Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

584

1678-06-14

Back

Minute details

Entry number
584
Date
1678-06-14
Year
1678

English translation

Presentibus omnibus.

Zeecker Hottentot was recently imprisoned in large numbers for the entire crime, along with other sheep thefts, committed by several residents of this rural area. One of these was released from prison, leaving only this one behind, a former man who had committed no wrongdoing himself, who ate some of the stolen meat without being guilty of any further offense. The charges were decided to be increased, especially since the latter must be fed at the Company's expense.

The slave of the master carpenter Adriaen van Brackel, who is in custody for thefts and abetted burglary at the home of the citizen Louwijs van Bengale (see confession of April 30, 1678, of the aforementioned slave in C.J.2954: Confess. & Interrog., 1677-1685, p. 90), has been content to return the slave to the owner, provided that he is first obligated to settle the stolen goods with the said Louwijs van Bengale and to make peace with them.

Similarly, two sailors, a discreet gent, are also in custody here in garrison. Bartel Koop and Bastiaen Hendricx, who are accused of receiving some stolen cash from the aforementioned slave, a charge she denies. It has also been agreed to allow the aforementioned two people to work on public works at Robben Island for a while, provided they retain their wages.

Two soldiers in garrison here, Gent. Jan Linnerman and Hendrick Niederstat, who are said to have stolen some goods from the ship's chests without being able to know this, but due to their denial, were also ordered to send them to Robben Island for a while, provided their wages continued.

Sea warden Hendrick Bolt, gent. which he did not spare some time ago, on private authority, without consent or knowledge of his superiors, to go into the country with the guards for three weeks and to be absent from his modest post during that time. It was also considered acceptable to deduct his salary from the three weeks he was absent from his modest post and, in addition, to work on the common works for three months on Robben Island with his salary. Cornelis Jansz van Dijck, a former butler's mate on the ship Tidoor, who did not fail to notice him when the fiscal of this residency was on that ship to collect a large quantity of private goods, withholding the people's rations, which was a matter of very bad consequence. Therefore, it was deemed advisable to station him for a while on Robben Island to work there on wages.

Similarly, considering that a certain sailor from the ship Tidoor, named Meuwes Bastiaensz, was on occasion, when the fiscal of this residency was on that ship to collect a large quantity of private goods. Cf. that the attestation of June 9, 1678, in C. 329: Attestations, 1675-1678, pp. 101-102, did not fail to notice him and accused another sailor on that ship of being the informer, and to denounce this with fists and other poetry, which is a matter of very bad consequence, therefore, it was decided in Council to condemn him for a period of six months without pay at Robben Island, at the common works, as the sailor was innocent of the informing and was at most injured by it.

At the request of a certain quartermaster, Ghent. Willem Pieter Fransz, to go to the island of Mauritius as a freeman, in order to be allowed to settle there alongside other residents. We have therefore granted his request. Likewise, we have granted Quartermaster Lambert Lamb,35 at his request, permission to depart for Mauritius in the service of the Royal Company, and if, upon his arrival, he were willing to remain there in freedom, this would be granted to him.

Finally, it being agreed to give the messenger his dispatch to Mauritius, the meeting is hereby adjourned.

Thus resolved at the Fort of Good Hope on the day and year aforesaid.

[Signed:] ...........................

36

[Signed:] CRUDOP.

[Signed:] DIRCQ JANSZ SMIENT.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.

[Signed:] I present A. DE MAN, Secrts.

Original Dutch transcription

Presentibus omnibus.

Zeecker Hottentot onlangs onder meerder getal in d’ kercker geset over ‘t heelen, nevens andere schaapen dieven25 aen verscheijde ingesetenen alhier ten plattenlandegepleegt, d’ welcke uijt d’ gevangenis gebrocken en alleen desen, sijnde een oout26 man die self geen quaat gedaen heeft, agtergelaten, die eenelijck van ‘t gestoolen vleys mede heeft gegeten, sonder daer verder aen schuldigh te sijn; is verstaan te largeeren, te meer dewijl denselven maer tot laste van d’ Compe. moet gespijsigt werden.

Den slavin van den baes timmerman Adriaen van Brackel, in hegtenis sittende over gepleegde dieverijen en gesustendeerde huijs-braack ten huijse van den borger Louwijs van Bengale,Sien konfessie van 30 April 1678 van genoemde slavin in C. J.2954: Confess. & Interrog ., 1677-1685, p. 90.is goet gevonden gem. slavinne den eijgenaer weder te laten toekomen, mits dat hij alvoor[e]ns gehouden sal sijn met gemelte Louwijs van Bengaale over de gestoolen goederen te accordeeren en deselve te contenteeren.

