Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

925

1691-03-11

Back

Minute details

Entry number
925
Date
1691-03-11
Year
1691

English translation

In the presence of all the members.

The Honorable Commander, reporting to the meeting on the incident that occurred this past night, around eleven o'clock, between Gerrit Lolling, the young skipper of the inland yacht Schaapharder, anchored here at the wharf, on the one hand, and Simon Langedan van Hazersouw, his helmsman on the other, because some of their sailors fell on the ship's head. The aforementioned skipper, standing inside, complained to the meeting: How, yesterday, after dinner, he had embarked with the Company's letters aboard the Schaapharder, intending, as soon as possible, weather and wind would permit, to set sail and depart for homeland. Having come aboard, he had not found the pilot, Simon Langedan, and some of his sailors there, so he was forced to first have a survey carried out, and then to fire a cannon shot. His aforementioned crew remaining ashore, he came ashore in the evening to look for them and have them go aboard. Consequently, having met his late pilot at the house of Mr. C. J. Simons, fiscal of this Commandements, he asked him if he had anything further to do ashore. He replied: nothing other than that he would like to say goodbye to Secretary Melchior Kemels. The skipper then told him that he could do so, and then went aboard. to set sail and weigh anchor and keep sail.

That around eleven o'clock at night, the skipper, thinking to sail ashore with the shore barge to make sail, unexpectedly encountered his aforementioned pilot at the barge's head and asked him if he would like to step into the barge. The pilot urged him on, "To whom the devil are you saying that?" and the skipper, answering, said, "To you." At this, the pilot uttered the same words again: "You devil, I will do that if I please." The skipper, provoked by this ill-mannered language and other insults, struck him on the head with his hand, which then seized the skipper by the body. Their hands became locked and they wrestled together until the sentry severed her from the skipper's head. After this, the pilot challenged the skipper to come off the skipper's head. When they both reached the spot, the pilot drew his knife—which had neither pliers nor sword—on the skipper and cut him through his clothes from above his right shoulder to the knee, bloodying him in two places in the chest.

The helmsman, standing inside and being questioned at the meeting, stated that he did not know for what purpose the skipper had been looking. He admitted to having met him at the tax collector's house and to the words that had passed between him and the skipper there, but denied having treated him disrespectfully, indecently, or with abusive words, much less drawn his knife against him.

Jacob Joppe, master of the crew, stated at the meeting that he had seen the aforementioned helmsman Simon Langedan draw his knife against his skipper, further stating that while the skipper and helmsman were acting in the manner mentioned above, There had been a scuffle, and their sailors had shouted that they were holding it against helmsman Simon, and that Gerrit Jansz of Amsterdam, a sailor, among others, had told him, the crew chief, "If you help the skipper, I'll throw you headfirst into the water." The said sailor, along with Jan Claasz of Ha[e]rlem, along with Pieter Swanenborg of Delft, his comrades, together with sailors on the Schaapharder, were questioned in Raade, ignoring everything and claiming to know nothing about it.

And since this affair has serious consequences, it is also worth noting how much the E.Comp. the early departure of the said yacht is at stake, and that it is inadvisable to allow the voyage to the homeland to proceed with this unruly, rough and disobedient people, who, according to his pretense, had threatened the skipper with various harsh words and emphasis during the voyage between Batavia and the Cape. Therefore, after careful consideration of the matter, largely in the interest of the E.C.O., it was found appropriate and unanimously decided to defer to the aforementioned helmsman Simon Langedan until further consideration, and to let second mate Anthoni Balf, from the return ship the Berg China, go over in his place, and to let three other sailors from the aforementioned return ship go over in place of the aforementioned three sailors. and to keep the offenders in custody until further notice.5

Thus arrested and decided at the Castle of Good Hope on the date and year as above.

[Signed:] S. v. STEL.

[Signed:] ANDS. DE MAN.

[Signed:] C. J. SIMONS.

[Signed:] W. PADT.

[Signed:] N. DE JONGE VAN SIRJANSLANDT.

[Signed:] L. v. STEL.

[Signed:] J. H. BLUM.

[Signed:] Present, J. G. DE GREVENBROEK, Secrts.

Original Dutch transcription

In iegenwoordigheid van alle de leden.

