Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

590

1678-08-11

Back

Minute details

Entry number
590
Date
1678-08-11
Year
1678

English translation

In addition, the Cape wine magistrate Tobias Marcquart in Rade has shown that, in accordance with the contract entered into with the E. Compa. this year, concerning the lease of Cape wines, he would, among other things, promise, of all the wines grown here near the fortress or estate, one Rxr for each, half of fine wine, whether it remains where it is harvested, or whether it is brought here to the fort, without distinction, primarily to offset in some way the heavy lease payments he is owed to the E. Compa. to raise, and that by force of the said contract the bailiff had been sent by him to collect those monies, but payment had been refused by each of the Cape wine growers, therefore requesting that he be upheld in his justice and that a helpful hand be offered to him, as had been promised to him by the late Reverend Governor and Councillor, and in addition to which he declared not only that he was unable to raise the promised rent money, but also that the contract was invalid and consequently not bound by it, whereupon, having been deliberated and summarized, the conditional agreement was drawn up by the Secretary by order of the late Reverend Governor, but not solemnized as it should be and conferred with the aforementioned. request, having heard the advice of some members of the Council, who affirmed to have sufficient knowledge and memory of the above-mentioned agreement between the farmer and the E. Company. It is generally understood that on the one hand not to reduce the E. Company’s rent nor to introduce any novelties, but to perform our word, but also on the other hand to keep the poor citizens as much as possible out of burdens, to maintain the aforementioned farmer Tobias Marcquart in his pretension and that consequently all the vineyard growers of the wines that have been harvested around the fortress or in the landward from each half a beautiful do. One Rijcxdaelder in money or the amount of that amount in wine will be required, of which half will be calculated at 15 Rijcxdaelder, and that the unwilling will be constrained for this by legal means.

Similarly, at the request of citizen Willem van Dieden, he was permitted to place 15 st. wethers on Dassen Island for the support of his people during the time of the blubber distillery there, to provide for the occasional grazing of fat, but after the blubber expires, to relieve the island of its burden again, and not to draw any consequences.

It was further suggested that it would not be necessary to provide the High Indian Government with advice by one means or another regarding the local arrival of the yacht Elisabeth and its discovery of the island Fernando de Noronha 50 near Batavia, since Her Honor had not yet had any proper knowledge of its existence, and that this could not be used before the departure of the first return fleet of this year, in order to be able to take their measures there if necessary, as well as to obtain the knowledge that the return ships from Batavia had not been to that location, but taking into consideration that Her Honor. Gentlemen Directors of the Assembly of the Seventeenth, having received their most esteemed letter dated 30 November 1677 with the aforementioned bottom, have kindly requested us to detain the aforementioned frigate here until further notice,51 as it might be appropriate for the slave trade in Madagascar, etc. and that further order should be expected from the meeting of the Seventeenth, without, however, having received any further orders on this subject to date, as well as that no larger vessels than the Hoecker d'Quartel, at least not equipped, should be retained for the transport of more important advice. It has been unanimously agreed that we should suspend this matter, and if no ship or ships emerge from the homeland within fourteen days, then we will deliberate further on the matter and submit something positive.

It has also been approved and understood, in view of the fact that six full weeks have passed since the death of the late Lord Governor, the bodyguard of His Honor, consisting of 12 Dutchmen with a sergeant, which had until then been stationed near his residence, should be withdrawn, leaving only 4 attendants and a corporal at the service of the widow and, until her departure, 4 attendants with a corporal, with whom it is judged that the thought of the widow will not be treated with contempt.

Thus arrested in the Fort de Goede Hoop on the day and year of the aforementioned.

[Signed:] CRUDOP.

[Signed:] DIRCQ JANSZ. SMIENT.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.

[Signed:] JOHANNES RAVENSBERGH.

[Signed:] I present A. DE M.AN, Secrets.

