Cape Council of Policy
977
1695-05-03
Minute details
- Entry number
- 977
- Date
- 1695-05-03
- Year
- 1695
English translation
While Her Honor, the Lords, the Commissioners, and authorized by her esteemed letters dated August 25, September 7, 1692, and January 21 and 25 of this year, [79] have not only kindly informed us of the enemy's intention to undertake an operation against Malacca and Pondicherry under the command of Admiral Monsieur Dandesne, and that, in accordance with the supplementary order contained in the aforementioned first letter, we had recently sent the necessary notice to the respective governments of Ceylon and Malacca by the galliot 't Hoen. [80] This was further confirmed by Her Honor. Great Achtb., not knowing that the enemy might also have his eye on this Residency, especially as her Noble Great Achtb. with her Noble Great Achtb. Her esteemed letter of January 21, 1695, orders us to establish a defense position similar to that of the enemy, with permission, should we deem it necessary to reinforce this garrison, to raise it from the ships for a short time. By virtue of this consent, we have all been advised, with all due care, to raise 132 men from the following ships present, namely:
The City of Cologne, Sergeant Ambrosius Zas with 45 men. 46
The Waalstroom. 30
Oostersteijn. 20
Serjansland. 20
Voorschoten, a constabulary with 14 men. 15
De Voetboogh, 1st mate. 1
132
De Stadt Cologne, Sergiant Ambrosius Zas, with 45 men. 46
De Waalstroom. 30
Oostersteijn. 20
Serjansland. 20
Voorschoten, a constabulary with 14 men. 15
De Voetboogh, 1st mate. 1
132
From the aforementioned force, to supplement our standard number of this government, the 32 men, whom we were previously forced to deploy to advance some weakened Dutch ships, have been deducted. The remaining 100 men will also serve as reinforcements for this garrison for as long as necessary. understands where the enemy has gone, in order to be further sent to India.
Furthermore, it was also brought into consultation with the rightful Lord Governor that various officer positions among the companies, both on foot and on horseback, of the freemen at Stellenbosch and Drakenstein were vacant due to death, or otherwise, and it was also considered that the inhabitants of Drakenstein had increased in number to such an extent that a new infantry company could be adequately formed from it, so that it, being staffed by good officers, could be all the more ready to serve this Colony on all occasions (in these wartimes). Thus, after deliberation, His Honor and this Honourable Council resolved on the matter, to encamp the aforementioned new Company from the freemen at Draackensteijn and to appoint the following persons as officers in the first instance: Hans Jurgen Grimp, captain of the cavalry, Pieter van der Bijl, lieutenant, and Jan Botma, cornet, were substituted for the vacant officer positions of the aforementioned Company on horseback.
The following were appointed as foot officers for the Company: Jacob de Wilde, captain, Ferdinandus Appel, lieutenant, and Hendrik Hendriks Elbert, ensign.
And as officers of the new foot company, Jacob de Savoije was appointed at Draackensteijn as captain, Jacobus van der Heijden85 as lieutenant, and Gerrit Cloeten86 as standard-bearer.
Thus arrested and confined in the Castle of Good Hope on the date as above.
[Signed:] S. v. STEL.
[Signed:] JOAN BLESIUS.
[Signed:] ADRIAEN VAN REEDE.
[Signed:] GD. VIEROOT.
[Signed:] W. CORSSEN.
[Signed:] Presently HUGO DE GOIJER, Secrets.
