Alsoo aan d’ Heer Joan Thijsen Raat van India, door Haar Edle. in Batavia ‘t Commando deser ter rheede leggende retourvloot is gedefereert, en als Commissaris deser Residentie g’authoriseert, soo is in de gewoone avontsvergaderinge, Sijn E. een supplicatie van Lidia de Paap, huijsvrouw van den gedeporteerden Hendrik Lakus, gewese ondercoopman en negotieboeckhouder deser fortresse, inhandicht, waarinne sij suppliante ootmoedelijck smeect metter 2 kinderen van haar detentie op ‘t Robbeneijlant , (daar se achtervolgens resolutie van den 7en Maart 1668, gecondemneert is, nevens haar man in arrest te moeten blijven, totter tijt de bij hem gestolen, en verduijsterde middelen van d’ E. Compe. te voorschijn sal gebracht hebbe) te moge geslaackt worden, dewijle sij innocent is aan de fraudes, en slingse gange bij haar man, in qualite voorsz gecommitteert, Soo is ‘t dat Sijn E. ‘t billick versoeck van de suppliante den E. Commandr. Borghorst, en respective Raat heeft voorgehouden, men na stijl van rechten haar niet conde weijgeren (als niet strafbaar over delicten bij haar man begaan) hier te comen, mits haar buijten lasten van d’ E. Compe. en diakonie deser Colonie, metter kinderen te moeten sustenteren, waar toe sij als een neerstige, wackere, en handige vrouw, van degene die haar arbeijtsaamheijt bekent sijn, bestant g’oordeelt wort, off men over sulcx haar per eerste off rescerende occagie, niet behoorde met een vaartuijgh van daar te halen, te meer haar man voor dese schrifftelijck versocht heeft, sijn vrouw en 2 kinderen, van ‘t Robbeneijlant mochten gehaalt, en sij haar hier met deselve erneren mocht, ‘t geproponeerde bij den E. Borghorst en Raat aandachtelijck overwogen sijnde, is na pro et contra was g’ageert, met eenparige stemme besloten, haar metter kinderen per primo occagie hier te laten come.
In ‘t Fort de Goede Hoope adij voorsz gedaan, besloten, en g’arresteert.
[Signed:] JOAN THIJSEN
66
[Signed:] JACOB BORGHORST.
[Signed:] A. HARTMAN.
[Signed:] R. CARPENTIER.