Cape Council of Policy
328
1664-05-18
Minute details
- Entry number
- 328
- Date
- 1664-05-18
- Year
- 1664
English translation
And because we can also clearly see that mooring... The skipper of this second Madagascar voyage is quite unsettling, and everything is met with grief and unease. He now also finds himself beginning to daydream and doze, judging that this is the result of precisely the fact that, according to his wishes, he could not have left for India earlier with his ship, nor was he allowed to do so. He was even addressed very kindly that afternoon by Commander Wagenaer (where he had been summoned to the farewell meal with both chiefs Blanck and Nieuwlant), and told that he should now keep to the aforementioned Madagascar voyage, since he had, in accordance with his request, also taken away this second chief captain, with whom he had not been able to get along well, and had given him another in his place. But he shook his head and, not answering for a long time, finally said that nothing more was missing. When asked what it was, he replied that he would rather depart for Batavia via the Slot van Honingen, which, after brief and thorough deliberation, was fully granted, in order to be rid of such an unwilling, irresolute man and true dreamer once and for all. Consequently, it has been understood that in his place we will again appoint and use the chief captain Jan Jacobsz of Amsterdam, whom we were otherwise about to displace for the aforementioned skipper's sake, with confidence that the voyage will begin and be completed with better seamanship, calm and peace, than with the aforementioned. difficult dwarf head and that unbearable old ice grim had been able to be done.
Thus done and resolved in 't Fort de Goede Hope on the day and last year.
[Signed:] Z. WAGENAER.
[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.
[Signed:] J. BLANCK.
[Signed:] J. v. NIEULAND.
[Signed:] HENDR. LACUS.
Original Dutch transcription
Ende om dat wij daerbeneffens oock wel cunnen bemercken dat meergemte. schipper dese tweede Madagascarse reijs gants tegen de borst is, en alles met verdriet off onlust doet, soo bevinden nu oock dat hij begint te mijmeren en te suffen, oordelende dat sulcx daeruijt ontstaeth, om dat hij juijst na sijn will niet vroeger met sijn scheepje heeft cunnen noch mogen naer India vertrecken alhoewel hij noch desen middagh door den Commandeur Wagenaer11 (daer hij met de beijde opperhooffden Blanck en Nieuwlant op ‘et affscheijtmael geroepen was) gants vrundelijck toegesproken en hem aengeseijt is, dat hij nu tot de voorsz Madagascarse reijs maer goeden moet houden most, dewijle hij hem t’ sijnen versoecke oock desen tweeden opperstierman daer hij mede niet wel overweg comen con affgenomen en hem daervoor een ander in plaets gegeven hadde, maer hij het hooft schuddende, en langh daerop niet antwoordende, seijde eijndelingh datter noch meer ontbrack, gevraeght zijnde wat sulcx was antwoorde dat liever per ‘t Sloth van Honingen na Batavia vertrecken wilde, ‘t welck hem oock na korte envolkomen12 beraet, volkomen toegestaen is, om eens van alsulcke onwillige irresolute man en rechte droomgeest t’ eenemael van hier ontslagen mogen raken. Ingevolge is verstaen dat in desselfs plaets weder tot schipper bij provisie stellen en gebruijcken sullen den opperstierman Jan Jacobsz van Amsterdam, die wij anders om de voorn. schippershalven stonden te verplaetsen, met vertrouwen dat die reijs met beter zeemanschap rust en vreede sal begonnen en voltrocken worden, als met dat voorn. moeijelijcke dwershooft en die onverdragelijcke ouden ijsengrim souw hebben kunnen gedaen werden.
Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare voorsz.
[Signed:] Z. WAGENAER.
[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664.
[Signed:] J. BLANCK.
[Signed:] J. v. NIEULAND.
[Signed:] HENDR. LACUS.