Cape Council of Policy
373
1668-03-15
Minute details
- Entry number
- 373
- Date
- 1668-03-15
- Year
- 1668
English translation
Jacob Granaet of Enchuysen for ship's bookkeeper and 24 guilders per month in 1663 per the fluyt ship Hoog Caspel, who arrived in India with the general fluyt. 1666, in April 1666, landed here from India, having since duly kept the garrison books of this place until last September, when, due to the insufficiency of the former sub-merchant and second person, Hendrik Lacus, the trade saved and kept the aforementioned pay books, in which he demonstrated particular diligence and great work, since, in addition to all that, his contracted time also expired in April next. Therefore, it is that the same, at his request and full competence with the quality of sub-merchant and having been endowed with 40 guilders per month, for which the E. Compe. will remain obliged to serve for three consecutive years, with the understanding that 'at the discretion of Her Honor. In the Patria, it will remain resolved that he will be subject to an additional two years of exile, or that the aforementioned exile will be approved in accordance with the provisions stated above.
Augustus Boukaert of Middelburgh, appointed freeman here in 1666, and on May 7 of the same year, appointed Commissioner here by the Reverend Jacob Cauw, was appointed bou[ck]holder with 30 guilders per square meter under a three-year exile from then on. He had since mostly held the position of dispensary, and subsequently, upon the death of the junior merchant and shopkeeper, Sr. Pieter van Clinckenbergh, who had given his consent in all matters, was replaced. Therefore, he is confirmed as shopkeeper, and the qualification of junior merchant is therefore added with a salary of 36 guilders. provided that the E. Compe. remains bound to serve another 5 years, in terms of quality and salary, today, but exiled after the expiration of the aforementioned 3 years.
Cornelis van den Bogaarden as assistant and 20 guilders per month, arriving here on the ship Dort in 1666. Having satisfactorily fulfilled the office of dispensary since the death of the sub-merchant and shopkeeper Sr. Pieter van Clinckenbergh and the substitution of the dispenser Sr. Augustinus Boukaert in his place, the position of dispensary is confirmed at his request, and a salary of 30 guilders per month is added within his exile. Upon departure, this will be repaid as a bou[ck]holder and the aforementioned salary will be retained.
Jacob Croon of Hamburg, as a squire with the ship Rijnlant and 20 guilders per meter, arrived here around 1665, having since his arrival here performed well in various military and other duties, as he had previously done in India and in the Comptroller's service, and to his satisfaction in all circumstances, is hereby granted the quality, in view of the fact that no sergeant has been appointed, and a salary of 25 guilders per meter is added, which he will remain bound to serve here for the time being.
Also, during the period of Jan Theunisz of Hogerrijs, who arrived here with the Muscaatboom in 1660, first as a farmhand and later as a landscape gardener, with a salary of 18 guilders. and having expired for the second time and possessing excellent knowledge of the work, he is therefore awarded a 4 guilder increase in wages for another year of service here, as well as an additional 22 guilders per month, the wages and fees commencing today.
Claas Luder van Mekelenburg, who arrived here in 1663 on the ship Marsseveen as a midshipman and 10 guilders per month during the vacancy of the equerry's position, has been performing it satisfactorily for almost a year now, and his term has also expired, is accepted upon his immediate request as a corporal and equerry under a three-year contract at 16 guilders per month, the wages and fees commencing today.
Frans Bouwersz van Hulst, who arrived here on the ship Orangie in 1662 for sales and 8 guilders per meter, was accepted, as his term has now expired, at his request for 3 years and 10 guilders per month, and was exiled, with wages commencing today.
Jan Jansz de Laet from The Hague, who arrived here on the ship 't Casteel van Middenblik in 1663 for sales and 10 guilders per month, was accepted, as his immediate request, for some time now in Comps. Grote Tuin, and his exile has expired, with a 3-year contract, for which he will receive 12 guilders per meter, wages and exile, commencing today.
Thus done and resolved in the Fort de Goede Hoop on the day and year aforesaid. Baptized on March 15, 1668.
[Signed:] JAN VAN DER LAEN.
[Signed:] CORN. VAN QUAELBERGH.
Original Dutch transcription
Jacob Granaet van Enchuijsen voor scheepsboe[ck]houder en 24 gl. per mt. ao. 1663 per ‘t fluijt schip Hoog Caspel in India gecomen ende met gen. fluit82 ao. 1666 in April wt India alhier aangelant, hebbende zedert d’ guarnisoen-bouken deser plaatse na behoren gehouden tot in September verleden als wanneer bij insufficanche van den gewesen ondercoopman en tweede persoon Hendr. Lacus de negotie neffens voorsz soldijebouken heeft gered ende gehouden, waarin bijsondere neersticheijt en groten arbeijt heeft bewesen, zijnde boven dat alles ook zijn verbonden tijt in April aanstaande geexpireert, So is ‘t dat den selven op zijn versouk en volkomen bequaamheijt met de qualiteijt van ondercoopman en 40 gl. per maant hebben begiftigt waar voor gehouden blijven sal d’ E. Compe. noch drie achter een volgende jaren te dienen, met dien verstande dat ‘er ter discretie van Haar Edle. in ‘t Patria sal geresolveert blijven hem met noch 2 jaren verbants daar en boven te belasten off wel voorsz verbant in voegen als voren te approberen.
