Cape Council of Policy
590
1678-08-11
Minute details
- Entry number
- 590
- Date
- 1678-08-11
- Year
- 1678
English translation
Similarly, at the request of citizen Willem van Dieden, he was permitted to place 15 st. wethers on Dassen Island for the support of his people during the time of the blubber distillery there, to provide for the occasional grazing of fat, but after the blubber expires, to relieve the island of its burden again, and not to draw any consequences.
It was further suggested that it would not be necessary to provide the High Indian Government with advice by one means or another regarding the local arrival of the yacht Elisabeth and its discovery of the island Fernando de Noronha 50 near Batavia, since Her Honor had not yet had any proper knowledge of its existence, and that this could not be used before the departure of the first return fleet of this year, in order to be able to take their measures there if necessary, as well as to obtain the knowledge that the return ships from Batavia had not been to that location, but taking into consideration that Her Honor. Gentlemen Directors of the Assembly of the Seventeenth, having received their most esteemed letter dated 30 November 1677 with the aforementioned bottom, have kindly requested us to detain the aforementioned frigate here until further notice,51 as it might be appropriate for the slave trade in Madagascar, etc. and that further order should be expected from the meeting of the Seventeenth, without, however, having received any further orders on this subject to date, as well as that no larger vessels than the Hoecker d'Quartel, at least not equipped, should be retained for the transport of more important advice. It has been unanimously agreed that we should suspend this matter, and if no ship or ships emerge from the homeland within fourteen days, then we will deliberate further on the matter and submit something positive.
It has also been approved and understood, in view of the fact that six full weeks have passed since the death of the late Lord Governor, the bodyguard of His Honor, consisting of 12 Dutchmen with a sergeant, which had until then been stationed near his residence, should be withdrawn, leaving only 4 attendants and a corporal at the service of the widow and, until her departure, 4 attendants with a corporal, with whom it is judged that the thought of the widow will not be treated with contempt.
Thus arrested in the Fort de Goede Hoop on the day and year of the aforementioned.
[Signed:] CRUDOP.
[Signed:] DIRCQ JANSZ. SMIENT.
[Signed:] J. CRUSE.
[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.
[Signed:] JOHANNES RAVENSBERGH.
[Signed:] I present A. DE M.AN, Secrets.
Original Dutch transcription
Insgelijcx is op het versoeck van den borger Willem van Dieden hem toegestaan tot onderhoudt van sijn volcq op ‘t Dasseneijiandt in den tijt van de traanbranderij aldaar voor af te moogen plaatsen 15 stx. hamels om tusschenwijle vet te weijden doch na ‘t expireeren van de traantijt ‘t eijlandt daar van weder t’ ontlasten en in geen consequentie te trecken.
Wijders geproponeert sijnde of niet nodigh soude wesen van ‘t arrivement in loco van ‘t jaghtje de Elisabeth en desselffs bevindinge van ‘t eijlandt Fernando de Noronha 50 na Batavia door ‘t een off ander middel de Hooge Indische regeringh advis te geven, alsoo haar Edle. tot noch toe geen rechte kennis van desselfs geschapenheijt hebben gehadt, en voor het vertreck der desen jaarse eerste retourvloot daar van noch souden konnen werden gedient om bij voorval haare mesures daar na te konnen neemen, als mede daar door kuntschap te krijgen de retourschepen van Batavia die plaats niet sijn aangeweest, doch daar op in bedenckingh genoomen dat d’ Edle. Heeren Bewinthebberen ter Vergaderingh van Seventhienen, bij haar hoogh g’achte missive in dato 30 November 1677 met gemelte bodemtje ontfangen, ons hebben gelieven aan te schrijven ‘t voors. fregat tot nader ordre alhier aan te houden,51 mogelijck dat ‘t soude cunnen te passe comen tot den slavenhandel op Madagascar &a. en dat dienaangaande nader ordre van de vergaderinge van de Seventhienen souden hebben te verwachten, sonder echter tot dato op dat subject eenige nader beveelen te hebben ontvangen, mitsgaders oock dat van geen meerder bodems als den hoecker d’ Quartel , altans versien sijnde, die tot transport van gewichtiger advijsen moet werden aangehouden: Soo is eenparigh verstaan ons besluijt hier over in suspens te houden en ingevalle binne den tijt van veertien dagen geen schip off schepen uijt ‘t vaderlandt te voorschijn komen, als dan daar over nader te delibereeren en yets positiefs ter neder te stellen.
Soo is mede goetgevonden en verstaan ten aansien reets ses volle weecken zedert de doodt van d’ E. Heer Gouverneur saliger sijn verstreeken de lijffwacht van sijn Edle., bestaande uijt 12 Nederlanders met een sargeandt, tot noch toe omtrent desselffs residentie gecontinueert, in te trecken, latende eenelijck daar tot dienst van d’ weduwe en tot haar vertreck 4 oppassers met een corporaal, waar mede men oordeelt de gedachte vrouwe weduwe geen cleenachtingh te sullen werden aangedaan.
Aldus g’arresteert in ‘t Fort de Goede Hoop ten dage en jaare voors.
[Signed:] CRUDOP.
[Signed:] DIRCQ JANSZ. SMIENT.
[Signed:] J. CRUSE.
[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.
[Signed:] JOHANNES RAVENSBERGH.
[Signed:] Mij present A. DE MAN, Secrts.