Original Dutch transcription

Aengesien den Caapsen wijnpagter Tobias Marcquart in Rade heeft vertoont dat hij ingevolge van het contract met d’ E. Compa. desen jaare, nopende de pacht van Caapse wijnen aangegaen, onder anderen gaudeeren soude van alle de wijnen die alhier omtrent de fortresse ofte landewaart worden geteelt, van ijder half aam schoone wijn een Rxr. ‘t sij dat deselve verblijft ter plaatse daar g’ougst is, off dat alhier aan ‘t fort wort gebragt, sonder onderscheijt, ten principalen om daar mede eeniger maeten te soulageeren de sware pachtpenningen die hij gehouden is aan de E.Compa. op te brengen, en dat uijt cragte van geseijde contract de gerechtsbode om die penningen in te vorderen door hem omgesonden, doch de betalingh bij een ijder der Caapse wijnteelders gerefuseert was, versoekende derhalven in sijn gerechtigheijt gemaintineert en de behulpsaeme handt daar toe geboden mocht werden, invougen hem door d’ E.Heer Gouverneur saliger en Raadt was belooft, en buijten het welcke verklaarde niet alleen onvermoogens te wesen om de beloofde pachtpenningen op te brengen, nemaar ooc ‘t contract invalide en bij gevolge daar niet aan gehouden te sijn, waarop dan gedelibereert en geresumeert sijnde, ‘t conditioneel accordt ter ordre van de E.Heer Gouverneur saliger door den Secretaris gedaan op stellen, doch niet gesolemniseert als ‘t wel behoort en geconfereert met het voors. versoeck, mitsgaders daar op gehoort het advis van eenige leden van den Raadt de welcke affirmeerden genoegsaeme kennis en geheugenis van meer geciteerde overeenkomst tusschen den pagter en d’ E. Compa. te hebben, Soo is met gemeene voisen verstaan eensdeels om d’ E.Compa. in de pachtpenningen niet te verkorten en geen nieuwigheden in te voeren, maar ons woort te presteeren, doch oock aan d’ ander kant om den armen borger soo veel doenlijck buijten lasten te houden, den meergemelten pagter Tobias Marcquart in sijn pretensie te mainteneren en dat consequentelijck alle de wijngaerdeniers van de wijnen die omtrent de fortresse off te landewaart hebben g’ougst van ijder halff aam schoone do. een Rijcxdaelder aan gelt off ‘t bedragen van dien in wijn aan hem sullen gehouden wesen te voldoen, waar mede sullen connen volstaan, ‘t halff aam tegens 15 Rxrs. gerekent en dat d’ onwillige met middelen van regten daar toe sullen werden geconstringeert.

Insgelijcx is op het versoeck van den borger Willem van Dieden hem toegestaan tot onderhoudt van sijn volcq op ‘t Dasseneijiandt in den tijt van de traanbranderij aldaar voor af te moogen plaatsen 15 stx. hamels om tusschenwijle vet te weijden doch na ‘t expireeren van de traantijt ‘t eijlandt daar van weder t’ ontlasten en in geen consequentie te trecken.

Wijders geproponeert sijnde of niet nodigh soude wesen van ‘t arrivement in loco van ‘t jaghtje de Elisabeth en desselffs bevindinge van ‘t eijlandt Fernando de Noronha 50 na Batavia door ‘t een off ander middel de Hooge Indische regeringh advis te geven, alsoo haar Edle. tot noch toe geen rechte kennis van desselfs geschapenheijt hebben gehadt, en voor het vertreck der desen jaarse eerste retourvloot daar van noch souden konnen werden gedient om bij voorval haare mesures daar na te konnen neemen, als mede daar door kuntschap te krijgen de retourschepen van Batavia die plaats niet sijn aangeweest, doch daar op in bedenckingh genoomen dat d’ Edle. Heeren Bewinthebberen ter Vergaderingh van Seventhienen, bij haar hoogh g’achte missive in dato 30 November 1677 met gemelte bodemtje ontfangen, ons hebben gelieven aan te schrijven ‘t voors. fregat tot nader ordre alhier aan te houden,51 mogelijck dat ‘t soude cunnen te passe comen tot den slavenhandel op Madagascar &a. en dat dienaangaande nader ordre van de vergaderinge van de Seventhienen souden hebben te verwachten, sonder echter tot dato op dat subject eenige nader beveelen te hebben ontvangen, mitsgaders oock dat van geen meerder bodems als den hoecker d’ Quartel , altans versien sijnde, die tot transport van gewichtiger advijsen moet werden aangehouden: Soo is eenparigh verstaan ons besluijt hier over in suspens te houden en ingevalle binne den tijt van veertien dagen geen schip off schepen uijt ‘t vaderlandt te voorschijn komen, als dan daar over nader te delibereeren en yets positiefs ter neder te stellen.

Soo is mede goetgevonden en verstaan ten aansien reets ses volle weecken zedert de doodt van d’ E. Heer Gouverneur saliger sijn verstreeken de lijffwacht van sijn Edle., bestaande uijt 12 Nederlanders met een sargeandt, tot noch toe omtrent desselffs residentie gecontinueert, in te trecken, latende eenelijck daar tot dienst van d’ weduwe en tot haar vertreck 4 oppassers met een corporaal, waar mede men oordeelt de gedachte vrouwe weduwe geen cleenachtingh te sullen werden aangedaan.

Aldus g’arresteert in ‘t Fort de Goede Hoop ten dage en jaare voors.

[Signed:] CRUDOP.

[Signed:] DIRCQ JANSZ. SMIENT.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.

[Signed:] JOHANNES RAVENSBERGH.

[Signed:] Mij present A. DE MAN, Secrts.