Aangesien den persoon van Hendr. Lacus, gewesen ondercoopman, om verscheijden en genogsaam54 wichtige oirsaken, verleden 5en September is gesuspendeert, om na te doene verantwoordinge van zijn vertrouwt gewesene bewint, van hier te vertrekken, breder als bij resolutie daar van getrokken, Ende dat nu bij de resumtie van de afgelegde, en gesloten negotiebouken, van den verleden jare, komt te blijken, dat niet alleen vele provisien, als andere coopmanschappen, gansch onbehoorlijk en sonder enige schijn in een groote quantite zijn afgesz maar dat ook, niet jegenstaande alle ‘t selve bewijslijk waar, en met documenten, de gerechtigheijt van dien baarblijklijk konde betoont werden, op meest alle waren, doch principael provisien, en ‘t geen voor contant wt. Comps. magasijnen wert vercogt, evenwel een important gedeelte tekort komt, breder als bij sekere pertinente memorien, wt d’ aangeroerde bouken getrokken, komt te blijken, Soo is bij d’ E. Heer Commandeur den Raad te deser vergaderinge voorgestelt, off ‘t niet gansch nodig was, d’ afschriften van voorsz memorien, hem Lacus ter hant te stellen, met ordre, om daer op binnen sekeren tijt, op yder poinct in ‘t bijzonder, pertinente aanwijsinge, en zijn beweringe te doen, waar op na voorgaande behoorlijk overleg, is vast gestelt, en bij desen eenpaarlijk geresolveert, de genoemde memorien, hem also te overhandigen, en daar nevens te gelasten, binnen den tijt van 14 dagen, de behoorlijke aanwijsinge van poinct tot poinct, pertinentelijck te doen op dat also kan gesien werden, waar, en op hoedanigen wijse, so groten quantiteijt, van allerhande goederen, bevaren, en geemploijeert zijn, sullende, ten aansien so traag en nalatig in al zijn doen is, niet vermogens wesen sig eerder buijten dese fortresse te begeven, voor dat ‘t selve behoorlijk sal hebben volbragt.
Aldus geresolveert, in ‘t Fort de Goede Hoop datum als voren.
[Signed:] CORN. VAN QUAELBERGH.
[Signed:] CORN. DE CRETSER.