Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

785

1686-05-22

Back

Minute details

Entry number
785
Date
1686-05-22
Year
1686

English translation

Presentment D. van Bevere25, reliquary omnibus, except for Albert van Breugel.

Collated advice regarding the departure of junior merchant Sr. Albert van Breugel,26 and the substitution of a packhouse master in his place.

The need to entrust the E.H.R.'s packhouses to a competent person, in anticipation of the imminent departure of the aforementioned Breugel, having been appointed as commissioner by her E.H.R. Ho. Achtb. in the same letter of October 8, 1685, for the Madagascar slave trade, was suggested by the E.H.R. Van Bevere could well understand the departure of junior merchant Albert van Breugel and the election of a packhouse master in his place, but since His Honor had no knowledge whatsoever of the qualifications of those who could be employed for this purpose, he could therefore not give his vote to this or that person for such an important position.

Sr. Andries de Man, administrator, maintains that Sr. Breugel must leave and that the orders of the Lords Majors must be obeyed,27 but that no person here knows anyone qualified for the position of packhouse master, and as much as his person is important, he himself would be unable to fill it due to indisposition.

Sr. Cruse, captain of this garrison, judges that Sr. Breugel, according to her orders from the High Command of the Court, must leave and that consequently his place must be filled by another without delay. Sr. de Man is obligated to select a suitable man and nominate him to the Honourable Commander, with all responsibility remaining with him.

Sr. van Keulen, fiscal, votes that the town councillor Breugel must leave and that a warehouseman must keep the books. However, since the instructions of the Honourable Mr. van Reede are unknown to him, he reserves his opinion on this matter in suspending proceedings.

Sr. Oelff Berg, lieutenant, voted that Sr. Breugel be obliged to leave, and that another person shall take his place as packhouse master.

Sr. Lodovicq van der Stel, cashier, agreed with the same.

Sr. Linnes, shopkeeper, agreed with the same, adding that if no one was found suitable for the position of packhouse master, then Sr. De Man would be the nearest.

Sr. Blum, garrison bookkeeper, agreed entirely with this opinion.

The Hon. Commander, concluding, says that upon his arrival here no packhouse master was found, and that however under his supervision until last year the management of the packhouses had been observed with the satisfaction of the authorities except in person; and agreed with the E.Comps. It is more convenient for Sr. Breugel to depart than for him to remain here, as his office as warehouse master was to be filled for a short time by the administrator, Sr. de Man, during his absence. Being of sound mind and health, and able to walk and stand, and unable to use his hands alone, he could easily use one or the other to record what goes in or out of the warehouse in his presence, should a competent person be found.

The votes having been rescinded, according to her, Ed. Ho. Achtb. Order and in accordance with this, it is approved by a majority vote that the junior merchant and packhouse master, Sr. Albert van Breugel, will be prepared to carry out his upcoming commission for the slave trade to Madagascar by means of the ship Jambi, and that the administrator, Sr. Andries de Man, will temporarily assume his office of packhouse master.28

Thus arrested and confined in the Castle of Good Hope, the year and day above.

[Signed:] S. v. STEL.

[Signed:] ANDS. DE MAN.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] J. v. KEULEN.

[Signed:] O. BERGH.

[Signed:] L. v. STEL.

[Signed:] CORNELIS PTZ. LINNES.

[Signed:] J. H. BLUM.

[Signed:] My praesente J. G. DE GREVENBROECK.

Original Dutch transcription

Praesentibus D. van Bevere25 reliquisq. omnibus, excepto Alb. van Breugel.

Gecolligeerde advijsen nopende ‘t vertreck des onderkoopmans sr. Albert van Breugel,26 en ‘t substitueren van een packhuijsmeester in desselfs plaats.

Door den E.Hr. Commandeur in Rade voorgedragen zijnde de noodsaacklijkheid om der E.Comps. packhuijsen an een bekwaam persôn te vertrouwen, ten reguarde van ‘t anstaande vertreck van den opgemelten Breugel, door haar Ed. Ho. Achtb. in derselver briev van den 8 October 1685 tot den Madagascarsche slavenhandel als commis gedispicieerd.