D’ Ed. Heer Commandeur ter vergadering verslag doende van ‘t gunt in dese lestlede nagt omtrent ten elf uuren tusschen Gerrit Lolling de jonge, schipper op ‘t hier ter rhede geankerde inlands jagtje de Schaapharder ter êner, en Simon Langedan van Hazersouw sijn stuurman ter andere sijde,4 mitsgs. enige hunner matrôsen op ‘t hoofd deser rhede is voorgevallen; So heeft de voorn. schipper ter vergadering binnen staande sijn beklag gedaan: Hoe hij gisteren na gehouden middagmaal sig met ‘s Comps. brieven na boord van den Schaapharder voorn. hadde begeven, in voornemen, so haast weder en wind souden dienen, onder seil te gaan en na ‘t vaderland te vertrekken. An boord gekomen zijnde, hadde hij daar den stuurman, Simon Langedan, en enige sijner matrôsen niet gevonden, dies hij genoodsaakt was t’ harer narigt eerst een schouw te laaten waijen, en daarop een canonschoot te doen, en sijn opgemelde volk des ongeagt an land blijvende, kwam hij mede tegens den avond an land, ten einde om haar op te soeken en an boord te doen gaan: en gevolglijk sijn geseiden stuurman bij ‘t huijs van mr. C. J. Simons, fiscal deses Commandements, ontmoet hebbende, vroeg hij denselven of hij nog iets hier an land te verrigten hadde, dewelke ten antwoorde gav: niets anders als dat hij nog geirne sijn afscheid van den Secretaris Melchior Kemels begeerde te nemen: waar op hij schipper hem seide, dat hij sulx konde doen, en sig alsdan na boord begêven en een anker te ligten en sig seil-ree te houden.

Dat hij schipper ‘s nagts omtrent ten elf uuren, meenende met ‘s lands-schuijt na boord te vaaren om ‘t seil te gaan, buijten verwagting op ‘t hoofd deser rhede sijn meergemelde stuurman ontmoet, en hem gevraagd hadde of ‘t hem gelievde in de schuijt te stappen, dewelke hem daarop toe duwde: tegens wien donder seg je dat? en hij schipper hem antwoordende seide tegens u. Hier op slaakte de stuurman wederom dese woorden; gij donder beest dat sal ik doen als ‘t mij gelievd. De schipper door dese ongemanierde taal en andere scheldwoorden getergd, sloeg hem met de hand an ‘t hoofd, dewelke daar op hem schipper bij ‘t lijv vattede, sulx dat sij hand gemeen wierden en t’samen worzelden, tot dat haar de schildwagt van’t hoofd scheide, waarna de stuurman den schipper om van ‘t hoofd te komen uijtdaagde en sij met hun beide daar gekomen zijnde, trok de stuurman tegens hem schipper sijn mes, dewelke rottang, degen nog mes hadde, en sneed hem van boven de regter schouder tot an de knie door de klederen, hem op twe plaatsen in de borst bloedritzende.

De stuurman ter vergadering binnen staande en ondervraagd zijnde, segt niet geweeten te hebben ten welken einde de schipper geschouwd heeft, bekend wel hem bij ‘t huijs van den fiscâl ontmoet te hebben, en de woorden dewelke daar en op ‘t hoofd tusschen den schipper en hem voorgevallen zijn, maar lochend denselven oneerbiedig of onfatzoenlijk of met scheldwoorden bejegend, veel weiniger tegen denselven sijn mes getrokken te hebben.

Jacob Joppe, equipagiemeester, verklaard ter vergadering gesien te hebben dat de meergemelde stuurman Simon Langedan tegens sijn schipper ‘t mes trok, verklarende hij verders, dat terwijl schipper en stuurman in maniere voors. handgemeen waren, hun matrosen geroepen hadden, dat sij ‘t met stuurman Simon hielden en dat onder anderen Gerrit Jansz van Amsterdam, matroos, tegens hem, equipagiemeester, gesegt hadde So gij den schipper helpt, so sal ik u van ‘t hoofd in ‘t water bruijen. De geseide matroos, nevens Jan Claasz van Ha[e]rlem, mitsgs. Pieter Swanenborg van Delf, sijn makkers te samen als matroosen op de Schaapharder bescheiden, in Raade ondervraagd zijnde, negeren alles en seggen nergens van te wêten.

En nademaal dit saaken van swaaren gevolge zijn, daar en boven gemerkt hoeveel d’ E.Comp. an ‘t spoedig vertrek van ‘t geseide jagtje gelegen legt, en dat ‘t niet geraaden is, ‘t selve met dit ongebonden, ruwe en ongehoorsam volk, ‘t welk den schipper geduurende de reis tusschen Batavia en de Caab, volgens sijn voorgeven met dese en gene harde woorden en van nadruk soude gedreigd hebben, de reise naar ‘t vaderland te laaten vervorderen, So is na rijpe overweging van saaken, ten meesten dienste van d’ E.Comp. goedgevonden en eenstemmig besloten, den voors. stuurman Simon Langedan tot nader beraad hier an te houden en in desselvs plaats van ‘t retourschip de Berg China te laaten overgaan den onderstuurman Anthoni Balf, en in plaats der voors. drie matrôsen te laaten overgaan drie andere matrôsen van ‘t retourschip voorn. en de delinquenten tot nader examen in arrest te houden.5

Aldus geärresteerd en beslôten in ‘t Casteel de Goede Hoop ten dage en jaare als boven.

[Signed:] S. v. STEL.

[Signed:] ANDS. DE MAN.

[Signed:] C. J. SIMONS.

[Signed:] W. PADT.

[Signed:] N. DE JONGE VAN SIRJANSLANDT.

[Signed:] L. v. STEL.

[Signed:] J. H. BLUM.

[Signed:] Me praesente J. G. DE GREVENBROEK, Secrts.