MOOC8/15.24
{17740309} 9 Maart 1774
Jan Hendrik Kruger
v: Plettenberg
Inventaris van alle zodanige goederen als metter dood zijn ontruijmd ende
nagelaaten door den burger Jan Hendrik Kruger van
Hamburg , na alvorens bij testament sub dato 21:e
December 1772, door den gesw:ren clercq ter Secretarije van Justitie mons:r
Christiaan Libregt Kloege en getuijgen opgeregt, tot erfgenamen in zijne
natelatene goederen te hebben genomineerd ende aangesteld, desselfs bij wijlen
zijn vooroverleedene huijsvrouw Johanna Catharina Hartog in huwelijk verwekte
twee kinderen, met naamen
Zijnde verders des overleedens zoon Jacobus Henricus Kruger, door
denselven bij wijlen zijne eerste huijsvrouw Magdalena van der Mist in huwelijk
verwekt, ingevolge het gem:e testament, slegts in de simpele legitime portie
geinstitueerd: terwijl Heeren Weesmeesteren tot executeurs van dat testament en
voogden over de minderjarige erfgenamen benoemd zijnde, de nalaatenschap door
de ondergeteekende gecomm:de Weesmeesteren geinventariseert geworden en
bevonden is te bestaan in het volgende, namentlijk
Bevindende zig voorts ter plaatse van den landbouwer Isaak Nieuwout nog
eenige goederen tot deesen boedel gehorende, welke bij aparte lijste daarvan
staan te werden bekend gesteld.
Aldus geinventariseert ten huijse voorm:t aan Cabo de Goede Hoop den 9:e
Maart 1774.
Als gecomm:e Weesm:ren: C: Brand, H: le Sueur
Mij preesent: O:G: de Wet, Secret:s
| Jan Bartholomeus oud [ ..... ] en |
| Christiaan Kruger oud [ ..... ] jaaren |
Ten huijse van den burger Jacob Taillard
| een cabinet, daar in |
| een kistje |
| een spiegeltje |
| vier blicke trommels in zoort |
| een partij blicke formen |
| een oude tinne thee keetel |
| een lap geschildert doek |
| een porcelijne camerpot |
| een porcelijne com |
| twee copere candelaars |
| een copere tabaksdoos |
| een copere staartpannetje met zijn deksel |
| een tinne coffijkan |
| een tinne trekpot |
| een tinne peeperbus |
| een tinne soutvaatje |
| een partij boeken in zoort |
| een partij ledige bottels en flessen |
| een harsvanger met zijn porte epée |
| een handrotting |
| een spritse spuijt |
| een loode doos |
| en voorts eenige oude kleederen en rommeling |
| een kist, daar in |
| drie blicke trommels |
| een ijsere balans met twee copere schaalen |
| twee sassenetten |
| ses porcelijne borden in zoort |
| een porcelijne camerpot |
| drie leedige flessen |
| een aarde confoor |
| een tinne steekbecken |
| een copere vischkeetel |
| een lessenaar, daar in |
| een cijfferleij |
| een liniaal |
| een inktkoker, en voorts eenige flesjes, potjes en
rommeling |
| vier silvere leepels |
| sesthien silvere knoopen met steenen |
| een p:r silvere schoengespen |
| een p:r goude halsslootjes |
| vier goude handgespjes |
| twee p:r goude handknoopen |
| eenige copere en tinne knoopjes |
| een blicke trommeltje |
| contant twee en veertig stuijf:s |
| ses stoelen |
| twee tafels |
| een capstok |
| twee schilderijtjes |
| een paar laarsen |
| twee spugbaletjes |
| een rak |
| een pavilloen met zijn behangsel |
| een buldsak |
| drie kussens |
| een wolle deeken |
| een lap zijl |
| een sassenet |
| een ijsere ovenhaak |
| een ijsere vuurstulp |
| drie schoorsteenkettings |
| een huijsladder |
| een vuurmand |
| een houte bak |
Leijfeijgenen
| een slavinne gen:t Dorinda van Bengalen ,
welke naar den teneur van het testament eertijds door den overleedene verpand
geweest, en vervolgens uijt den soogenaamde spaarpot der twee kinderen uijt het
laatste huwelijk weederom ingelost geworden is, en neevens haar sedert
overleeden kind nooijt zal mogen
werden verkogt, maar bij gem:e twee kinderen moet blijven wonen, ten fine
deselve door het gunt zij opbrengt te ondersteunen, dog bij wangedrag aan dit
Collegie vrijstaande deselve te mogen verkoopen |
| een slavinne gen:t Lijs van Bougies |
| 1 slave jonge gen:t Augustus van
Bengalen |