Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

491

1673-08-31

Back

Minute details

Entry number
491
Date
1673-08-31
Year
1673

English translation

As experience and daily encounter have sufficiently made us appreciate the great scarcity of most all means of subsistence and of all food here, of which not nearly as much can be obtained as for the present garrison and the Comps. serfs, at least having to work daily without ceasing, is required, and consequently, to satisfy their healthy appetite, would well require this, besides that we also in view of the small supply of rice, and that the expected security of Batavia could take longer to arise due to any inconvenience, as well as making sure that such great misery and much dreadful discomfort are caused, have found it convenient to reduce the usual monthly rice ration of 40 lb. for each head to 30 lb., provided that the surplus is added to money, nevertheless the common people, such as sailors and soldiers, etc. considering their usual food money and what the latter, in addition to the usual daily wage of 5 stuivers, or otherwise, through diligence on the contracted work, can gain from it, since the cost of all food cannot reach nearly enough to have a good meal there today, and considering that after a long period of unrest148 of the expected Batavians, and meanwhile being attacked by enemies here in these dire times, there would therefore not be found among the general public such loyalty and dedication as was required, and otherwise might have been expected. All this has been carefully considered and considered. In order not to be guilty of having caused inconvenience in time against all such a dreadful count, it is good and proper to arrest the first and successive arriving Dutch ships, accused of carrying as much beans and barley as they could possibly need, with the intention that, in addition to the usual daily wage, a meal will be provided to the people constantly working on the fortifications and otherwise, in proportion to the quantity normally provided on the ships. We are all the more certain that this provision will more than adequately cover and compensate for the labor, and consequently the cost thereof.

As is also sufficiently evident to us, that Her Noble... Our Lords Major[s] do not understand to deviate from the same well-regulated order, and consequently it befits us to comply promptly, without dispensing with it, however in accordance with the motives contained in the aforementioned resolution, as it has become abundantly clear to us how the clothes of the working garrison people, provided for their personal maintenance, had become completely frayed by the breaking of clip stones and processing them at the place where they were made, long before the time of the next flood, as a result of which those people (the unsettled, rough weather not being overlooked) suffered great discomfort in rain and wind. must suffer, it has further been resolved not to let them go unpunished, and to allow those who normally work on the fort and in the clip stone to each receive 9 instead of 6 months of their earned salary annually, as ordered, but the others will no longer carry all the order of the E. Compe.

In the Fort of Good Hope, date above.

Original Dutch transcription

Aangesien d’ experientie en dagelijckse ondervindingh, ons genoegsaem heeft doen apprehenderen, d’ groote schaerscheijdt van meest alle leeftogten, en voor al d’ toespijs alhier, waer van op verre nae soo veel niet te becomen is, als wel voor ‘t presente guarnisoen en ‘s Comps. lijfeijgen, althans dagelijcx sonder ophouden moetende arbeijden, vereijst, en dienvolgende, tot vervullingh van haren gesonden appetijt, wel soude requireren, behalven dat wij ons ook ten insigte van den geringen voorraet van rijst, en dat het verwagte secours van Batavia door eenigh inconvenient langer soude connen comen t’ ontstaen, als wel staadt maken, oversulcx groote miserie en veel gedugte ongemacken veroirsaeken, hebben genootsaeckt gevonden, ‘t gewoone maendelixe rijstrantsoen van 40 lb. voor yder hooft tot op 30 lb. te reduceren, mits haar evenwel ‘t surpluijs aan gelt toevoegende, daer mede nogtans d’ gemeene luijden, als matroosen en soldaten &a. besijden hun gewoonlijck costgelt en wat dese laeste daer en boven aan ‘t ordinarije dagelijcx arbeijtsloon a 5 stuijvers of andersints door naerstigheijt aan de aanbesteede wercken meer komen uijt te winnen, vermits de duerte van alle eetwaren, bij lange soo verre geensints konnen strecken, dat daar vandaegs een goede maeltijdt mogen hebben, ende ingesien dat bij lange ontsteltenisse148 van het verwagte Bataviase ontseth, en middelerwijle in desen benauden tijt van vijandt alhier besogt werdende, daar door onder ‘t gemeen geen soodanige trouwe en debvoiren souden vinden als wel vereijst, en andersints mogten te verwagten hebben, Soo is alle ‘t selve rijpelijck overwogen en geconsidereer[t] sijnde, om niet schuldigh te werden van tegen al sulcke gedugte ongemacken in tijt te hebben versien, goet gevonden en g’arresteert, uijt d’ eerst en succesive aancomende vaderlantse schepen, soo veel erweten, boonen en gort te ligten, als buijten eijgen benoodigtheijt sullen konnen derven, met intentie, dat daar van, boven ‘t ordinarij dagloon, aan ‘t volcq gestadigh aan d’ fortificatiewercken en andersints laborerende, sal werden uijtgerijckt een maeltijdt ‘s daags, nae proportie van d’ quantiteijt als ordinarij op d’schepen geschaft werdt, te meer ons verseeckert houden, dat dese verstreckinge den arbeijt, en bij gevolgh het costende van dien, ruijm op halen en egaleren sal.

Gelijck oock, niet tegenstaende ons genoegsaem kennelijck is, dat Haar Edle. onse Heeren Majore[s] van der selver wel gereguleerde ordres niet verstaen af te wijcken, en gevolgelijck ons betaamt deselve promptelijck naar te comen, sonder daar van te dispenseren, egter soo ten reguarde van de motiven bij voormelde resolutie vervat, als dat ons ten overvloet is gebleecken, hoe de kledere[n] van het arbeijdende guarnisoensvolcq, tot hun lijffsonderhoudt verstreckt, door ‘t breecken van clipsteenen en verwercken naer de plaetse daar se werden vermelselt, al lange bevoorens den tijdt van d’ naast volgende wtreijckinge t’ eenemael aen flenteren sijn geraackt, waar door die luijden (het ongestadige ruijge weder niet dorvende over ‘t hooft gesien werden) in regen en windt groot ongemack moeten lijden, wijders is geresolveert om d’selve niet naakt te laaten loopen, eenelijc[k] aan d’geene die doorgaans aan ‘t fort en in de clipsteen wercken, ijder 9 in plaats van 6 maanden op hun verdiende gagie ‘s jaerlijcx tot naeder ord[re] te laten genieten, dogh d’ andere niet meer al. d’ ordre van d’ E. Compe. mede brengt.

In ‘t Fort de Goede Hoope datum ut supra.