Augustinus Boukaert van Middelburgh alhier ao. 1666 voor vrijman aangelant en op 7e Maij deselven jaars van d’ E. Hr. Jacob Cauw Commissaris alhier, voor bou[ck]houder met 30 gl. per mt. onder een drie jarig verbant van doe af aangenomen, waar voor zedert meest het ampt van dispencier heeft becleet, en naderhant bij ‘t overlijden van den ondercoopman en winckelier sr. Pieter van Clinckenbergh in desselfs plaatse is getreden waarinne overal contentement gegeven heeft, so, wort denselven als winckelier geconfirmeert ende derwegen de qualiteijt van ondercoopman toegevoegt met een gagie ven 36 gl. ter maant mits gehouden blijft d’ E. Compe. daarvoor noch 5 jaren te dienen qualiteijt en gagie heden doch verbant na d’ expiratie van voorsz 3 jaren innegaande.
Cornelis van den Bogaarden voor adsistent en 20 gl. ter mt. ao. 1666 met ‘t schip Dort alhier aangekomen, hebbende t’ sedert ‘t overlijden van den ondercoopman en winckelier sr. Pieter van Clinckenbergh ende surogatie in des selfs plaatse van den dispencier sr. Augustinus Boukaert het ampt van dispencier tot genoegen waargenomen, wort op zijn versouk in die qualiteijt van dispencier bevestigt ende een gagie van 30 gl. ter mt. binnen zijn verbant toegevoegt, zullende bij vertrek in de qualiteijt van bou[ck]houder geboukt worden en voorsz gagie behouden.
Jacob Croon van Hamburg voor zargeant met ‘t schip Rijnlant en 20 gl. per mt. alhier ao. 1665 aangecomen hebbende zedert zijn aanwesen alhier sig in verscheijde so militaire als andere diensten wel gedragen, ende gecomporteert, gelijk ook bevorens in India mede also in Comps. dienst in alle voorvallen sig wel ende tot contentement heeft gequeten, word bij desen ten aansien van geen wachtmeester versien zijn, met de qualiteijt begiftigt en een gagie van 25 per mt. toegevoegt waar voor gehouden zal blijven, zijn verbonden tijt alhier wt te dienen.
Also den verbonden tijt van Jan Theunisz van Hogerrijs ao. 1660 met d’ Muscaatboom hier aangelant eerst als boere knecht en naderhant als lantboumeester onder een gagie van 18 gl. en oversulcx voor de tweede maal geexpireert is ende dat denselven seer goede kennis van dat werk is hebbende, wort hem derwegen voor nog een jaer dienst alhier te bewijsen vier gl. verhooging in gagie en also 22 gl. ter mt. toegevoegt, gagie en verbant dato deser ingaende.
Aengesien Claas Luder van Mekelenburg hier ao. 1663 per ‘t schip Marsseveen voor adelborst en 10 gl. ter mt. aangelant bij vacantie van de stalmeestersplaats nu al bijna een jaar het selve tot genoegen waergenomen heeft en dat desselfs tijt bovendien geexpireert is, wort denselven op zijn instantelijck versouk als corporael en stalmeester onder een verbant van 3 jaren met 16 gl. per mt. aangenomen, gagie en verbant heden ingaande.
Frans Bouwersz van Hulst hier te lande gecomen per ‘t schip Orangie ao. 1662 voor soldt. en 8 gl. per mt. wort als nu wederom wijle sijn tyt geexpireert is, op zijn versouk voor 3 jaren en 10 ter mt. aangenomen, verbant en gagie heden ingaande.
Jan Jansz de Laet uijt Den Haag hier aangelant met ‘t schip ‘t Casteel van Middenblik 83 ao. 1665 voor bossr. en 10 gl. ter maant, wert als nu op zijn instantelijck versouk also eenigen tijt in Comps. grote thuijn zijn dienst waargenomen heeft, als mede dat zijn verbant g’expireert is voor thuijnknecht met een 3 jarig verplichting aangenomen, waarvoor tot een belooning genieten zal 12 per mt., gagie en verbant dat deses84 ingaande.
Aldus gedaan ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hoop ten dagen ende jare voorsz. Gebt. den 15 Maart 1668.
[Signed:] JAN VAN DER LAEN.
[Signed:] CORN. VAN QUAELBERGH.