Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

334

1664-11-24

Back

Minute details

Entry number
334
Date
1664-11-24
Year
1664

English translation

On the orders of our E.E. Gentlemen Principals in the Patria, the small flute vessel 't 't Waterhoen, having recently been sent from here for the second time to fetch rice and slaves to the island of Madagascar, reappeared here on the 15th of this month with the bookkeeper, Mr. Jochum Blanck, and a meager return of no more than 7 or 8 loads of beautiful white rice from Antongil's harbor, as having been no longer available there before that time, according to his written report. Consequently, he had also not been allowed to transport any slaves from there, claiming that the King of that region, without knowledge or permission of his great wealth, had been able to sell a single slave, much less export one, or all. had threatened to leave him and defect to his enemies, so that the E. Compe. with those two fruitless expeditions from here to Madagascar has caused more harm than benefit to our sorrow. And noting that we are currently lacking nothing more than rice to sustain all our soldiers as laborers, as well as a good supply of slaves for the continuation of these fortifications, it was decided in this meeting that the aforementioned flute should be sent back and forth to St. Augustine Bay (located next to the Cape), for the third time now, because two English ships recently brought over three hundred slaves from there, and each of them had brought one of them across this place in West India. But because, in the opinion of the ship's advisors, this voyage would be very difficult at this time of year, indeed, it could not be made in three months and without great danger, besides that this The much-discussed ship, now so dirty and rough that it was still so sluggish in its sailing that it was difficult to turn or veer about for any longer, we completely abandoned our thoughts about that voyage and, consequently (though not knowing how to justify it further), unanimously agreed and decided to provide everything with the first one on the new date for four months, and with as much collected wool, cowhides, and sheepskins as we could muster for the work, we would depart for Batavia in the hope that we would be supplied with the necessary grain in the meantime, along with the expected return fleet.

Thus done and resolved at the Fort of Good Hope on the day and year aforesaid.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.

[Signed:] HENDR. LACUS.

Original Dutch transcription

Op de beveelen van onse E.E. Heeren Principalen in ‘t Patria het fluijtscheepje ‘t ‘t Waterhoen in Maij laastleden voor de tweede mael van hier om rijs en slaven te halen na ‘t eijlant Madagascar uijtgesonden zijnde, is op den 15en deser met den bouckhouder sr. Jochum Blanck, ende een sober retour van niet meer dan 7 off 8 lasten doch schoone witte rijs uijt de bhaeij van Antongil hier weder verscheene, als zijnde aldaer volgens desselfs overgegeven schriftelijck rapport voor die tijt niet meer te becomen geweest, oversulcx had hij oock egeene slaven van daer mogen vervoeren, voorgevende dat den Koninck van die lantstreke, sonder kennis en toestaen van sijn grooten niet vermogens was geweest, een eenige slaeff te vercopen veel min uijtvoeren te laten off souden altemael gedreijgt gehad hebben van hem wegh en na sijn vijanden over te lopen sulcx de E. Compe. met die twee vruchtelose tochten van hier na Madagascar meer schade als voordeelen tot onse leetwesen behaelt heeft. Ende gemerckt wij rechtevoort geens dings meer als rijs tot sustentie van al onse soldaten als arbeijtslieden, mitsgaders goede partije slaven tot voortsettingh van dese begonnen fortificatien gebreck hebben, Is in dese vergaderingh voorgeslagen dat men ‘t gemelte fluijtjen nu voor de derde mael daerom behoorde uijt en weder na de Bhaeij van St. Augustijn (als de Caep aldernaest gelegen) te senden ten aensien onlangs geleden twee Engelse scheepjes over de driehondert stucx slaeven daervan daen gehaelt, en die met beijde dogh een derselver over dese plaetse in West Indien gebracht hadden: maer om dat na ‘t oordeel der scheepsverstandige die reijs in dese tijt van ‘t jaer seer beswarelijck, ja in geen drie maanden en dat niet sonder groot perijckel soude op te halen wesen, behalven dat dit veelgerepiteerde scheepje, nu soo vuijl en buijten dat noch soo loom in ‘t zeijlen was dat qualijck langer daermede over steven wenden off draeijen conden, hebben wij onser gedachten van die reijs t’ enemael affgetrocken en ingevolge (ten aensien hier doch wijders daermede niet weten uijt te rechten) eenparigh verstaen en besloten ‘t selve met den eersten op het nieuw voor vier maanden van alles te provideren en met sooveel opgesamelde traen, koehuijden en schape-vellen als bij de wercke hebben recht door na Batavia te laten vertrecken op hope dat wij middelerwijle met de te verwachte retourvlothe, van dat benodigde graen wel sullen besorght werden.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare voorsz.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.

[Signed:] HENDR. LACUS.