Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

688

1682-04-04

Back

Minute details

Entry number
688
Date
1682-04-04
Year
1682

English translation

Present are His Eminence, Governor-General Rijckloff v. Goens, Commander Simon van der Stel, Vice-Commander Adriaan Sleutel, Lieutenant Jeronimus Cruse, Rear Admiral Maurits Jacobsz Eijck, the skippers Siwert Leendertsz de Jongh, Jacob Valck, Pieter van de Woestijne, Joost Claerbout, Lieutenant Jacob Gast, and the merchants, namely Secretary Andries de Man and shopkeeper Martinus van Banchem.

D’ Ede. The Governor General, summoned to this Council with the principal members of the returning fleet here, proposes how the ships Vrijheijt and Hollantse Thuijn were both severely overloaded, and how skipper Jacob Valck declared absolutely that he could not put to sea with the ship Vrijheijt without first having been repaired from its leak and the ship having been freed of part of its cargo, having barely been able to keep the ship afloat with four pumps, and during the terrible storm that lasted five days, having managed to throw eight pieces of ice overboard, its sternboard having been smashed in near the mainmast, and which could not be remedied without 16 to 18 large and heavy knees on the the landing had been closed, and where work had already begun, the skipper, Vice Commander Adriaen Sleutel, also without foremast, foretop, and all the fleet, complained, having been forced to cut off, having arrived here on this date, that he could not put to sea without first lightening his stern. In addition to this, there were the dangers of this weak return fleet with regard to the great appearance of war, which was reported to us by Messrs. Mrs. that was to be feared between the King of France and our state,75 and that the further resp. the returning ships with their cargo are so overgrown and obstructed across the entire landing and cow bridge that in the event of a counter-attack by any enemy (God forbid) the necessary defense could not be offered at all, and consequently for the service of the E.Compe. It was not necessary that the ship Burgh van Leijden (which arrived here from the Patria on the 4th of the month in question and was destined for Batavia, the cargo of which consisted solely of some bulky goods, the transfer of which to India could take place with the following ships and successively, depending on the availability of ship space, sent to Batavia) should be added to the return fleet to secure the cargoes to the best of our ability and, in the event of an encounter with the enemy, to be more formidable and capable of resisting them and, in principle, to be able to serve to tranship the goods and merchandise with which the return ships were hampered, thereby also reducing the risk of costly returns and that also The ship Africa was here, principally alongside other ships that might be too deep, which would be lightened to allow for less risk in reaching the sea inlets of our homeland and principally Texel. Furthermore, skipper Jacob Valck was given a forewarning that, without unloading a large portion of his cargo due to the leak, he would not, for any reason, miss putting to sea with his entrusted ship, the Vrijheijt. After careful deliberation, it was unanimously agreed to unload the ship the Burgh van Leijden as soon as possible and to reload it with such goods as would allow for the least disruption in the respective chambers of the Company. could be done, and could be lifted from the most obstructed ships: furthermore, they unanimously agreed not to unload any parcels of cloth, silk, or other piece goods, but only nails and other spices that were most readily available. To ensure that this progresses even more quickly, the Commander of the Stel has been recommended to take care of the unloading and loading, provided that commissioners have been appointed for the delivery and receipt of the goods, namely the fiscal Tobias Vlasvath and the bookkeepers Isaacq Keuvel, Titus de Thomzen, and Pieter Porsius. And since some of the return ships, and especially the Vrijheijt, are quite sparsely supplied with men, it has been decided to add as many men as the ship Burgh van Leijden can comfortably spare to the other return ships, in order to serve as a greater defense in the event of an enemy encounter. It is also understood that all the impotent men on the ships should remain here, including all the common and ordinary women and children who, in general, cannot bring reinforcements, but who, moreover, do not serve as a major obstacle, and furthermore, in the event of an enemy attack, are expected to face no other consequences than disasters.

It has been further resolved to hand over the 10 loads that were shipped off at Batavia in the Hoeckerbooth Post-hoorn to the ship Coevorden to take the bottom there or to free him from his rancor, about which complaints were made to the ship's captains.

At the request of the captains at the Castle of Leiden for a bookkeeper to replace the one who died on the journey there, it was decided to appoint the person of Anthonij Mina in that capacity, as no other material was available for this purpose.

Thus approved and arrested at the Castle of Good Hope, on the day, month, and year as above.

[Signed:] VAN GOENS.

76

[Signed:] S. VAN DER STEL.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] MOURITS JACOBSZ.

[Signed:] SIEWERT DE JONGH.

[Signed:] JACOB VALCK.

[Signed:] PIETER VAN WOESTIJN.

[Signed:] JOOST CLAERBOUT.

[Signed:] A. DE MAN.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.

Original Dutch transcription

Present sijn Edt. den Gouverneur-Generaal Rijckloff v.Goens, den Commandeur Simon70 van der Stel, den vice Commandeur Adriaan Sleutel,71 den luijtenant Jeronimus Cruse, den schout bij nacht Maurits Jacobsz Eijck,72 de schippers Siwert Leendertsz de Jongh,73 Jacob Valck,74 Pieter van de Woestijne, Joost Claerbout, den luijtenant Jacob Gast en de ondercoopluijden namentlijck den Secretaris Andries de Man en winckelier Martinus van Banchem.

