Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

359

1667-05-26

Back

Minute details

Entry number
359
Date
1667-05-26
Year
1667

English translation

Noting to our great joy that yesterday the beautiful return ship d' Eendracht (praise be to God) finally arrived here, and that the former raft is now fully restored and well equipped to steer her bows towards the port of our homeland today or tomorrow, receiving a good wind. The Majors have also expressly ordered, in a certain secret letter, that should any ships appear in this port or elsewhere after the raft's arrival, they would have to wait with more delay than 2 or 3 days, not to wait for them at all, but after having made due arrangements for their repairs and refreshments, they should depart from here, further along than the same, So it is that the Broad Council of the return fleet moored here, assisted by the Honorable Commander here, having met duly today, with the Honorable. Sir Admiral Johan van Dam has been advised whether the aforementioned ship d’ Eendracht could be prepared in 2 or 3 days to depart with the entire fleet. If, indeed, one had to wait for the aforementioned days after him, then, having indicated a certain rendevous to him in order to be excused, he should leave her here, and, if the weather permits, set the stems directly to seaward today or tomorrow, after which the chief captain of the aforementioned ship, who had taken charge of the position and command due to the skipper’s incapacity, was asked whether, in as short a time as possible, the ship could be made fully ready to depart; and answering this with good reasons, yes, "So, after due consideration, it was decided and taken unanimously that we should wait until Sunday afternoon for the departure of the raft, and in the meantime, with all possible diligence and practical means, repair it, providing then enough refreshments on board to last seven or eight days for all the crew, and as many healthy, strong sailors and soldiers, having been delivered from here, to supplement their sick, as necessary.

And furthermore, skipper Jacob Gommerbak of Schiedam, from her Honour. On Batavia, on the aforementioned ship, as skipper in command, he has been ill and completely unfit to captain such a valuable vessel since his departure from there. Currently, his condition is such that he is almost despairing of life. It has been further determined that several commissioners, as well as two or three qualified surgeons, will be sent there to thoroughly investigate the aforementioned skipper's illness and, based on the report, to be properly disposed of. Skipper Sijmon Pietersz, Cent Hamers, and merchant Sr. Gerrit van Meerle have been nominated for this purpose.

Friday, May 27th. 1667

The Broad Council having met again today in due order, the commissioners appointed yesterday reported that the aforementioned skipper of the Eendracht, who, according to human judgment, was not about to return to his previous and proper state of health and fitness, also provided the written advice of the commissioned cherurgies, which reads as follows:

"On this day, May 26, 1667, we, under the authority of the cherurgies, by order of the Reverend Admiral Johan van Dam, in the presence of the E. commissioners, inspected Jacob Gommerbak, skipper of the ship Eendracht, suffering from a stroke on the entire left side, with such a weakness of strength that, in our judgment, he will never return to his previous state of health, and according to all appearances, his illness will never recur." Signed P. ELSEVIER and JOHANNES CAMP.46

Why, This Council having noted how necessary it is that this valuable ship of Compton should be provided with a good captain to avoid any misfortune at any time, primarily because we have been informed that quite a few obstinate characters have begun to appear during this voyage and are acting rather resentfully towards its pilot, Gerrit Ridder Muijs, it has been unanimously resolved and established that the skipper of the Esperance, named Hans Swart, as an experienced seaman, shall transfer to the Eendracht and be outsourced as skipper there, furthermore that the aforementioned Swart (received in return for his good services in restoring the aforementioned ship) will be transferred to the aforementioned Esperance as commanding skipper, while the incapacitated Gommerbak will be taken ashore here at his immediate request for refreshment and recovery (if he should become apparent).

And to ensure that everything proceeds in good order, skippers Cent Hamers and Ge [Illegible text] ... [Signed:] P. DE JONGE. Secrets. 1667.

Original Dutch transcription

Gemerct tot onser aller groter blijtschap op gisteren ‘t schone Retourschip d’ Eendracht (Gode lof) hier noch eijndelijck is komen te paresseren, ende dat de vordere vlote jegenwoordig volcomen gerestaureert en van alles wel versien is om heden off morgen een goede wint krijgende, haere stevens bhaeijwaert wt na de havenen onses vaderlants aan te wenden, dat ook d’ Heeren Majores bij sekere secrete brief, wel expresselijk hebben gelieven te gelasten, ingeval enige schepen na de paresse der vlote, in dese bhaeij noch wijders hier quaemen op te dagen, daer na met meer verlet als van 2 a 3 dagen soude dienen gewacht, deselve geensints te verbeijden, maar na behoorlijke ordre tot zijn off hare reparatie, en ververssinge te hebben gestelt, van hier soucken te vertrecken, breder als bij deselve, Soo is ‘t dat den Breden Raedt van de alhier ter rhede leggende retourvloot, geadsisteert met de E. Heer Commandeur alhier, op heden behoorlijk vergadert zijnde, bij den Ed. Heer Admirael Johan van Dam is voorgehouden, off men voorsz schip d’ Eendracht wel in 2 a 3 dagen soude cunnen vaardig maken, om met de gehele vlote te vertrekken, Ingeval ja off men dan voorsz dagen na hem diende te wachten, dan dat men hem sekere rendevous aengewesen hebbende, om daer van haer verbeijt te werden, alhier soude laten, en maar vandaag off morgen, d’ wint dienende directa de stevens t’ zewaarts te zetten, waar op dan den opperstierman van voorsz schip die de plaats en Commando mits onbequaamheijt van de schipper, op ‘t selve heeft waergenomen, afgevraecht zijnde, off wel in so korten spatie van tijt mogelijk was ‘t schip volcomen vaardig om te vertrekken gemaect konde werden; en daar op met goede redenen, ja tot antwoord gevende, Soo is na behoorlijke rijpe overweginge daar over gedaen, en genomen, bij eenparicheijt van stemmen vastgestelt, dat men noch tot Sondag nademiddag, met ‘t vertrek van de vlote sullen wachten, en inmiddels met alle doenlijke vlijt, en practicable middelen ‘t selve herstellen, leverende alsdan noch sovele ververssing aan boort, dat 7 a 8 dagen daar van aan al ‘t scheepsvolck kan opgeschaft werden, en so vele gesonde clouke matrosen, en soldaten hier van lant verlost zijnde, tot supplement van haere zieken, als nodig wesen sullen.

