Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

341

1665-08-03

Back

Minute details

Entry number
341
Date
1665-08-03
Year
1665

English translation

To Ede. The Majors in the fatherland, in their letters of November 13th and 20th, passed through Passato (brought to us on April 23rd last by the ship Amersfoort), have kindly informed us how they had resolved and fully decided to build in this Tafelvalley a royal stone fortress in such a form and size as was clearly prescribed and depicted to us in the enclosed draft, with the most earnest recommendation that we should prepare for this immediately after receiving the aforementioned letters and begin work on it without any delay. To which end also greatly desired Ede. In addition, to avoid disturbing the soldiers who were to be employed in such heavy work, we also ordered that each of them receive an extra ordinary reward for such extraordinary services, namely 5 to 10 stuivers per day.

But because, since receiving this order, we have had to keep all our masons out of the process of completing the new project, and consequently, the expected useful tools and necessary materials for this, due to the unusually long delays of Dutch ships, have not yet appeared, this has not yet been possible for these reasons, as well as for several other significant points, but primarily because the foundation and laying of the The aforementioned Fortress, apparently requiring some necessary changes, would require us to await the personal appearance of Commander Isbrant Godsken (who was due to return from the ship Nieuw Middelburch), so that we may have his advice and vote on this important matter to our reassurance, especially since (as we understand it) his E. has already met several times in conference on this matter with several commissioned gentlemen directors in The Hague.

And noting that we have given all the soldiers heretofore posted sufficient daily work, and are still capable of giving more, such as breaking rock and bringing it to the work, as well as collecting and carrying large quantities of shells for burning lime and similar work, we have now deemed it necessary and timely to allow the aforementioned soldiers to receive the aforementioned extraordinary daily wages, since at present, in this wet and cold weather, all their clothes, socks, and shoes are wearing out. Consequently, as has now been resolved, understood, and decided, that on Saturday next or the 8th of this month, for the first journey, every common or bad Soldiers receive two heavy pennies or five stuivers in light money, but sargeants and corporals each receive three, and each chief officer (because constant wind and rain are also an added bonus, driving the people to work) will receive four pennies per day, provided that the aforementioned daily wages are to be calculated by our fiscal department at a specific time every week, namely on a Saturday, and a proper accounting is kept of them, until we have received approval of this, or any further order regarding the increase or decrease of the aforementioned money. Further to the aforementioned consultations, it was further agreed and decided at this meeting to first have a large, sturdy vessel of approximately 50 feet in length fitted with keels, in order to be able to use it to regularly collect blue flake-like stones and shells from Robben Island. Our ship, the "Bruijdegom," and the large open boat both of the worm are now so damaged that they will hardly be able to be used for such services for another year.

Thus done and resolved at Fort de Goede Hope on the day and year as above.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1665.

[Signed:] HENDR. LACUS.

[Signed:] CORN. THE CRETSER. Secrets. 1665.

Original Dutch transcription

Aengesien d’ Ede. Heeren Majores in het vaderlandt bij derselver missiven van 13. en 20en November ao. passato (ons op 23en April jongstleden per ‘t schip Amersfoort toegebracht) ons hebben gelieven bekent te maken, hoe deselve geresolveert, en volcomen beslooten hadden, om in dese Tafel-valeij een Roijale Steene-Fortresse, in sulcker form en groote te doen begrijpen, als ons per overgesonden Pourtraict duijdelijck voorgeschreven, en affgebeelt was, met gansch ernstige recommandatie dat wij ons datelijck na den ontfanck van voorsz brieven, daer toe souden moeten schicken, en sonder eenich tijtversuijm een begin daer aen maken, Tot welcken eijnde dan oock geduchte Haer Ede. daer benevens ordonneren, om de soldaten die tot sulcken swaren werck voortaen stonden gebruijct te werden niet onlustich te maken, aen de selve voor alsulcke extra-ordinarie diensten, oock een extra ordinarie beloningh namelijck van 5 tot 10 stuijvers na advenant ‘s daechs aen een ijder genieten te laten,

Maer omdat wij zedert die ontfangen order alle onse metselaers met het voltrecken van het nieuwe voorwerck hier buijten hebben moeten besich houden, en oversulcx de verwachte dienstige gereetschappen, als noodige materialen daer toe, vermits ‘t ongemeen langh tarderen der vaderlantse schepen, noch niet te voorschijn gecomen zijn: heeft sulcx om die oorsaecken, als verscheijde andere considerabele poincten, tot noch toe niet cunnen begonnen worden, doch principalijck omdat voor ‘t funderen en leggen der voorsz Fortresse, apparent eenige nootsaeckelijcke veranderingh sal moeten werden gedaen, en daerom al vooren de personeele verschijningh van de heer Commandeur Isbrant Godsken (die per ‘t schip Nieuw Middelburch weder uijt te comen stonth) gaern souden willen affwachten, om sijn advijs en stem over dat gewichtige werck t’ onser gerustheijt mede te mogen hebben, te meer sijn E. (na wij hooren) met eenige gecommitteerde Heeren Bewinthebberen in Den Haegh alreede verscheijde malen hier over soude sijn in conferentie geweest.

Ende gemerct wij onderentusschen niettemin alle de soldaten die rechtevoort alhier bescheijden zijn, dagelijcx werck genoech gegeven hebben, en noch al wijders geven cunnen, met klipsteenen te laten breecken, en die bij de werck te brengen, als met het opsamelen en aendragen van groote parthije schulpen tot branden van calck en diergelijcken arbeijt, heeft ons nu eens tijt en noodich gedacht, de voorsz chrijchslieden daer voor, de gemelte extraordinarie toegeleijde dachloonen genieten te laten, ten aensien tegenwoordich bij dit natte en koude weer daermede al hun clederen, coussen, en schoenen comen te verslijten, Ingevolge hebben als nu bij dese geresolveert, verstaen en beslooten, dat op Saterdach aenstaende off 8en deser voor de eerste reijs, ijder gemeen off slecht soldaet twee sware dubbeltjes, off vijff stuijvers licht gelt, maer de sargeanten en corporaels ijder drie, en elck hooft-officier (omdat mede geduijrich in wint en regen daer bij staen, en ‘t volck tot den arbeijt aendrijven moeten) vier dubbeltjes ‘s daechs sullen laten toecomen, mits de gezeijde dachloonen alle weecken eens, namelijck op een Saterdagh door onsen fiscael op een gewisse stont soo lange sullen moeten uijtgetelt, en behoorlijcke reeckeningh daer van gehouden werden, tot dat ons t’ sijner tijt d’ approbatie hier van, off eenige nader ordre aengaende ‘t vermeerderen off ‘t verminderen van ‘t gezeijde gelt sal voorgecomen wesen.

Soo is oock wijders naer voorgaend overlegh te deser vergaderingh verstaen en gearresteert om metten eersten een groot hecht vaertuijgh van omtrent 50 voeten lengte kiels te laten optimmeren, om met ‘t selve geduijrich blauwe schelffer-achtige steenen en schulpen van ‘t Robbeneijlant te cunnen laten halen, gemerct onse chialoup de Bruijdegom en de groote opene booth beijde van de worm nu soo beschadicht vinden, dat die nauwelijcx een jaer langer tot alsulcke diensten sullen cunnen gebruijken.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage en jare als boven.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1665.

[Signed:] HENDR. LACUS.

[Signed:] CORN. DE CRETSER. Secrets. 1665.