Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

340

1665-07-29

Back

Minute details

Entry number
340
Date
1665-07-29
Year
1665

English translation

Since we are becoming increasingly aware daily that among all these free residents here, there is no one who can achieve greater ease, better prosperity, and greater advantages than only those who have thus long been permitted to drink anything in strong liquor, because up to now, not even the slightest burden of any imposition or reasonable acknowledgment has been imposed or withdrawn from the lawful Lord or Occupier of this place, from which it has ultimately arisen that all others who cannot manage well with their agriculture, fishing, or crafts, are constantly coming around to us and requesting that they be granted the same, here or there. to set up a brandy tap, so as to be able to better obtain daily sustenance; but because such a common trade would bring not only common damage,47 but also a lazy, wild life, these many requests have so far all been rejected.

And since we currently have a large number of soldiers here, who, according to orders from the E.E. The Lords Masters in the fatherland, in addition to their salaries and board, are now also expected to receive daily wages for their extraordinary work. This will undoubtedly bring the aforementioned tavern-keepers and innkeepers even more profit and growth in prosperity in their trade. Therefore, now that the appropriate time for such a tavern has been more closely examined and considered, we have unanimously resolved, understood, and decided that the four freemen permitted to operate here, namely Hendrick van Suerwaerden, Joris Jansz, Thielman Hendricxz, and Jacob van Rosendael, (of which the first two live here at the fort, and the other two outside on the land) next month Augustij will have to raise and pay such a moderate excise duty to the Egyptian Company for its strong liquor for the first time and thereafter, as we have deemed fit to do in fairness, as all Colonies in India are also subject to, namely, for each anchor of brandy, one king's dollar or three guilders light money, and for each anchor of Spain of France wine, sixteen heavy dimes or two guilders light money, well understood that if the Company will be richly supplied with such liquor, or as long as we can satisfy the said taps with it, provided that everyone who comes to collect it monthly will have to pay the aforementioned excise duty in advance to the Egyptian Company each time. cash payment, before he can have them carried out of the fort in barrels or cellars. And if either one should struggle against our provision or prove unwilling, in such a case, the aforementioned tapping will be forfeited or forbidden to an opponent, and it will be given to a willing party.

It is now also understood and established that the aforementioned Jacob van Rosendael will retain this acquired business for no longer than six months, as recently granted to him by the E. Commander Pieter de Bitter and as he himself himself informed, until the aforementioned period expires, it can then be dealt with in turn, and another needy farmer, or perhaps two, equally, primarily those who are married, may also enjoy a comfortable profit in addition to their hard work, since we find that there is plenty of drink outside, especially as there are many ships moored here in the harbor, which can be sold and tapped.

Thus done and resolved in the Fort of Good Hope on the date and year as above.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1665.

[Signed:] HENDR. LACUS.

[Signed:] CORN. THE CRETSER. Secrets.

Original Dutch transcription

Dewijle wij dagelicx meer en meer comen gewaer te werden, dat er onder alle dese vrije-ingesetenen alhier niemant is, die meer gemack, beter welvaert, en grooter vordeelen behalen kan, als alleen die geene, die dus lange is toegestaen geweest, eenige tapneringe in stercken dranck te mogen doen, omdat deselve tot noch toe geen de alderminste last van eenige impositien ofte billicke erkentenisse daer voor aen den wettigen Heer off Besitter deser plaetse is opgeleijt, noch affgenomen geweest, waer uijt dan eijndelingh is comen te ontstaen, dat alle de andere die met haren lantbouw, visscherijen off ambachten niet wel cunnen doorcomen, ons geduijrigh om de ooren lopen en versoecken dat haer insgelijcx moght werden vergunt, hier off daer een brandewijns-kroechie op te setten, om alsoo oock te beter aen de dagelijcxse cost te mogen geraken; maer om dat sulcken alte gemeenen neringh, nietdanal gemeenen schade,47 en een luij woest leven soude aen te brengen staen, zijn die veele versoekers tot noch toe alle affgeslagen geworden.

Ende ten aensien wij tegenwoordich een groot getall soldaten alhier hebben, die volgens order van d’ E.E. Heeren Meesters in ‘t vaderlant nevens hare soldijen en costgelden nu oock haest dachloonen voor haren extraordinarie arbeijt staen te ontfangen, sal sulcx de voorsz tappers off herbergiers, in haer neering buijten twijffel noch te meer winst ende aenwasch in welvaert toebrengen, dierhalven dan nu oock de bequaeme tijt tot sulcken taverne werck bij ons wat nader ingesien en overwogen wesende, eenparich geresolveert, verstaen, en beslooten hebben, dat de vier vrijeluijden die toegestaen is tapneeringh alhier te mogen doen, namentlijck Hendrick van Suerwaerden, Joris Jansz, Thielman Hendricxz ende Jacob van Rosendael, (waer van de eerste twee hier aen ‘t fort, ende de andere beijde buijten op het landt woonachtich zijn) aenstaende maent Augustij voor de eerste mael en alsoo vervolgens alsulcken matigen accijns aen d’ E. Compe. voor haren stercken dranck sullen moeten opbrengen en betalen, als ons heeft goetgedacht nu eens in billicheijt te bestaen, gelijck alle Coloniers in India mede onderworpen zijn, te weten voor ijder ancker brandewijn een rijcx daelder off drie gulden licht gelt, ende voor elck ancker Spaence off France wijn sesthien sware dubbeltjes off twee gulden licht gelt, wel verstaende als de Compe. rijckelijck van alsulcken dranck versien sal wesen, off soo lange wij de gemelte uijt tappers daermede sullen gerieven cunnen, mits een ijder die die maendelijcx comt te halen, ‘t voorsz accijns gelt telckens alvooren sall moeten in des E. Comps. cas betaelen, al eer hij deselve in vaten off kelders sal vermogens zijn uijt het fort te laten dragen, Ende bij aldien sich d’ een off d’ ander tegen dese onse beschickingh soude mogen spartelen off onwillich thoonen, sal in sulcken geval, sodanigh een tegenstrever de gemelte tapneeringh opgeseijt off verboden, en die aen een gewilliger gegeven worden.

Wijders is alsnu oock verstaen en vast gestelt, dat voorn. Jacob van Rosendael niet langer dan ses maenden die vercregen neeringh sall blijven behouden, gelijck hem jongst bij den E. Commandeur Pieter de Bitter is toegestaen en hem selffs aengezeijt geweest, ten eijnde de voorsz tijt g’expireert wesende, het dan voorts bij beurten omgaen kan, en een ander behoeftige lantbouwer, off well twee dittos, gelijckelijck, voornamentiijck de geene die getrouwt zijn, nevens haren swaren arbeijt daermede oock een smaeckelijck winstje genieten mogen, dewijle wij doch bevinden, dat er dranck genoech daer buijten, voornamentlijck als er veele schepen hier in de bhaeij leggen, kan vercocht en uijtgetapt worden.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare als boven.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1665.

[Signed:] HENDR. LACUS.

[Signed:] CORN. DE CRETSER. Secrets.