MOOC8/34.2
{18151208} 8 December 1815
Coenraad Christoffel Herman
Inventaris van zoodanige goederen als er op den 4:e September deses jaars
aan boord van het Hollandsch koopvaardig schip deop de ryze van
Amsterdam naar hierwaards metter dood zyn ontruiymd
ende nagelaten door Coenraad Christoffel Herman hebbende den overledene by
testamentaire dispositie op den 6:e Mey bevoorens voor den notaris m:r Johannes
Commelen te
Amsterdam in getuigen opgeregt tot
zyne eenige en algeheele erfgenamen benoemd ende g’institueert zyne
gezamentlyke broeders en zusters ende der vooroverledenen wettige afkommelingen
by plaatsvulling waaronder zig verscheide minderjarige komen te bevinden
En vermits by hetzelve testament geene executeuren nog voogden over de
minderjarige erfgenamen aangesteld nog ook heeren Weesmeesteren daarby van de
beheering en administratie van des overledenens nalatenschap zyn gesecludeert,
is dezelve uit dien hoofde by het Collegie van Heeren Weesmeesteren dezer
Colonie amptshalven ter beredderinge aanvaard, bestaande dezelve goederen
blykens den daarvan door den captein van opgemelden bodem Klaas Stoffels en den
supper carga der lading Joseph Bebber op den 5 September dezes jaars
geformeerden onderhandschen inventaris in het volgende: te weeten;
Pro memorie: volgends ontvangene mondelyksche informatien bevind zig onder
de administratie van Gysbert Henry Maasdorp alhier de erffenis aan den
overledene van wylen zyne ouders Johannes Zacharias Herman en Aletta Maria Fick
te beurt gevallen, mitsgaders onder die van Carel Albrecht Haupt Danielsz:n
alhier hetgeen vanden overledene uit de nalatenschap van wylen zynen broeder
Fredrik Lambertus Herman voor erffenisse is toebedeelt, en waarmede dezen
inventaris nadat daarvan door de genoemde administrateuren, rekening en
verantwoording zal zyn gedaan, zal werden g’amplieerd
Aldus geformeerd ter Weeskamer aan de Kaap de Goede Hoop den 8:e December
1815
Als gecomm: Weesmeesteren: Daniël de Waal, A: v: Breda
My present: G:A: Watermeijer, E:C:
Ampliatie
Carl Albrecht Haupt Danielszoon op den 6:e Februarij 1816 ter Weeskamer
verscheenen zijnde, ten einde rekening en verantwoording te doen van de
erffenisse aan den overledene, uit de nalatenschap van zijnen vooroverledenen
broeder Fredrik Lambertus Herman te beurt gevallen, heeft na dat zijne
geformeerde afrekening vooraf door Heeren gecommitteerde Weesmeesteren,
geexamineert en geapprobeert is geworden, vervolgens ten behoeve des boedels
ingebracht
Ter Weeskamer aan de Kaap de Goede Hoop datum ut supra
Als gecomm: Weesmt:n: A: v: Breda
| een zilvere lepel en vork |
| een groene jas |
| een blaauwe rok |
| twee blaauwe pantaloens |
| negentien fyne hembden |
| tien paaren witte katoene kousen |
| twee paaren zokken |
| drie nieuwe vestjes |
| twee zakdoeken |
| zes witte halsdoeken |
| twee gecouleerde halsdoeken |
| twee kussen sloopen |
| een gecouleerde Nankings broek |
| twaalf servietten |
| negen handdoeken |
| een zilvere horologie met zilvere sleuteltje |
| een paar goude oorringen |
| een nieuwe hoed |
| een paar schoenen |
| een paar nieuwe laarsen met kappen |
| | | Rd:s |
| renten vold: den 1 Nov: 1816 capitaal en renten vold: den 7
April 1818 | een schepenenkennis ten lasten George Fredrik Heunig, de
dato primo December 1815, groot aan capitaal ƒ10000
ofte | 3333:16 |
| | rentende à 6 pc:to per anno ’t zedert primo November
1815 |
| renten voldaan tot primo November 1816. Deeze schuld zal door
A:v: Breda A:z in huwelijk hebbende M:J: Herman worden
overgenomen | een schepenenkennis ten lasten Johannes George Lotter
Willems zoon, de dato primo December 1815, groot aan capitaal ƒ8000
ofte | 2666:32 |
| | rentende á 6 pc:to per anno ’t zedert primo November
1815 |
| voldaan met de renten den 4:e April 1816 | een
schepenenkennis ten lasten Johan Martin Herman, als in huwelijk hebbende de
weduwe Johannes Diehl, de dato 17 Meij 1804, groot aan capitaal per rest ƒ4000
ofte | 1333:16 |
| | met de renten à 6 pc:to per anno ’t zedert primo
September 1815 |
| renten voldaan tot primo May 1816. Deeze schuld zal door voorm:
M: van Breda bij afreekening worden overgenomen | een notarieele
obligatie ten lasten Bartholomeus Schultz, de dato 20 Junij 1810, groot aan
capitaal | 700:-- |
| | met de renten à 6 pc:to per anno ’t zedert primo Maij
1815 |
| | mitsgaders in contanten eene somma van een honderd acht
en dertig rijksdaalders en zes en twintig stuijvers papier en kooper
munt | 138:26 |