Ende nademaal den schipper Jacob Gommerbak van Schiedam van haar Edle. op Batavia, op veelgemelde schip, als regerende schipper g’ordonneert, zedert sijn vertrek vandaar altijt ziekelijk en geheel onbequaam, om so kostelijken schip te regeren is geweest, zijnde jegenwoordig sodanig gestelt, dat van sijn leven bijna wort gedespereert, is wijders vastgestelt, dat men enige gecommitteerdens, benevens 2 a 3 bequame cherurgijns derwaerts sal zenden, om naeukeurig voorsz schippers ziecte te onderzoucken, en naer gedaen rapport, wijders na behoren daar in gedisponeert te werden, waar toe dan schipper Sijmon Pietersz Cent Hamers, en den coopman sr. Gerrit van Meerle zijn genomineert.

Vrijdag den 27en Maij ao. 1667

Den Breden Raad op heden weder behoorlijk vergadert zijnde, hebben de op gisteren gecommitteerdens gerapporteert, dat voorgemte. schipper op d’ Eendracht , na menselijk oordeel niet weder tot zijn vorige en behoorlijke gesontheijt, en bequaamheijt licht te geraken stonde, leverende daar nevens over het schriftelijk advijs van de gecommitteerde cherurgijns, luidende als volcht:

‘Op huijden den 26en Maij 1667 hebben wij ondergesz cherurgijns door ordre van den E. Heer Admirael Johan van Dam, ter presentie van de E. gecommitteerdens, gevisiteert Jacob Gommerbak, schipper op ‘t schip d’ Eendracht , hebbende een beroertheijt aan de geheele linckerzijde, met sodanige debiliteijt van krachten, dat naar ons oordeel noijt tot zijn vorige gesontheijt sal komen, en naar alle apparentie van zijn ziecte noijt opkomen-getekent P. ELSEVIER en JOHANNES CAMP.46 ‘

Waarom bij desen Raad zijnde aangemerct hoe nootsakelijk het is dat dit Comps. costelijke schip weder met een goet bestierder dient versien om niet t’ eniger tijt in eenig ongeluk te mogen vervallen, principalijk daer ons bericht wort dat al vrij enige moetwillige quanten gedurende dese reijse haer daerop hebben beginnen te openbaren, en sich tegen haren stuijrman genaemt Gerrit Ridder Muijs, al vrij wat wrevelmoedig aan te stellen, so is met eenparicheijt van stemmen, bij desen geresolveert, en vasgestelt, dat den schipper van de Esperance genaemt Hans Swart, als zijnde een ervaren zeman, op d’ Eendracht sal overgaan, en daar op als schipper sal worden geouthoriseert, wijders dat de voorn. stierman (reguart genomen op zijnde goede diensten in ‘t te recht te brengen van voorsz schip bewesen) tegen denselven Swart weder op d’ Esperance voornoemt, als commanderend schipper sal overgeset worden, sullende den inpotenten Gommerbak op zijn instanteijk versouk en tot verfrissinge en genesinge (so die noch apparent mochte becomen) hier aan lant genomen werden.

Ende op dat alles met goede ordre mochte toegaen, zijn de schippers Cent Hamers en Gerbrant Pietersz de Bok, gecommitteert na voorgaende behoorlijke visite der ruijmen, en de te doene wederzijtse transporten, de gemelte personen in voegen als voren, op boven geroerde schepen voor te stellen.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hoop op de dagen hier voren gemelt.

Was getekent Johan van Dam, Corn. van Quaelberg, J. Jansz, Sijmon Pietersz, Cent Hamers, Gerrit van Maarle, Garbrant Pietersz Bok, Albert Crol, Isijms Reijnier, Bringhmans, Pieter Saskes, Hans J. Swart, Jan Blaeumeulen, Pieter Pietersz, Gerrit Ridder Muijs, ende P. de Jonge Secrts.47

Naar collatie d’ accorde bevonden, in ‘t Fort voornt. desen 7en Junij Ao. 1667 bij mij.

[Signed:] P. DE JONGE. Secrts. 1667.