D’ Ede. Heer Gouverneur Generaal, in desen Raade geconvoceert met de voornaemste leeden der retourvlootte alhier, proponeert hoe de schepen Vrijheijt en Hollantse Thuijn beijde seer overladen waaren, ende hoe den schipper Jacob Valck absoluijt verclaerde met het schip de Vrijheijt niet konde in zee gaen, sonder dat alvooren van sijn leccagie geholpen ende het schip van een gedeelte sijner ladingh gelicht was, hebbende met 4 pompen het schip te naeuwernooth boven water konnen houden ende, geduerende den schrickelijcken storm van 5 etmaelen, 8 ijsere stucken genootsaeckt geweest over boort te werpen, sijn stuerboortsijde ontrent de grootte mast ingeslagen sijnde, en ‘t welck niet te remedieeren was sonder 16 a 18 grootte en swaere knies op den overloop vastgeslooten waeren, ende waar toe reets werck begonnen was, soo klaaghde den schipper, vice Commandeur Adriaen Sleutel, almede sonder fockemast, voorstengh en al den vleet, genootsaeckt geweest sijnde af te kappen, hier op dato deeses binnen gekomen sijnde, niet te konnen in zee gaen sonder alvoorens sijn achterschip te lichten, hier bij komende de periculen die deese swacke retourvloot ten opsichte de grootte apparentie van oorlogh, die ons van de Heeren Mrs. wert aanges. dat tusschen den koninck van Vranckrijck en onsen staat te vreesen was,75 en dat de verdere respe. retourscheepen met haare ladingh soodanigh sijn overcropt en over den geheelen overloop en koebrugh belemmert, dat bij rescontre van eenigen vijandt (dat Godt verhoede) de vereijschte tegenweer geensints soude konnen werden gedaen, en dienvolgens voor den dienst der E.Compe. niet wel vereijschte dat men ‘t schip de Burgh van Leijden (op den 4en. der gepasseerde maendt uijt het Patria hier aangecomen en na Batavia g’destineert, welckers inladinge eenelijck in eenige volumneuse goederen waeren bestaande, welckers overbrenginge na India met de volgende scheepen konde geschieden en successive, na gelegentheijt van scheepsruijmte, na Batavia versonden) de retourvlooth behoorde te werden bijgevoecht om de carguasoenen na ons vermogen te verseeckeren en bij ontmoetinge van vijandt te formidabelder en bequamer te wesen d’selve te resisteeren en principael te konnen dienen om de goederen en coopmanschappen, waermede de retourschepen sijn belemmert, daerin over te scheepen, waer door dan oock de costelijcke retouren te minder werden gerisiqeert en dat oock ‘t schip Africa hier door principael nevens de andere schepen, die te diep mochten gaen, wat gelicht zoude werden, om met te minder pericul de zeegaten van ons vaderlandt en principael Texel te konnen binnen geraken, doende den schipper Jacob Valck als voorseijt daer nogh bij, dat hij sonder ontlossinge van een groot gedeelte sijner inladinge door de leckagie met sijn aenvertrouwt schip de Vrijheijt om geene redenen soude derven in zee gaen; waerop met aendacht gedelibereert sijnde, is eenparigh verstaen het schip de Burgh van Leijden op het alderspoedichst te doen lossen, ende wederom te doen laden met soodanige goederen als met de minste alteratie in de respe. Kameren van de Compe. soude konnen geschieden, ende uijt de meest belemmerde scheepen sal konnen gelicht werden: sijnde voorts eenparigh verstaen geen packenkleden, zijde of andere stuckgoederen, maer de nagelen en andere specerijen, die ‘t meest voor de handt leggen, te doen lossen, waertoe om sulckx met te meerder spoet voortganck te doen neemen den Commandeur van der Stel de besorginge van ‘t lossen en laden is aanbevoolen, mitsgrs. tot de uijtleveringe en ontfangh der goederen, wedersijts gecommitteerdens gestelt, namentlijck den fiscael Tobias Vlasvath en de boeckhouders Isaacq Keuvel, Titus de Thomzen en Pieter Porsius. En aangesien eenige der retourscheepen en in sonderheijt de Vrijheijt vrij sober van volck sijn voorsien, soo is geresolveert van ‘t schip de Burgh van Leijden de andere retourbodems sooveel volck bij te zetten als gemelten bodem bequamelijck sal konnen missen om bij ontmoetinge van vijandt tot te meerder defentie te dienen; zijnde oock verstaen alle de impotenten die op de scheepen sijn hier te laaten verblijven, item alle de gemeene en geringe vrouwen en kinderen die in ‘t generael geen versterckinge konnen toebrengen, maer de laeste daerenboven niet als tot grootte belemmeringh dienende en verders bij attacque van vijandt niet anders als onheijlen van te verwachten staende.

Zijnde wijders geresolveert de 10 lasten thin op Batavia in ‘t hoeckerbooth de Post-hoorn affgescheept, aen ‘t schip Coevorden over te geven om dien bodem daer door van sijn ranckheijt te bevrijden, waerover bij de scheepsopperhoofden wiert geklaecht.

Op ‘t versoeck van de opperhoofden op de Burght van Leijden om een boeckhouder in plaats van den geenen, die op de reijs na herwaerts is komen te overlijden, is verstaen daerop in dier qualiteijt te stellen den persoon van Anthonij Mina, als geen andere stoffe daertoe bijdehandt hebbende.

Aldus goedgevonden ende gearresteert in ‘t Casteel de Goede Hoop, ten dage, maendt en jaare als boven.

[Signed:] VAN GOENS.

76

[Signed:] S. VAN DER STEL.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] MOURITS JACOBSZ.

[Signed:] SIEWERT DE JONGH.

[Signed:] JACOB VALCK.

[Signed:] PIETER VAN WOESTIJN.

[Signed:] JOOST CLAERBOUT.

[Signed:] A. DE MAN.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.