Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

332

1664-10-04

Back

Minute details

Entry number
332
Date
1664-10-04
Year
1664

English translation

Since we have found this here from time to time, and continue to find it more and more sadly every day, that some of these freemen, especially those who are married and live outside on the land, live in great poverty and distress, as they can hardly overcome the hard labor of farming, so much so that their wives and children are unable to provide for themselves with food and bedding any longer. This deficiency arises mainly from the fact that they have to bring in excessively high wages monthly, with which they have to pay their German servants, as we have so far remained unable to do, even with a few slaves (who would otherwise be very suitable for such labor). wesen) to provide helpful assistance.

And finally nowadays in des E. Comps. in cash with us is a sum of ƒ1268:16:1 having arisen from generous actions in celebrating the Lord's Holy Supper as well as common Sunday collections when preaching is done, as well as from some deductions and fines for and on behalf of the poor. The Commander now proposes this to the Council, and gives it serious consideration whether it would not be fair and Christian to provide for some of these most needy people in this present bad time caused by scarcity of corn and rice from the aforementioned money for their better maintenance now and then 10, 15, 20, or more guilders. pro bono, and if so, whether this should not be continued annually, or at least for so long, until it would become clear that these people would be better able to support themselves on their own resources and live on them.

Whereupon the Council, after due deliberation, having been brought to proper compassion on this matter, finally resolved: they understood and decided that henceforth only those we might find at the time to be truly poor householders, but primarily those burdened with many naked children and, due to poverty, forced to sleep at night on the ground and a little straw with the animals in the stable, as well as women in labor, needy The sick, widows, and orphans will be provided with adequate help and assistance, occasionally with a little money for clothes, bedding, food, or drink. It is hoped that two or at most three hundred guilders will initially be sufficient, provided that this provision of ours must be made known to the Honourable Majors in the country at the earliest opportunity, and that Their Honour be requested with a submission whether we should continue with such an annual distribution among the poor, or whether, for some unknown reasons, we should discontinue it and suspend it altogether.

We were also informed at this meeting that all the turning work, but especially the paddle wheel of our only corn mill here, was so worn, rotten, and decayed that it would no longer be possible to repair and patch it, since it had now stood for nearly six years and had been worked on almost day and night. Therefore, we should not expect any further service from it for another month.

And since, due to the lack of rice, we must feed all this garrison and laborers with baked bread, and we cannot already grind enough daily for all these freemen, it is also the case that It is now understood and decided that, with the very first, a second water mill will be taken in hand and placed close to the fort on the west side, for which purpose a very suitable place has long been found to be able to properly control it with the water in the moat through a sluice, without it causing any hindrance or obstruction to the view of this fort.

Thus done and resolved in the Fort of Good Hope on the day and year as above.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.

[Signed:] HENDR. LACUS.

Original Dutch transcription

Nademael wy van tijt tot tijt alhier bevonden hebben, en noch dagelijcx meer en meer tot ons leetwesen ondervinden dat eenige van dese vrijelieden voornamelijck diegene die getrouwt zijn en buijten op het lant woonen, in seer groote arremoede en becommeringh leven, als cunnende met haren swaren arbeijt in den lantbouw, nauwelijcx soo veel overwinnen dat daervan hare vrouwen en kinderen qualijck langer nootdruftiger wijs met voetsel en decksel cunnen besorgen, ontstaende dit gebreck ten merendeele daeruijt, om dat deselve al te groten loon maendelijcx opbrengen en daermede haere Duijtse knechts betalen moeten, gemerckt wij tot noch toe onvermogens zijn gebleven, deselve met eenige slaven (die tot sulcken arbeijt anders seer bequaem souden wesen) de behulpsame hant te connen bieden.

Ende ten aensien tegenwoordig in des E. Comps. cas in comptant onder ons berustende zij een somma van ƒ1268:16:1 zijnde gesproten uijt milde hantreyckinge bij ‘t celebreren van ‘s Heeren Heijligh Avontmael als gemeene Sondaegse collecten als ‘er gepredickt wort mitsgaders uijt eenige breucken en boeten eenelijck voor en ten behoeve van den armen, Soo draeght den Commandeur den Raet nu sulcx voor, en geeft denselven in serieus bedencken off het niet billick en Christelijck soude wesen dat men eenige van die alderbehoeftigste menschen in desen tegenwoordigen slegten tijt veroorsaeckt door schaerscheijt van coren en rijs uijt ‘t voorsz gelt tot haer beter alimentatie soo nu als dan 10, 15, 20, off meerder guldens pro deo quaeme uijt te reijcken en des ja off men sulcx niet jaerlijcx off ten minsten soo lange behoorde te vervolgen, tot dat men soude comen gewaer te werden dat haer de sulcke weder van haer eijgen middeltjes souden beter bedruijpen en daerop leven konnen,

Waerop den Raet na vereijschte accurate deliberatie hierin tot behorelijcke mededoogentheijt gebracht wesende, eijndeling geresolveert, verstaen en besloten zij dat voortaen eenelijck aen diegene die wij in der daet souden mogen bevinden rechte arme huijshoudende lieden te wesen, doch voornamelijck die met veele naeckte kinderen beswaert zijn en uijt enckel armoede ‘s nachts op de aarde en een weijnigh stroo bij de beesten in de stal slapen moeten, mitsgaders gebrecklijdende kraemvrouwen, behoeftige siecken, weduwen en weesen, soo nu als dan met wat gelts tot clederen, slaepgoet, spijs, off dranck behorelijcke hulp en bijstant sal werden geboden, waertoe vertrouwen dat voor eerst twee off ten hoogsten driehondert gulden genoegh strecken sullen, mits dat dese onse beschicking hierin per de eerste gelegentheijt d’ E.E. Heeren Majores in het vaderlant sal moeten bekent gemaeckt en Haer E.Edl. met eenen submissie affgevraeght werden off wij met sulcke destributie onder den armen alsoo jaerlijcks souden mogen voortgaen off wel om eenige ons onbekende insichten uijtscheijden en t’ eenemael suppercederen moeten.

Wijders is ons oock te deser vergaderingh bekent gemaeckt, dat al het draeijwerck doch voornamelijck ‘t schepradt van onse eenigste corenmeule alhier sodanig affgesleten verrot en vergaen was, dat langer met verstellen en lappen daeraen niet meer te doen soude weesen, ten aensien deselve nu bij de ses jaren gestaen hadde en in al dien tijt schier dagh en nacht met malen besigh geweest was, Invoegen wij geen maent langer eenigen dienst daervan souden te verwachten hebben,

Ende dewijle wij rechtevoort bij gebreck van rijs alle dit guarnisoen en arbeijtsvolck met varsch gebacken brooth spijsigen moeten, en alrede dagelijcks soo veel niet affmalen kan, als wel daertoe en voor alle dese vrijelieden van nooden zij, is insgelijcx als nu verstaen en g’arresteert dat met den aldereersten een tweede watermeulen ter hant nemen en die dicht onder ‘t fort aen de West Zijde leggen sullen, waertoe all over langh een seer bequame plaets uijtgesien hebben om deselve met het water dat in de gracht is, door een sluijs gevoeghelijck te connen regeren, sonder dat deselve eenige hinder off beleth van ‘t gesicht van dit fort geven sal.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare als boven.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.

[Signed:] HENDR. LACUS.