Cape Council of Policy
320
1663-10-25
Minute details
- Entry number
- 320
- Date
- 1663-10-25
- Year
- 1663
English translation
And after we, on the orders received from the formidable E.E. The Masters, the aforementioned skipper, with all his anchors and artillery, upon their arrival here (which was on the 28th of March), had put to work, they managed to raise 14 pieces of ice and a few round-headed cannons, not with any special labor or difficulty, but with reasonable ease, from the aforementioned and now mostly burnt wreck, and beached it on land. However, with some additional artillery or anchor fishing in this bay, it did not go well, notwithstanding that they have done their best daily (whenever the wind and weather have allowed such a thing), not noting so far no more than a light anchor, mostly eaten away by rust, and four old pieces of broken cannon. have been able to find and retrieve from the ground. Including all the further wandering back and forth with tow lines, as well as the use of other useful tools for this purpose, which has been tried for quite some time now, has been found to be utterly futile and a fruitless labor, running through the time with such insignificant services, and the agreed-upon monthly wage of 750 guilders for this, at the expense of our Lord Masters, is increasingly rising, from which insights we have now also understood and resolved to make a stop to this futile anchor fishing and to eliminate it completely; the aforementioned To warn the skipper of the first of these, and to inform him that he should put him back in good condition and prepare to depart, so that he can depart with his hooker at the beginning of the coming month of November from here to Amsterdam (where he has been chartered and has sailed).
Thus done and resolved at the Fort of Good Hope on the date and year as above.
[Signed:] Z. WAGENAER.
[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664(sic).
[Signed:] HENDR. LACUS.
Original Dutch transcription
Ende nadat wij op ontfangen order van geduchte E.E. Heeren Meesters de gemelte schipper met al sijn ancker en geschut visschers datelijck op derselver arrivement alhier (‘t welck geweest is den 28en Meert passo.) te werck gestelt hadden, hebben deselve wel 14 ijsere stucken en eenig rontscherp, niet met bijsonderen arbeijt off moeijte daerom te doen, maer met redelijck goet gemack uijt ‘et voorn. en nu meest verbrande wrack gelicht, en aen lant op strant gebracht maer met eenig voirder geschut off ancker-visschen in dese bhaeij heeft ‘et niet wel willen lucken, niet jegenstaende deselve dagelijcx genoegh haer best daerom gedaen hebben (wanneer wint en weer sulcx heeft willen toelaten) gemerckt tot noch toe niet meer dan een lichte anckertje, dat meest van roest verteert is, en vier oude stucken off gebroken dos. hebben cunnen vinden en uijt de gront halen. Invoegen al het voirder over en weer swerven met sleeplijnen als ‘t gebruijck van andere dienstige gereetschappen hiertoe besocht nu geruijmen tijt herwaert t’ eenemael ijdele en een vergeeffschen arbeijt bevonden hebben, loopende met sulcke nietige diensten den tijt vast door en het bedongen maentloon van 750 guldens daervoor tot laste van onse Heeren Meesters meer en meer op, uijt welcke insigten dan nu oock verstaen en geresolveert hebben met dit vergeefsche ancker-visschen een eijnt te maken, en t’ eenemael uijt te scheijden; sullende de voorn. schipper met den eersten hiervan waerschouwen, en aenseggen dat hij hem weder vaerdigh maken, en tot vertreck schicken sal, opdat hij met sijn hoecker in ‘t begin van de toecomende maent November van hier naer Amsterdam (daer hij bevragt en affgevaren is) weder vertrecken kan.
Aldus gedaen en geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare als boven.
[Signed:] Z. WAGENAER.
[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1664(sic).
[Signed:] HENDR. LACUS.