Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

317

1663-09-01

Back

Minute details

Entry number
317
Date
1663-09-01
Year
1663

English translation

As the Gentlemen Committed Directors from the respective Chambers of the General Dutch Patented East Indian Company. At the meeting of the Lords 17th and their message from Amsterdam dated April 7, 1663, we have kindly ordered that one of the yachts or boats that the E. was planning to send this way this year, en route286 on the journey to Batavia, should visit the islands of Madagascar and Mauritius, in order to search for and take in those poor remaining people from the unfortunate ship Aernhem who lost their lives there last year by boat. This was duly proposed in Council by the Reverend Mr. P. A. Overtwater, Councillor Ordinary of India and Commissioner of this residence, and after careful consideration it was resolved and decided that one of the men present here should be sent yachts, namely the most likely and least laden yacht to undertake this voyage, have for that purpose chosen and nominated the yacht Lantsmeer to first call at the island of Mauritius, after having carefully ascertained the people staying there, and having found them, to then proceed directly to Batavia, but if no information or information is ever received from any people on the aforementioned island, it has also been deemed advisable in such a case and otherwise for greater reassurance that the same yacht will also be allowed to call at 2 or 3 of the nearest Comoro Islands, if possible, in order to stay in the bays and inlets there The inhabitants are to ascertain whether any of our people or ships have heard of us there.

And since the aforementioned yacht Lansmeer, along with the other yachts moored here, IJlpendam and Purmerlant, are almost adequately refreshed and have little or no reserves, it is also understood that they will depart from here next Tuesday and inform the chiefs to prepare them for that time.

Thus done and resolved at Fort de Goede Hope on the day and year aforesaid.

[Signed:] P. A. OVERTWATER.

287

[Signed:] PIETER VAN HOORN.

288

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1663.

[Signed:] HENDR. LACUS.

Original Dutch transcription

Alsoo de Heeren gecommitteerde Bewinthebberen uijt de respective Cameren van de Generale Nederlantse g’octroijeerde Oost Indische Compe. ter vergaderinge van de Heeren 17en bij hare messive uijt Amsterdam van dato 7 April 1663, hebben gelieven te ordonneren dat men een van de jagjens off fluijtjens die haer E. dit jaer herwaerts aen stonden te senden enpassant286 op de reijse naer Batavia de eijlanden Madagascar ende Mauritius soude laten aendoen, omme die arme overige menschen van het verongeluckte Schip Aernhem die haer leven verleden jaer met de boot aldaer noch hebben gesalveert op te soecken ende in te nemen, Soo is sulcx bij d’ E. Heer P. A. Overtwater, Raet Ordinaris van India ende Commissaris deser residentie, in Rade behorelijcker wijs voorgedragen, ende naer rijpe overweginge geresolveert en vast gestelt, dat men een van de hier jegenwoordigh ter rhede leggende jagjens, te weten het welbeseijlste en dat met het minste cargazoen belast is dese voijagie soude laten doen, tot dien eijnde dan hebben gekosen ende genomineert het jagjen Lantsmeer omme als voorsz ‘t eijlant Mauritius eenlijck eerst aen te doen, naer die aldaer verbleven menschen wel scherpelijck te vernemen, ende deselve gevonden hebbende dan voorts directa naer Batavia mede te voeren dogh indien geen bescheijt off teijcken altoos van eenigh volck aen ‘t voorsz eijlandt mochten comen te vernemen, Is oock in sulcken gevalle en anders niet dienstigh g’oordeelt tot meerder gerustheijt dat ‘et selve jacht noch 2 a 3 van de naest aengelegenste Comorische Eijlanden soo ‘t mogelyck is sal mogen aendoen, omme aldaer in de baijen en inhammen bij d’ inwoonders te vernemen off geen van ons volck off schepen van ons aldaer vernomen hebben.

Ende alsoo ‘t voorsz jacht Lansmeer neffens de andere hier ter rhede leggende jachten IJlpendam en Purmerlant haer bijna behorelijck ververscht, ende geen ofte weijnige inpotenten hebben, Is mede verstaen dat deselve aenstaende Dingsdagh van hier sullen vertrecken, ende de opperhooffden aendienen om haer jegens dien tyt gereet te maken.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare voorsz.

[Signed:] P. A. OVERTWATER.

287

[Signed:] PIETER VAN HOORN.

288

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1663.

[Signed:] HENDR. LACUS.