Sittende insgelijcx noch in hegtenis twee matroosen alhier in guarnisoen bescheijden gent. Bartel Koop en Bastiaen Hendricx de welcqe van de bovengemelte slavin worden beschuldigt dat sij eenige gestoolen contanten van haer souden hebben genooten, ‘t welcq nochtans bij haer wort ontkent, Soo is mede goet gevonden de gemelte 2 persoonen voor eenigen tijt op ‘t Robbeneijlandt aen d’ gemeene wercken te laten arbeijden, mits behoudenis van gagie.

Twee soldaten alhier in guarnisoen bescheijden, gent. Jan Linnerman en Hendrick Niederstat d’ welcqe na men segt eenige goederen uijt d’ kisten van d’ wiltschutten soude hebben gestoolen sonder dat sulcx echter door haer ontkennen seekerlijck konnen weeten, is insgelijcx verstaan deselve voor eenigen tijt na ‘t Robbeneilandt te senden, mits haere gagie voortloopende.

Zeecker beestewachter Hendrick Bolt gent. d’ welcqe hem niet heeft ontsien voor eenigen tijt geleden op prive authoriteijt,sonder consent off kennisse van sijn overigheijt27 met d’ wiltschutten 3 weecken in ‘t landt te gaan en gedurende dien tijt van sijn bescheijden post te absenteeren, Soo is mede goet gevonden denselven sijn gagie af te schrijven van die drie weecken die hij van sijn bescheijden post is afgeweest en daerenboven noch drie maanden op ‘t Robbeneijlandt aen d’ gemeene werckenmet sijn gagie28 te arbeijden.

Cornelis Jansz van Dijck gewesen botteliersmaat op ‘t schip Tidoor de welcqe hem niet heeft ontsien ten tijde wanneer den fiscael deeser risidentie29 aen dien bodem was tot een30 aenhaelen van een groote quantiteijt particuliere goederen, ‘t volcq haer rantsoen te onthouden, sijnde een saack van seer quade gevolge, waerom is goet gevonden denselven voor eenigen tijt op ‘t Robbeneijlandt te setten, om aldaer met gagie te arbeijden.

Insgelijcx in consideratie genomen dat seeker matroos van ‘t sdhip Tidoor genaamt Meuwes Bastiaensz doenmaels wanneer den fiscaeldeser residentie aan dien bodem was31 tot ‘t aenhaelen van een groote parthij particuliere goederenVgl. die attestasie van 9 Junie 1678 in C. 329: Attestatiën, 1675-1678, pp. 101-102.hem niet heeft ontsien en32 ander matroos op dien bodem bescheijden te beschuldigen dat hij den aenbrenger was en daerover met vuijsten nevens andere dicht33 af te slaan, ‘t welcq een saack is van seer quade gevolge, sijnde derhalven in Rade verstaan denselven voor den tijt van 6 maandensonder gagie34 op ‘t Robbeneijlandt aen d’ gemeene wercken te condemneeren, als sijnde den geledeerde onschuldigh wegens ‘t aenbrengen en des ten hoogsten hier door geledeert.

Op ‘t versoeck van seecker quartiermeester gent. Willem Pieter Fransz om als vrijman na ‘t eijlandt Mauritius te gaen om hem aldaer nevens andere ingesetenen te mogen erneeren, Soo hebben wij sijn versoeck geaccordeert. Insgelijcx aen den quartiermeester Lambert Lamb.35 op sijn versoeck toegestaan in dienst van d’ E. Comp. na Mauritius te vertrecken en indien hij bij sijn aenwesen aldaer mochte genegen zijn in vrijdom aldaer te blijven, sal sulcx hem werden toegestaan.

Eijndelijck noch goet gevonden zijnde den hoecker d’ Bode sijn depesche na Mauritius te geven, soo is hiermede d’ vergaderinge gescheijden.

Aldus geresolveert in ‘t Fort d’ Goede Hoop ten dage en jaare voors.

[Signed:] ...........................

36

[Signed:] CRUDOP.

[Signed:] DIRCQ JANSZ SMIENT.

[Signed:] J. CRUSE.

[Signed:] Ms. VAN BANCHEM.

[Signed:] mij present A. DE MAN, Secrts.