MOOC8/31.62
{18160302} 2 Maart 1816
Matthias Auinger
C: Bird
Inventaris van alle zodanige goederen en
effecten als er door wylen Matthias Auinger /: in leven slagters knegt in
dienst van George Muller en alt:/ by deszelfs overlyden, ten dezen dorpe zyn
nagelaaten, mitsgaders volgens genoomen besluit en verleende qualificatie van
Weleerw:e Heeren Weesmeesteren, op heden opgenoomen en bevonden te bestaan
in:
Aldus gedaan en g'inventariseerd te
Graaff
Reinet op den 2:en dag der maand Maart 1816 volgends het op en aangeeven
van Fredrik Sluyermacher dewelke betuigde zig in het op en aangeeven des
voormelden boedels ter goeder trouw te hebben gedraagen en niets met weeten
verzweegen of agtergehouden te hebben, verklaarende zig dus bereid ten allen
tyde des gevorderd wordende, deezen opgaave met solemneelen eede te zullen
staaven en verdere belofte zo hy iets nader tot den boedel behoorende mogte
komen te ontdekken, deeze inventaris daarmede te zullen emplieeren ende is
zulks geschied door my onderget:e Landdrost van
Graaff Reinet ten byweezen van d' E:E:s Hendrik
Adriaan Meintjes en Jan Hendrik Greyling als getuigen
A: Stockenstrom, Landd:
H:A: Meyntjes, J:H: Grijling
| een p:r stievels |
| een p:r schoenen |
| een p:r spooren |
| een knip mesje |
| een inkt koker |
| een boekje |
| een velle combaars |
| een oude hoed |
| een sjambok |
| een boven baatje |
| twee onder baatjes |
| twee broeken |
| twee hembden |
| agt en twintig doeken in zoort |
| vyf tjaals |
| twee schitzen |
| twee en dertig banjen hoeden |
| twaalf schaaren |
| vier potlooden |
| een weinig lak |
| eenige spelden |
| een en veertig strengen zeide |
| een pakje swarte zyde |
| drie pakjes garen |
| agtien yzere trompes |
| tien en een half el swart lampher |
| eenig oud scheergoed |
| eenig oud vuurgoed |
| een boek papier |
| een ledere zakje met een lb kruid |
| een vellies |
| een ledere zakboekje, inhoudend slagters brieven blanco; eenige
brieven en andere papieren van geen belang |
Baaten des boedels
| van Joh:s Petrus du Plessis de somma van een honderd en twintig
rd:s en zes schellingen wegens contant geleende penningen, blyk:s onderhandsche
schuldbrief |
Schulden des boedels
| | | Rd:s |
| aan de colonies
chirurgyn Karel Philip Koning blyk:s rek:g | 6 |
| aan F: Sluyermaker | 21 |
| | Somma | Rd:s27 |