Cape Council of Policy
1000
1697-05-06
Minute details
- Entry number
- 1000
- Date
- 1697-05-06
- Year
- 1697
English translation
Whereas the Hottentot captain, named Claas, had recently been in disagreement with Captain Coopman, due to their misunderstandings and disagreements, through the intervention of the Honorable Governor, the E. Fiscal Inspector Joan Blesius, and Captain Oloff Berg, as well as the old Hottentot Lord, named Goukou, had again been associated and united, that the aforementioned Claas, against all right and reason, had recently again denied the aforementioned Captain Coopman all his cattle, including a good number of Comps. It was understood that the aforementioned merchant had been robbed of cattle, and that the aforementioned merchant had also complained about this to the Honourable Governor. After due deliberation, it was resolved to send Sergeant Magnus Pietersz with 12 armed Comps. servants to the aforementioned Claas to question him about the reasons and to inform him amicably that he must immediately return the aforementioned stolen cattle to the aforementioned merchant, with the order, however, that the aforementioned Magnus Pietersz and the other Comps. servants shall not be permitted to use even the slightest hostilities against the same Claas or his people, but in case of aggression, and that he shall not commit any violence or hostilities against the aforementioned Comps. servants wanted to use, that the aforementioned sergeant in such a case will however have to counter him and his own defensively, and thus repel force by force and with the first of his weather and action to serve his report to the Well Ed. Governor here as soon as possible.
Original Dutch transcription
Also den Hottentotsen capitain, Claas genaamt, onangesien nu wijnig tijds herwards tusschen denselven en den capitain Coopman, wegens haar misverstanden ende ontstaane oneenigheden, door intercessie van den Ed.Hr.Gouverneur, den E. fiscaal independend Joan Blesius en den capitain Oloff Berg, mitsgaders den ouden Hottentotsen Heer, Goukou genaamt, weder waren g’assopieerd ende verenigd, dat des ongeleth den voors. Claas tegens alle regt en reden nu onlangs weder niet had ontsien de voors. capitain Coopman van alle sijn vee, waaronder mede een goed getal van Comps. vee was begrepen, te beroven, en dat de meergeseide Coopman ook daarover an den Weled.Hr.Gouverneur sijn anklagten hadde gedaan, so is na genomene deliberatie geresolveerd den serjant Magnus Pietersz met 12 Comps. gewapende dienaren na den voors. Claas af te senden omme hem de redenen van dien af te vragen ende hem in der minne an te seggen, dat hij van stonden an het voors. geroofde vee an de meergen. Coopman sal hebben te restitueeren, met bevel nogtans, dat de voors. Magnus Pietersz en de verdere Comps. dienaren niet sullen vermogen enige de minste hostillitaiten tegen den selven Claas nog sijn volk te gebruijken, maar in cas van agressie, en dat hij Claas of de sijnen enig geweld of vijandlijkheeden tegens geseide Comps. dienaren wilden gebruijken, dat den voorschreven serjant in sodanig geval egter eenlijk maar defensive hem en de sijne sal moeten tegen gaan, en also geweld door geweld af keeren en met den eersten van sijn weder varen en verrigtinge den Wel Ed. Gouverneur alhier op ‘t spoedigste te dienen van sijn rapport.