D’ Ed. Hr. van Bevere konde tot ‘t vertreck van den onderkoopman Albert van Breugel en ‘t verkiesen van een packhuijsmeester in desselfs plaats wel verstaan, maar angesien Sijn Ed. geen de minste kennisse van de bekwaamheid dergener die daar toe souden konnen geëmployeerd werden hadde, konde dieshalven niet treden tot ‘t geven van sijn stem an deese off gene tot so een wigtig ampt.

Sr. Andries de Man administrateur sustineerd dat sr. Breugel moet vertrecken en dat d’ ordres van de Heeren Majores dienen gehoorsâmt te werden,27 maar dat geen persôn hier ter plaatse tot ‘t ampt van packhuijsmeester bekwaam kent, en voor soveel sijn persôn angelangt, hij ‘t selfde wegens indispositie niet soude konnen waarnemen.

Sr. Cruse, capitain deses guarnisoens, oordeeld dat sr. Breugel volgens haar Ed. Ho. Achtb. ordres sal hebben te vertrecken en dat bij gevolghe sijn plaats sonder uijtstel door een ander dient bekleed te werden, en dat sr. de Man gehouden is een bekwaam man uijt te soecken en dien an den E.Hr. Commandeur voor te dragen, staande middelerwijl alles t’ sijner verantwoording.

Sr. van Keulen, fiscâl, voteerd dat de meergemte. Breugel sal vertrecken en dat een packhuijsmeester dient boecken te houden, dog dewijl d’ instructie van den Ho.Edle. Hr. van Reede hem onbekent is, so houd hij verders sijn gevoelen dies angaande in suspenso.

Sr. Oelff Berg, lieutt., voteerd dat sr. Breugel gehouden is te vertrecken, en dat een ander sijn plaats van packhuysmeester sal bekleeden.

Sr. Lodovicq van der Stel, cassier, conformeerd sig met denselven.

Sr. Linnes, winckelier, ad idem, daarbij voegende dat ingeval niemand tot ‘t packhuijsmeestersampt bekwaam gevonden werd, dat alsdan sr. De Man de naadste daar toe is.

Sr. Blum, guarnisoens boeckhouder, conformeerd sig in ‘t geheel an ‘t gevoelen van deesen.

D’ E.Hr. Commandeur, concluderende, segt dat bij syn ankomst alhier geen packhuijsmeester gevonden wierd, en dat egter onder sijn opsight tot in ‘t laast afgetrede jaar de directie van de packhuijsen met genoegen der overheden was waargenomen buijten seconde persôn; en angesien an der E.Comps. dienst meer gelegen leght dat sr. Breugel vertrecke dan dat hij hier blijve, nodig te wesen dat desselfs ampt van packhuijsmeester bij den administrateur sr. de Man voor een kleinen tijd geduurende desselfs afwesen waargenomen werde, die van harten kloeck en gesond zijnde, ook gaande en staande en alleenlijk de handen tot sijn wil niet hebbende, hij bekwamelijk d’ een of d’ ander, om in sijn praesentie wat in of uijt ‘t packhuijs gaat, op te schrijven, konde gebruijcken ter tijd toe dat-er een bekwaam man soude uijtgevonden zijn.

De stemmen geresimeerd zijnde, is volgens haar Ed. Ho. Achtb. ordres en in conformiteit deses, bij pluraliteit goedgevonden, dat d’ onderkoopman en packhuijsmeester, sr. Albert van Breugel, sig sal hebben tot ‘t uijtvoeren sijner anstaande commissie tot den slavenhandel na Madagascar per ‘t schip Jambi vaardig te houden, en dat d’ administrateur, sr. Andries de Man, ad interim desselfs ampt van packhuijsmeester t’ sijner verantwoording sal waarnemen.28

Aldus geärresteerd en besloten in ‘t Casteel de Goede Hoop, jaar en dag ut supra.

[Signed:] S. v. STEL.

[Signed:] ANDS. DE MAN.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] J. v. KEULEN.

[Signed:] O. BERGH.

[Signed:] L. v. STEL.

[Signed:] CORNELIS PTZ. LINNES.

[Signed:] J. H. BLUM.

[Signed:] Me praesente J. G. DE GREVENBROECK.