MOOC8/19.29
{17861229} 29 December 1786
Jacoba van der Merwe
Staat en inventaris van alle zodanige goederen en effecten, als met ’er
dood ontruijmt en nagelaten zijn bij wijlen Jacoba van der Merwe, ende ten
behoeve van hare erfgenamen, haren overgeblevenen man den burger Christiaan
Aucamp, mitsg:drs de door haar in ’t eerste huwelijk bij wijlen den burger
Willem van der Merwe verwekte drie kinderen, in namen
als meede de bij gem: Christiaan Aucamp in ’t laatste huwelijk verwekte
Maria Elizabeth Aucamp, opgegeeven door voorsz: Christiaan Aucamp en vervolgens
bij mij Johan Jacob Frederik Wagener, Secretaris der colonie Graaffe-Rijnet ter
praesentie van de nagenoemde getuijgen in geschrifte gesteld, bestaande deselve
in de volgende, namentlijk
Aldus door den in den hoofde deeses gem: Christiaan Aucamp onder
praesentatie van eede opgegeeven en g’inventariseert denwelken verklaarde,
zig daarin na zijn beste kennis en weetenschap gedragen te hebben met belofte
van wanneer namaal nog eenige goederen tot den boedel behorende, mogt komen
t’ ontdekken, deselve insgelijx te zullen opgeeven.
Actum den 29 December 1786 ter plaatse van den heemraad d’ edele Josua
Joubert gen:t
Vergenoegt gelegen in de
Camdeboo ter praesentie van de edele Josua
Joubert en den burger Jacobus Pretorius, die de minute deeses beneevens den
inventarient en mijn Secretaris behoorlijk hebben onderteekend.
’T welk ik getuijg: J:J:F: Wagener, Secret:s
| Willem van der Merwe Willemsz: |
| Jacoba en |
| Elsie van der Merwe |
| een bed, peul, 3 kussens en een oude combaars |
| een emmer |
| twee ysere potten |
| een kleyne kist |
| een oude rooster |
| een boor |
| een hand zaag |
| een snijmes |
| een dissel |
| een schaaf |
| een rasp, een pik en een grave |
| een boter vat waarin circa vyfhondert ponden boter |
| een oude ossewagen met al zijn toebehoor |
Beestiaal
| een merrij paard |
| vyfthien trek beesten |
| negentig aanteel schapen |
| twee en dertig aanteel beesten |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan den burger Gerrit van Wijk Arysz: op een onderhands
schuldbriefje in dato 10:e April 1784 à 6 p: c:o in ’t
jaar | 100:-- |
| aan den burger Pieter de Hoog over eenige negotie goederen blykens
een briefje in dato 10 April 1784 | 46:36 |
| aan denselfde Pieter de Hoog op een briefje de dato 27 April 1784
over de volgende goederen van waar bij egter geen prijs is bekend gesteld,
bestaande in |
| 1/2 p:s linne baaij |
| 1/2 p:s grof linnen |
| 4 ellen rode baaij |
| 1 p:s blaauwe bafta |
| 4 lb thee |
| 4 lb zuijker |
| 4 lb coffij |
| een paar Deense koussen |
| een paar peeper en zout koussen |
| 7 ellen fijn linnen en |
| 3 p:s neusdoeke |
| aan den burger Hendrik Christiaan Herhold, blijkens een brief in
dato 21 April 1786 over de volgende goederen waarbij insgelijx geen prijs
gesteld is |
| een hoed |
| 1 p:s linnen |
| 1/2 rol wolle baaij |
| 1 p:s blaauwe bafta |
| twee strengen zijde |
| 1 p:s roden gingang |
| 1 p:s blaauw gingang |
| 1 lb garen |
| aan den burger Willem Grobbelaar Claasz: over een merrij
paard | 12:-- |
| aan den burger Hendrik Catenbrink over arbeids
loon | 12:-- |
| aan Johannes Botha Fredriksz: over
contant | 20:-- |
| aan de minderjarige Willem van der Merwe Willemsz:, Jacoba en
Elsie van der Merwe zo veel hen voor vaders bewijs uijt den boedel competeerd
en ’t geen den inventarient met wel weet op te geeven, maar zegt ter
Secretarije van Heeren Weesmeesteren bekend te staan | 321:-- |