de dato
20:ste January j:l: had begeert dat dezelve zoude verblyven aan haare in den
hoofde deeses gemelde nagelatene kind en erfgenaam
Aldus geinventariseerd ten huize voormeld op den 8:ste February 1820 ende
zulx op het op en aangeeven van de in den hoofde deeses gemelde W:J: Rykheer,
dewelke verklaarde zig hierinne ter goeder trouwe gedragen en niets verzweegen
of terug gehouden te hebben het geen tot voormelde nalatenschap behoord,
invoegen hy ook getuigde de deugdelykheid zyner opgaave ten allen tyde des
vereischt werdende met eedige stand te doen, en belofte wyders zo hierna nog
iets tot gezegde nalatenschap behorende mogte worden ontdekt daarvan nader en
getrouwelyke opgave te zullen doen ten einde deezen inventaris daarmede te
kunnen worden geamplieerd.
In teeken der waarheid is deezen inventaris door dikwyls gemelde Rykheer
in tegenwoordigheid van ons ondergetekende gecommitteerde Weesm: ende den Adj:t
Commis behoorlyk gesubschribeerd.
Als gecomm: Weesm: A:V: Bergh, A: v: Breda
Voor den opgaaf: W: Rykheer
My present: P:E: Faure, Adj:t C:
| Alida Barendina Magdalena Wood oud 2 jaren |
| een kleeder kast /:waarin:/ |
| agt rokken |
| tien tabberts |
| een zeyde gon |
| twee zeyde tabberts |
| vyf spensers /in soorte/ |
| zeven doeken /in soort/ |
| een egte gebloemde tjaal |
| een nagemaakte tjaal |
| zeven lappen |
| drie zeyde lappen |
| een zilvere zuikere pot |
| vier zilvere leepels |
| vier zilvere vorken |
| twee waaiers |
| een staale hair kam |
| een doosje met vier snoere egte paarltjes |
| een doosje met een stel agate steenen en bellen |
| een doosje met restant egte en andere kanten |
| een doosje met een paar goude oorkrabben |
| een ring met steenen |
| een goude halsketting en |
| een goude borspeld /defect/ |
| een parasol |
| een spaarpot |
| een schryfkistje |
| een verlakte schenkblad |
| negen gebaks vorme |
| agt wit aarde borden |
| een wit aarde souspotje |
| een groote en 24 kleine blikke vormen |
| een blikke wors spuyt |
| een blikke melkkan |
| een eyzere koekepan |
| een schuimspan |
| een visch schop |
| een zwarte aarde trekpot |
| een aarde comfyt pot |
| een ledige kistje |
| een wasch balie |
| drie boeken /in soort/ |
| een veedere bed, peul, vier kussens en een wolle deken |
By de manh: Coenraad van Eyssen
| zes ledige bottels |
| een vles |
| een yzere pot |
| een drievoet |
| een wasch balie |
Crediten des boedels
| | | Rd:s |
| | van Anna C: Steyn op een onderhandsche obligatie de dato
30:ste December 1818 aan capitaal | 400 |
| renten vold: tot den 9 Sept:r 1820 | met de renten a 6
pc:to per anno zedert 9 Sept: 1819, volgens de laatste quitantien | [
..... ] |
| | van Marthinus Hermanus le Roux op een onderhandsche
obligatie de dato 25:ste January j:l: aan capitaal | 100 |
| | met de renten a 6 pc:t per anno zedert primo January
j:l: |
| | van Wilhelm Joachemus Rykheer op een onderhandsch briefje
de dato primo January j:l: aan capitaal | 100 |
| | met de renten zedert gemelde datum |
| vold: den 29 May 1821 | van Coenraad van Eyssen over
koop van twee balies | 7 |
Last des boedels
| | Rd:s |
| aan opgem:e Wilhelm Joachemus Rykheer blykens specifique
rekening | 29:24 |
| aan denzelven over een by onderh: dispositie de dato 22:ste
January 1820 door de overledene besproken legaat | 200:-- |