Cape Council of Policy
650
1680-03-14
Minute details
- Entry number
- 650
- Date
- 1680-03-14
- Year
- 1680
English translation
The preacher Alexander Carpius213, having shown that he had come to Batavia from the Eastern provinces due to impotence, and because his previous health had not been able to be restored, had been granted repatriation by the high government of India at his request, and that now, under God's blessing, he had once again recovered, and therefore requested permission to depart for Batavia again, that his Reverence be permitted to do even more service for the perpetuation of the Christian religion in the Malay language to the Church of India.
At the request made for a certain214 slave of the Companion named Maria van Bengale for a certain sum of money of the Companion. To relinquish her right and title to her person and to set her free, it was considered acceptable to grant her freedom, provided that all pay the sum of 40 reissdaelders into the Comp's treasury, especially since the Comp's receives little or no service from her.
A zealous soldier, named Hendrick Willemsz van Hamburgh, a cattle guard of the Comp's, stated that, for three years, in order to be safe from danger, an animal had been stolen from the Comp's herd of cattle, where he had once been employed as a cattle guard. The sum of ƒ50 had previously been taxed on his pay slip. This animal had been stolen by the Hottentots and was now again at the Comp's. brought back, with the request that he could be reimbursed for the payment of ƒ50, so it is understood that he would eventually consent.
Original Dutch transcription
Den predicant Alexander Carpius213 vertoont hebbende dat door impotentheijt uijt de Oosterse provintien na Batavia was opgecoomen, en vermits sijn vorige gesontheijt niet hadde connen bereijcken, door d’ hooge regeringh van India op sijn versoeck toegestaen te moogen repatrieren, mitsgaders dat als nu onder Godes zegen weder t’ eenemaal was gereconvaliseert, weshalven versocht om weder na Batavia te moogen vertrecken, dat sijn eerwaerde is toegestaan om de kercke van India in de Maleijtse taale nogh meerder dienst tot voortsettinge der Christelijcke religie te connen doen.
Op het versoeck gedaen voor seecke214 ‘s Comps. slavin genaamt Maria van Bengale om voor seeckere somma van penni[n]gen d’ Compe. van haer recht en eijgendom op haar persoon te doen afstaen ende in vrijdom te stellen, soo is goet gevonden haer in vrijdom te largeren, mits all voorens in ‘s Comps. cassa betaalende d’ somma van 40 reijsdaelders, te meer om dat d’ Compe. geen off immers weijnigh dienst van haer treckt.
Zeeckere soldaat, genaamt Hendrick Willemsz van Hamburgh, beestewachter van de Compe., te kennen gevende dat voor ongevaar 3 jaaren van de troep runderbeesten van de Compe., alwaer hij doenmaels als beestewachter bij bescheijden was, een beest was soeck geraackt waar voor doenmaels op sijn soldijreeckeningh ter somma van ƒ50 was belast, welck beest door d’ Hottentots was gestoolen en als nu weder bij de Compe. te rugh gebracht, met versoeck dat hem de gemelte ƒ50 weder mochte goet gedaen werden, soo is verstaen hem sulckx te consenteeren.