Skip to content
GenDatabase
Sign in

Cape Council of Policy

315

1663-06-08

Back

Minute details

Entry number
315
Date
1663-06-08
Year
1663

English translation

On the first of this day the most recently departed return fleet under the command of the Reverend Mr. Herman Klencke from Odessen came here to return the flute ship 't Velthoen, with which we received a message sent to us by the aforementioned Mr. Klencke on the 29th of April of last month, and from which we understood that the Island of St. Helena Nova with the aforementioned a whole fleet, consisting of eleven ships, well dispersed along this firm coast and about 30 miles offshore, had diligently searched for it, but to their dismay had not found it. They finally took counsel with the aforementioned fleet to get within sight of the well-known old island of St. Helena and from there to steer their course to Assention and further on straight towards the dear fatherland, as they had also done, and with the council. fleet had arrived from St. Helena under the aforementioned island, just as this small Velthoen with the yacht Bleijswyck had both arrived back there on their way. However, because the captains of the said yacht would not have had enough water for the journey, they were allowed to sail to the aforementioned lake from St. Helena to prepare themselves for it beforehand. From that time on, the yacht Bleijswyck was not seen or heard from again by the Velthoen crew on the way, and they judged that it must have already sailed far from this cape and had subsequently departed for Batavia. Afterwards, they found the same ship sailing exceptionally fast on its way there.

And since we do not know how to proceed with the said Velthoentje (which, however, is so slow in sailing that the youngest had to be towed from one of the returning ships), it has been understood and decided at this meeting that it will be unloaded with the first of its returned materials, artillery, provisions, etc., and that every kind will be returned to its place here in the fort, if it is to be properly equipped for another five months and depart for Batavia with the 33 soldiers brought back, provided that it will first have to make a spring trip to Robben Island, along with the hoecker boat and our large chalup, to get our good party of shells to burn. to take lime from it and bring it under the fort. In view of the fact that the Honourable Majors in the country intend to have this fortress brought up from the surrounding moat with stone, and therefore order us to have a good supply of stone and lime brought to the works for this purpose now and then.

Thus done and resolved in the Fort of Good Hope on the date and year as above.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1663.

[Signed:] HENDR. LACUS.

Original Dutch transcription

Alsoo op primo deser uijt de jongst vertrocken retourvlooth onder ‘t commando van de E. Heer Herman Klencke van Odessen hier is comen te retourneren ‘t fluijtscheepje ‘t Velthoen waermede een messive van 29en April des verleden maents ons door voorn. heere Klencke toegesonden ontfangen ende daeruijt verstaen hebben dat het Eijlant St. Helena Nova met de voorsz. geheele vlothe bestaende in elff schepen behorelijck verspreijt langs dese vaste cust en omtrent 30 mijlen buijten de wal wel neerstig opgesocht, maer ‘t selve tot hun alder leetweesen al weder niet gevonden hadden, Sulcx eyndelingh waren te rade geworden met de gemelte vlooth het bekende oude eijlandt St. Helena in ‘t gesicht te lopen en van daer hun cours na Assention en wijders van daer recht na ‘t lieve vaderlant te stellen, gelijck oock gedaen hadden, ende met de gemte. vlooth onder ‘t voorsz eijlant out St. Helena gecomen waren, als wanneer doen oock dit Velthoentje met het jacht Bleijswyck beijde hun despesche weder herwaerts aen becomen hadden, maer omdat de opperhooffden van geseijde jacht doenmaels niet waters genoegh tot die reijs souden gehad hebben, was deselve toegestaen geweest, naer ‘t meergemelte out St. Helena te lopen, om haer al voren daervan te versien, van welcken tijt af ‘t selve jacht Bleijswijck bij die van ‘t Velthoen onderweegs niet meer gesien noch vernomen zijnde, oordeelden dat het dese Caep al verbij most gelopen en voorts na Batavia vertrocken wesen, nadien ‘t selve scheepje in ‘t derwaerts gaen uijtnemende snedigh in ‘t zeijlen bevonden hadden.

Ende dewijle wij met het geseijde Velthoentje (dat daerentegen soo traegh in ‘t zeijlen is, dat ‘et jongst van een der retourschepen heeft moeten gesleept worden) hier wijders niet weten uijt te richten, Is te deser vergaderinge verstaen en besloten dat het selve met den eersten van sijn wederom gebrachte materiaelen, artillerije, provisien &a., sal ontlost en ijder soort weder op sijn plaets hier in ‘t fort geborgen worden, als wanneer ‘t selve andermael op nieuw voor vijff maanden van alles behorelijck versien en met de 33 te rugh gebrachte soldaten na Batavia vertrecken laten sullen, mits ‘t selve alvoren, nevens de hoeckerbooth en onse groote chaloup, een sprincktogtje na ‘t Robbeneijlant sal moeten doen, om ons goede parthije schelpen tot branden van kalck daervan daen te haelen en onder ‘t fort te brengen, Ten aensien d’ Ed. Heeren Majores in ‘t vaderlant voornemens zijn dese vestingh uijt de gracht rontom met steen te laten ophaelen, en dierhalven ordonneren ons, dat wij middelerwijle soo nu als dan een goeden voorraet van steen en kalck hiertoe souden laten bij de wercke brengen.

Aldus gedaen ende geresolveert in ‘t Fort de Goede Hope ten dage ende jare als boven.

[Signed:] Z. WAGENAER.

[Signed:] ABRAHAM GABBEMA. 1663.

[Signed:] HENDR. LACUS.