MOOC8/31.27
{18150211} 11 Februarij 1815
Klaas Prinslo ,
Geertruyda Johanna du
Plessis
Inventaris van alle zodaanige goederen en effecten als er door Klaas
Prinslo en wylen deszelfs huisvrouw, Geertruyda Johanna du Plessis, en
gemeenschap bezeeten en door laatstgem: ab intestato met er dood ontruimd en
nagelaaten, mitsgaders heden opgenoomen en bevonden te bestaan in
Aldus gedaan en g'inventariseerd, ten adjunct drostdye
Cradock op den elfden dag den maand February
1815, volgens het op en aangeeven van Klaas Prinslo, dewelke betuigde zig in
het op en aangeeven des voormelden boedels ter goeder trouwe te hebben
gedraagen en niets met weeten versweegen of agtergehouden, verklaarende zig dus
bereid ten allen tyde deeze opgaave des gevorderd wordende met zolemneele eede
te zullen staaven, en verdere belofte zo hy iets nader tot den boedel
behoorende mogte ontdekken, deezen inventaris daarmede te zullen amplieeren
ende is zulks geschied, door my ondergetekende Adjunct Landdrost, ten byweezen
van d' edele Louis van Wyk en de manhafte Philippus Albertus Opperman
Voor d' opgaave: Klaas Prinsloo
A: Stockenstrom, Adj: Landd:
L: van Wijk, P:H: Opperman
Beddegoed
| een bulzak |
| een peul, drie kussens en een combaars |
| een beddezak |
Beestiaal
| een ryd paard |
| een merry met haar veule |
| dertien aanteel beesten |
| twee honderd twee en tagtig schaapen |
| zeven en zestig bokken |
| elf ossen |
Beestiaal
| een rydpaard |
| een merry met haar veule |
| dertien aanteelbeesten |
| tweehonderd twee en tagtig schaapen |
| zeven en zestig bokken |
| elf ossen |
| een wagen met toebehooren |
| een wagen kist |
| een wagen katel |
| een zadel en toom |
| twee stoelen |
| een kogelform |
| twee boter vaatjes |
| een party oud yzer |
| een zaag |
| een houtbyl |
| een koevoet |
| een yzere drievoet |
| drie yzere potten |
| een yzere lepel en fork |
| twee ketels |
| een emmer |
| een water vaatje |
| een schuifdoosje |
| een tinne schotel |
| zes tinne borden |
| drie tinne lepels |
| drie forken |
| een snuiter |
| een schaar |
| veertig steenen zeep |
| vier Psalm boeken |
| een paar zilvere schoegespen |
| een borssel |
| twee kammen |
| twee geweers |
| een ongemaakte geweer laai |
| een rooster |
Baaten des boedels
| van Gerrit Knoetze, over verkoop van een paard rd:s twee en
veertig |
| van Jan de Bruin over verkoop van een kist rd:s tien |
| van de Weeskamer over een erfportie komende ten profyte deezes
boedels uit het nalaatenschap van wylen Hendrik Fredrik Prinslo rd:s vyf en
twintig |
Contanten
| een rykdaalder en vier schellingen, heden door Johan Hend:k
Bakemeyer als zyn debit aan de boedel voldaan |
Schulden des boedels
| aan Isaac Leesen voor negotie goederen een honderd
rykdaalders |
| aan Hendrik van der Vyver voor negotie goederen zes
rykdaalders |
| aan Johan Jacob Pansegraauw voor negotie goederen zeven
ryksdaalders |
| aan Lourens Rasmus Erasmus voor negotie goederen vyf
ryksdaalders |
| aan Daniel Jac:s Erasmus d' oude voor geleende contanten een en
veertig ryksd:rs |
| aan Jan Robbertse voor 't repareeren van een wagen zeven en
twintig rd:s |
Erfgenaamen
| Sophia Geertruyda Johanna van der Merwe gehuwd met Marthinus
Lourens Prinslo |
| Geertruyda van der Merwe gehuwd met Jac:s Eduard Kock |
| Helena Maria van der Merwe gehuwd met Joh:s Christ:l
Roelofse |
| Elsje Jacoba van der Merwe gehuwd met Hendr: Pet:s Prinslo |
| Klaas Joh:s Petrus Prinslo gebooren op den 22:e Sept:r 1814 |