Original Dutch transcription
Terwijl haar Edle. Groot Achtb. de Heeren gecommitteerde Bewinthebberen ende geauthoriseerdens bij haar geeert schrijvens van den 25 Augustij, 7 September 1692 mitsgs. den 21 en 25 Jannuarij deses jaars79 ons daer bij niet alleen hebben believen kennisse te geven van des vijands desseijn omme onder ‘t bestier van den admirael monsr. Dandesne op Malacca en Pondecherij te ondernemen en dat wij ingevolge de geinjungeerde ordre in het geseijde eerste schrijvens vervat onlanghs daer aff per ‘t galjoot ‘t Hoen de nodige advertentie na de respective gouvernementen van Ceijlon en Malacca 80 hadden laten affgaan: dat noch wijders, alsoo haer Ede. groot Achtb., niet wetende off den vijand het ooge ook niet wel op dese Residentie mochte hebben, t’ meer alsoo haar Edle. groot Achtb. bij haer Edle. Groot Achtb. bij haar geeerdt schrijvens van den 21 Jannuarij 1695 ordonneren ons in soodanige staat en postuur van defentie t’ stellen, even off den vijand dagelijcks alhier afftewachten was, met permissie, ingeval wij noodich oordeelden meerder militie tot versterckinge van dit guarnisoen nodich te hebben, die voor een corten tijt van de scheepen te mogen lichten, uijt krachte van welcke gedragen consent wij alle seeckerheijtshalve t’ raade sijn geworden uijt de navolgende present leggende schepen t’ lichten 132 koppen, t’ weten uijt:
De Stadt Keulen den sergiant Ambrosius Zas met 45 man. 46
De Waalstroom . 30
Oostersteijn . 20
Serjansland . 20
Voorschoten een constapel met 14 man. 15
De Voetboogh 1 do maat. 1
132
De Stadt Keulen den sergiant Ambrosius Zas met 45 man. 46
De Waalstroom . 30
Oostersteijn . 20
Serjansland . 20
Voorschoten een constapel met 14 man. 15
De Voetboogh 1 do maat. 1
132
Van welck bovenstaande manschap tot supplement van ons ordinarij getal deses gouvernements eerst weder affgetrocken sijnde de 32 man, de welcke wij bevoorens eenige verswacktte vaderlandsche scheepen tot reijsvorderinge genoodsaackt sijn geweest bij te setten, soo sullen de overige 100 man dit guarnisoen tot versterckinge soo lange meede dienen ter tijd en wijle toe men seeckerl. verstaat werwaert den vijand het heefft heengewend, omme als dan wijders nae Indien versonden te werden.81
Zijnde verder ook bij den wel Edle. Heer Gouverneur in overlegh gebraght, alsoo diversse officiers-plaatsen onder de Compagnien soo te voet als te paart van de vrijborgeren aan Stellenbosch en Drakensteijn door affsterven als anders althans vaceerden ende wijders ook geconsidereert dat de jnwoonders tot Drakensteijn in getal sodanigh waren toegenoomen dat daer uijt bequamelijck een nieuwe Compagnie infanterie conde werden opgereght, omme de selve van gelijcken onder goede officieren gestelt sijnde, bij alle voorvallende occasien (in deese oorloghstijden) ten meeste dienste van deese Colonie des te vaardiger te hebben. Soo is na gehouden deliberatie, soo over ‘t een en ‘t ander bij sijn Wel Edle. en deesen E. Aghtb. Raade geresolveert, de geseijde nieuwe Compagnie uijt de vrijborgeren tot Draackensteijn t’ elegeeren ende tot officieren daer over t’ stellen de volgende persoonen als eerstelijck: Soo sijn in de openstaande officiers-plaatsen van de voors. Compe. te paardt gesurrogeert Hans Jurgen Grimp tot ritmeester, Pieter van der Bijl tot luijtenant, Jan Botma tot cornet.82
Tot officieren te voet over de Compagnie aan stellend Jacob de Wilde tot capitein, Ferdinandus Appel83 tot luijtenant, Hendr. Hendricks. Elbert84 tot vaendr.
Ende tot officieren over de nieuwe Compagnie te voet, aan Draackensteijn gestelt Jacob de Savoije tot capitein, Jacobus van der Heijden85 tot luijtenant, en Gerrit Cloeten86 tot vaandrager.
Aldus gearresteert en beslooten jn ‘t Casteel de Goede Hoop op dato als boven.
[Signed:] S. v. STEL.
[Signed:] JOAN BLESIUS.
[Signed:] ADRIAEN VAN REEDE.
[Signed:] GD. VIEROOT.
[Signed:] W. CORSSEN.
[Signed:] Me praesente HUGO DE GOIJER, Secrets.